KPMG: ’Political declaration’ lijkt belangrijk struikelblok bij Brexit-onderhandelingen

KPMG: ’Political declaration’ lijkt belangrijk struikelblok bij Brexit-onderhandelingen

Brexit
Brexit.jpg

In de onderhandelingen over Brexit breekt een nieuw tijdperk aan. Deze week vinden parallel veertig virtuele meetings plaats tussen de onderhandelaars van het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. “Wat zowel de Britse regering als de Europese Commissie deze week bezig houdt, zijn de afspraken in de withdrawal agreement”, zegt Leon Kanters, Partner bij KPMG Meijburg & Co. en deskundige op het gebied van Brexit. 

Kanters: “De douaneformaliteiten rondom Noord-Ierland bijvoorbeeld, maar ook de voorbereidingen op Brexit, zoals de werving en opleiding van ambtenaren, het gereedmaken van de infrastructuur en het aanpassen van wetgeving. En het bereiken van de best mogelijke deal voor de toekomst staat hoog op de agenda. Het gaat dus niet alleen over een nieuwe overeenkomst, maar ook over de afspraken die al gemaakt zijn in het scheidingsakkoord. En de ‘political declaration’ die de aard van het nieuwe vrijhandelsakkoord regelt en door het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie van een handtekening is voorzien, lijkt nu voor grote onenigheid in de onderhandelingen te gaan zorgen.”

 

Ambitieuzer vrijhandelsakkoord

De onderhandelaars van het Verenigd Koninkrijk willen een rechttoe rechtaan vrijhandelsakkoord. Kanters: “Een akkoord dat vergelijkbaar is met de overeenkomsten die de Europese Unie, en dus ook het Verenigd Koninkrijk als voormalig lid van de Europese Unie, met Japan en Canada is overeengekomen. De Europese Unie wil echter een veel ambitieuzer vrijhandelsakkoord, waarin ook zaken als staatsteun, eerlijke concurrentie, milieu en arbeidsnormen geregeld zijn. De EU baseert zich hierbij bij op de ‘political declaration’. En de Europese Unie is hierin zeer stellig. Zonder concrete afspraken over deze aspecten zal geen vrijhandelsakkoord gesloten worden. Ook ten aanzien van oorsprongsregels liggen de onderhandelaars nog ver uit elkaar. Het Verenigd Koninkrijk wil zoveel mogelijk diagonale of multilaterale overeenkomsten sluiten, terwijl de Europese Unie voorstander is van bilaterale overeenkomsten.”

 

Grote gevolgen

Het verschil in opvatting kan volgens Kanters grote gevolgen hebben. Kanters: “Een voorbeeld illustreert dit. In het Verenigd Koninkrijk wordt een auto in elkaar gezet, waarbij voor een belangrijk deel onderdelen uit Japan worden gebruikt. Bij een bilateraal vrijhandelsakkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie moet aan de aan hand van de toegevoegde waarde van het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie bepaald worden of de auto de Britse oorsprong krijgt. Als dat zo is, geldt een verlaagd of nultarief. Bij een diagonaal of multilateraal vrijhandelsakkoord mogen de Japanse onderdelen meegerekend worden. Beide landen hebben immers ook met Japan een akkoord. De kans dat de auto de Britse oorsprong verkrijgt is dus veel groter bij een multilateraal vrijhandelsakkoord, dan bij een bilateraal vrijhandelsakkoord. Een multilateraal akkoord werkt beide kanten op. Producten geproduceerd in de Europese Unie die naar het Verenigd Koninkrijk of Japan worden geëxporteerd, kwalificeren in dit voorbeeld sneller. De vraag is echter in wiens voordeel dit is en geeft aan wat op dit moment de aard van de onderhandelingen is. De onderhandelaars van de Europese Unie vinden vooralsnog dat een diagonaal of multilateraal handelsakkoord niet in hun voordeel werkt. Het zou ertoe kunnen leiden dat het Verenigd Koninkrijk een manufacturing hub wordt voor de Europese markt van ruim 400 miljoen inwoners.”

 

Brexit en corona

De regering Johnson laat bij herhaling weten dat er geen uitstel van de transitiefase komt. Dit betekent dat de gevolgen van Brexit per 1 januari 2021 van toepassing worden. Kanters: “De Europese Unie daarentegen heeft aangegeven niet onwelwillend te staan tegenover een uitstel van één of twee jaar. Zij vindt dat er op dit moment onvoldoende schot in de onderhandelingen zit en is bovendien van mening dat het effectueren van Brexit bovenop de COVID-19-recessie alleen maar extra schade toebrengt aan beide economieën. Wanneer de transitiefase voorbij is zal dit hoe dan ook consequenties hebben voor de manier waarop we zaken doen met het Verenigd Koninkrijk. Voor een deel zijn bedrijven daar al op voorbereid. Denk aan financial passports en het niet langer verlenen van Britse tot de Europese markt. Voor medicijnen en auto’s bijvoorbeeld. Vooralsnog moeten we er dus serieus rekening mee houden dat Brexit vanaf 1 januari 2021 van toepassing wordt. Dat betekent dat over zeven maanden zo’n zeshonderd overeenkomsten niet langer van toepassing zullen zijn voor het Verenigd Koninkrijk en dat over en weer aanpassingen moeten worden gemaakt in douaneformaliteiten en btw. Bedrijven zijn hier nog altijd niet of in onvoldoende mate op voorbereid.”