Bob Homan: De pijn van normalisering

Bob Homan: De pijn van normalisering

Interest Rates
Bob Homan_980x600.jpg

Door Bob Homan, Hoofd van het ING Investment Office

Wat hebben we erop zitten wachten. Of je nu een particulier met spaargeld of een pensioenfonds met een verplichting was, we snakten naar positieve rente. En nu is het zover en dan doet het pijn. Aanpassingen, normalisatie of een tendens naar het gemiddelde gaan in financiële markten bijna nooit geleidelijk, maar meestal met een schok.

En dat merkten beleggers dit jaar. Met name obligatiebeleggers worden direct en ongekend hard getroffen door de fors gestegen rentes. Ook alle andere vermogenscategorieën, op grondstoffen na, lijden flink.

Daar krijg je wel een verbeterde uitgangspositie voor rendement voor terug. Het meest direct en kwantificeerbaar is dit voor obligatiebeleggers. Een gemakkelijke voorspeller voor de gemiddelde opbrengst is het huidige effectieve rendement op een obligatie. Waar een dergelijk rendement voor een pakket Europese staatsobligaties met een duratie van 7 jaar (oftewel de benchmark voor Europese staatsobligaties) een jaar geleden nog onder nul was, levert een dergelijke belegging nu 3% per jaar op.

Gevolgen voor obligaties

De obligatiebelegger van vorig jaar wist wat ie kon verwachten: 0% rendement de komende 10 jaar. Ook hier geldt dat dit, net als bij de aanpassingen, niet gelijk verdeeld is over die 10 jaar, maar met horten en stoten naar een gemiddelde toegaat. Nu het eerste jaar een dramatisch resultaat oplevert, worden de komende jaren beter.

Dat er nu weer rente is, verandert ook het risico bij renteveranderingen. Sowieso al omdat de gestegen rente ervoor zorgt dat de duratie van een dergelijk mandje is teruggevallen (van 8,5 vorig jaar naar 7 nu), maar ook omdat er weer een buffer is.

U kent waarschijnlijk allemaal de stelregel dat 1% renteverandering de koers van een obligatie met ongeveer de duratie doet dalen of stijgen. Dus de koers van Europese Benchmark uit het voorbeeld daalt of stijgt bij een 1% renteverandering met 7%. Bij een rente van 0% is dat bij een dergelijke renteverandering ook je rendement.

Nu je weer 3% rente krijgt is dat anders. Als de rente nu met 1% daalt, is je rendement over een jaar genomen met die 7% koersverandering, plus je rente van 3%, maakt samen 10%. Terwijl bij een rentestijging het koersverlies van 7% voor een deel gecompenseerd wordt door de 3% rente die je vangt. Het verwachte rendement is dus niet alleen met de eerdergenoemde 3% gestegen, maar ook de risico’s zijn gunstiger verdeeld.

Gevolgen voor aandelen

Dat er weer rente is, geeft een duidelijke buffer. Hetzelfde geldt voor aandelen. Waarderingen zijn omlaaggegaan en daarmee zijn de rendementsverwachtingen voor de komende jaren duidelijk hoger dan die van een jaar geleden. Het winstrendement voor de wereldindex is gestegen van een ruime 5% een jaar terug naar 7% nu.

Uiteraard deed ook deze aanpassing pijn, maar als belegger is je uitgangspositie voor rendementen op aandelen en obligaties duidelijk verbeterd. Dat voelt voor veel pas begonnen beleggers natuurlijk anders. Net als bij veel zaken in het leven ga je de risico’s pas zien als ze zich openbaren.

Als belegger kan je dan terechtkomen in de welbekende emotiecyclus van hoog kopen en laag verkopen. Waneer u de verbeterde perspectieven in het oog houdt, trapt u hier vast niet in. Het ‘verdienen’ van een risicopremie is nu eenmaal niet gratis, net als de prijs van geld. Dat is normaal.