Thijs Jochems: Regelt Nederland zichzelf tot stilstand?

Thijs Jochems: Regelt Nederland zichzelf tot stilstand?

Thijs Jochems_980x600.jpg
Door Thijs Jochems, Adviseur en Private Investor
 
Regels sorteren niet altijd het beoogde effect en aanpassingen leiden nooit tot minder, maar eerder tot meer regels. Wordt het nu erger met het ‘regeloerwoud’ en kunnen we er wat aan doen?
Elke gemeenschap heeft regels en de voor het ontwerpen daarvan vereiste kennis nodig. En dan nóg hebben regels vaak onbedoelde neveneffecten. De oorzaken daarvan en de antwoorden op de vraag hoe we daarmee moeten omgaan, zijn divers. Dat ligt aan zaken als een gebrek aan deskundigheid bij het ontwerpen, onvoldoende diepgaande analyse van de vraag waarom een regel niet werkt, de belanghebbenden bij de bestaande regelstructuur, de uitvoeringscultuur en dergelijke. De gevolgen van de steeds verstikkender ‘regelbouwwerken’ voor de Nederlandse samenleving zijn niet gering. Ter illustratie enkele voorbeelden uit niet-financiële maar evenzeer sterk gereguleerde sectoren als het onderwijs en de gezondheidszorg.
 
Al sedert de invoering van de Mammoetwet in 1968 wordt er door het ministerie van Onderwijs gesleuteld aan de onderwijsstructuur. Eén gevolg hiervan is in ieder geval dat leerkrachten nu zo’n 30% van hun tijd kwijt zijn aan administratieve taken. Externe deskundigen vragen zich af of er bij de voortdurende stortvloed aan nieuwe regels in het onderwijs wel goed is geanalyseerd waarom bepaalde structuren niet werkten. Zo is allang bekend dat het slagingspercentage als belangrijk criterium voor de financiering van scholen in ieder geval niet voor gelijke kansen zorgt. Waarom wordt die structuur niet aangepakt in plaats van te experimenteren met allerlei nieuwe ‘jasjes’ die nog steeds de lessituatie voor docenten en leerlingen niet verbeteren?
 
Met de coronapandemie is de gezondheidszorg meer in het nieuws. Wij, het publiek, nemen nu kennis van zaken die in de farmaceutische sector allang bekend zijn. De afdronk is dat er veel geld wordt verspild door een gebrek aan kennis, belangenverstrengeling en de lobby van de farmaceutische sector die de regelgeving sterk beïnvloedt. Volgens ingewijden zit er in de top van VWS, het ministerie dat verantwoordelijk is voor onder andere de gezondheidszorg, geen enkele ambtenaar met een medische achtergrond. Dit maakt VWS vatbaarder voor de lobby van de farma-sector. Tijdens de Mexicaanse griep zijn er dure uitglijders gemaakt bij de aanschaf van medicijnen en ook tijdens de coronapandemie klinken er weer geluiden uit medische kringen over een gebrek aan kennis bij de top van VWS.
 
In de financiële sector, een van onze meest gereguleerde sectoren, zijn de voorbeelden van onbedoelde regelimpact alom aanwezig. Zo zijn we al vele jaren bezig om ons belastingstelsel te vereenvoudigen en zijn bijvoorbeeld de toezichthouders sterk gegroeid in bemensing. Dit én de wens om meer controle te hebben, hebben geleid tot een explosie van regelgeving en toezicht. Het heeft niet gezorgd voor minder debacles in de sector, maar wel voor een sterke toename van de kosten van het toezicht op de bedrijven. Met als gevolg dat nieuwe, kleinere bedrijven en ook bestaande middelgrote bedrijven die kosten niet of nauwelijks meer kunnen dragen. Dit is niet goed voor de innovatiekracht van de sector, maar wel voor de grote financiële bedrijven.
 
Waarom is ons regelbouwwerk nu een groter wordend issue? Niet alleen omdat de kosten van regelgeving de pan uit rijzen, maar vooral omdat we in een maatschappij leven die versneld verandert. Een steeds rigider wordend bouwwerk aan regels en een ‘procescultuur’ leidt tot verstarring, wat niet wenselijk is in een tijd dat ‘agility’ van groter belang wordt. Om alle hiervoor genoemde redenen lijkt het lastig om ons bestaande regelbouwwerk effectiever te maken om zijn doel, een beter werkende samenleving, te bereiken. Hoogste tijd voor de politiek om ‘creative destruction’ op de regelbouwwerken los te laten.
 

Attachments