Harry Geels: Pleidooi voor meer gerontocratie

Harry Geels: Pleidooi voor meer gerontocratie

Politics History
Harry Geels CSF220056-140 (980x600).jpg

Door Harry Geels

De wereld is ontzettend snel aan het veranderen. Er doemen grootschalige crises op, zoals een klimaatcrisis, een inflatiecrisis, een geopolitieke crisis en een schuldencrisis. Jongeren en ouderen hebben elkaar in deze tijd nodig. En wellicht zijn openheid, de wil tot samenwerking en nederigheid geen overbodige karaktereigenschappen.

Bij de laatste Britse verkiezingen, die van 2019, werd veel gesproken over de relatie tussen leeftijd en stemgedrag. De Britse politiek blijkt steeds meer langs leeftijdslijnen gepolariseerd te raken, waarbij jongere kiezers eerder Labour steunen en oudere kiezers eerder op de Conservatieven. Dit patroon werd versterkt tijdens de Brexit. De steun voor het verlaten van de Europese Unie was sterk verdeeld langs leeftijdslijnen: hoe ouder de kiezer, hoe meer er voor Brexit werd gestemd.

Ook bij de klimaatdiscussie is er sprake van een generatiekloof, zoals blijkt uit een onderzoek van de New Scientist in het VK en de VS. Generatiekloven doemen verder in allerlei vormen op, zoals op de werkvloer, waarbij jongeren veel meer hechten aan zelfontplooiing en flexibele werktijden en minder aan hiërarchie dan ouderen. Jongere en oude generaties verschillen verder van elkaar als het om genderidentiteit gaat: jongeren ontwaren grosso modo veel meer genders dan ouderen.

Gerontocratie

Econome Barbara Baarsma van de Rabobank hield enige jaren geleden in de Volkskrant een pleidooi om jongeren meer stemrecht te geven, omdat zij ‘een lange toekomst voor zich hebben, maar daar in de politiek weinig over kunnen meepraten’. Nassim Taleb hield in zijn boek ‘Fooled by Randomness’ echter een pleidooi voor meer gerontocratie, vanwege het ‘evolutionaire argument’. Kort door de bocht: ‘ouderen hebben meer meegemaakt en hebben door de tijd heen meer geleerd van zeldzame gebeurtenissen.’

Ik moest aan deze tegenstelling denken toen ik recent een necrologie schreef voor mijn tweede overleden stiefvader, geboren in 1929, een voormalig kapitein op de grote vaart, een man die de wereldzeeën had bevaren en belezen was. Zijn verhalen waren altijd boeiend en leerzaam en hij voorspelde enige jaren geleden zowaar dat de enorme schuldenopbouw in combinatie met het losse monetaire beleid zouden leiden tot grote inflatie en een loon-prijsspiraal ‘zoals in de jaren zeventig’.

Zijn voorspelling lijkt uit te komen om de redenen die hij aangaf. ‘De overkomsten tussen nu en de jaren zeventig zijn treffend’, zo zei hij. Wharton professor Jeremy Siegel omschreef het beleid in de jaren zeventig eens als ‘the greatest failure of American macroeconomic policy in the postwar period’. De Great Inflation van toen was, in tegenstelling tot algemeen gedacht, niet primair het gevolg van stijgende olieprijzen, maar van ‘monetary policies that financed massive budget deficits’.

De geschiedenis herhaalt zich. Vooral jongeren trappen in het spookje dat primair de gestegen gasprijzen inflatie veroorzaken. Natuurlijk spelen die een rol, maar het verhaal is veel groter dan dat.

Survival of the fittest

Volgens Taleb zijn vooral in de financiële en politieke wereld ervaringen belangrijk. Hij spreekt van ‘survival of the fittest’. Doordat ouderen meer crises hebben meegemaakt, bedenken zij bewust of onbewust strategieën om daarmee om te gaan of er zelfs van te profiteren. Jongeren zien de gevaren niet en hebben de neiging snel succes te willen boeken door met een hype mee te doen. Taleb: ‘having reached the grey hair stage, a man is likely to be more resistant to the vagaries of life.’

Taleb draait helaas een beetje door bij zijn pleidooi voor gerontocratie. Hij haalt er bijvoorbeeld statistieken bij dat oudere mannen, doordat ze de tand des tijds hebben doorstaan, op de datingmarkt meer succes zouden hebben dan jongere mannen en dat in Italië tijdens de renaissance een man van boven de 45 dezelfde levensverzekeringspremie zou betalen als een man van 20 omdat ‘the older man has shown that very few ailments could harm him’.

Het voordeel van de jongeren

We moeten het Taleb maar niet te veel aanrekenen dat hij zijn focus op ‘de man’ legde. De financiële wereld was aan het begin van deze eeuw vooral een mannenbolwerk. Er is sindsdien veel veranderd. Wat we Taleb wél kunnen aanrekenen, is dat hij de wijsheid en ervaringen van ouderen wel als héél zaligmakend zag. Er zijn ook kanttekeningen. Ouderen voelen bijvoorbeeld de nieuwste ontwikkelingen minder goed aan en ze kunnen ook te risicomijdend worden.

Het meester-gezel of mentor-mentee model zouden we eigenlijk veel meer in gebruik moeten nemen. Beiden kunnen, mits ze een open blik hebben, in dit model van elkaar leren. Het zou ook goed zijn te leren van andere maatschappelijke inrichtingen die ooit succesvol waren.

Zoals gezegd zijn er momenteel veel crises. We kunnen het bij het bestrijden ervan niet alleen aan de jongeren of ouderen overlaten. De huidige gepolariseerde samenleving, overigens niet alleen tussen jong en oud, maar ook tussen allerlei politieke bloedgroepen, gaat ons niet verder helpen. De bestseller ‘The Dawn of Everything – A New History of Humanity’ geeft in dit kader een mooi inkijkje in allerlei meer of minder succesvolle maatschappelijke samenlevingsvormen door de tijd heen.

Tlaxcala

The Dawn of Everything is geen makkelijk leesbaar boek. Maar het leert wel een aantal belangrijke lessen. Er hebben zich in het verre verleden diverse samenlevingsvormen voorgedaan die heel rechtvaardig, democratisch, vooruitstrevend of feminien waren. Ook laat de geschiedenis wat betreft vooruitstrevendheid geen stijgende lijn zien. Vooruitstrevende samenlevingen werden afgewisseld met primitieve en vice versa. Wellicht kunnen we iets leren van de democratische inrichting van het oude Tlaxcala.

Daar realiseerde men zich dat leiders vooral dienstbaar moesten zijn. Mensen met charisma en machtswellust wilde men bijvoorbeeld niet in de ‘council’ hebben. Om dienstbaarheid te tonen, zo lezen we in het boek van David Graeber en David Wengrow, moesten potentiële leiders eerst een periode van publieke mishandeling doorstaan, om daarna, met een gebroken ego, een lange periode in afzondering te leven met vasten, slaaponthouding, aderlating en het leren van allerlei morele instructies, om tot slot een ‘coming out’ als maatschappelijke dienaar te vieren.
 

Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels