Wim Zwanenburg: NVIDIA, een chipmaker met macro-economische macht
Wim Zwanenburg: NVIDIA, een chipmaker met macro-economische macht
Nvidia is uitgegroeid tot beurs barometer en financier van de AI-revolutie. De vraag is of die macht bestendige groei brengt, of slechts nieuwe systeemrisico’s creëert.
Door Wim Zwanenburg, beleggingsstrateeg van Stroeve Lemberger, geschreven op persoonlijke titel
Toen Nvidia op 26 augustus haar kwartaal cijfers publiceerde, hielden beleggers wereldwijd de adem in. En niet alleen vanwege het bedrijf zelf. Nvidia geldt inmiddels als graadmeter voor de hele AI-investeringscyclus en krijgt daardoor bijna macro-economische betekenis.
De opmars van Nvidia is ongekend. Tussen eind augustus 2016 en eind augustus 2026 steeg Nvidia’s marktkapitalisatie van ongeveer 32,82 miljard dollar naar 5,33 biljoen dollar. Dat is ruim 162 keer zoveel. In die periode werd een gemiddeld jaar lijks rendement behaald van circa 66,3% per jaar. Met een gewicht van 7,7% in de S&P 500 beïnvloedt Nvidia inmiddels niet alleen de ‘actieve’ technologiebeleggers die met hun overwogen of juist onderwogen posities de index willen verslaan, maar ook de brede passieve indexportefeuilles. Nvidia’s beurswaarde benadert inmiddels het jaarlijkse bruto binnenlands product van Duitsland en is ongeveer viermaal zo groot als dat van Nederland. Die vergelijking is illustratief, maar niet economisch zuiver: een beurswaarde vertegenwoordigt verwachte toekomstige kasstromen, terwijl het bbp de jaarlijkse productie van een land meet.
De jongste resultaten benadrukten het groeitempo. In het tweede kwartaal, dat eind juli afliep, boekte Nvidia 96,2 miljard dollar omzet. Dat was meer dan 100% hoger dan een jaar eerder en boven zowel de marktverwachting van circa 92 tot 93 miljard dollar als Nvidia’s eigen prognose van 91 miljard dollar. De voorlopige prognose van Nvidia van ongeveer 70% omzetgroei in boekjaar 2028 suggereert dat de AI-investeringscyclus voorlopig krachtig blijft.
Toch nemen de risico’s toe. Hyperscalers investeren zulke enorme bedragen in datacenters en GPU-chips, dat bij sommige van deze cloudproviders de vrije kasstroom tekortschiet. Zij moeten hun financierings behoefte aanvullen met de uitgifte van obligatieleningen. Tegelijk ontwikkelen grote klanten eigen chips om hun afhanke lijkheid van Nvidia te verminderen. Ook hogere geheugen chipkosten, export beperkingen naar China en Chinese concurrentie kunnen de marges en de groei van Nvidia raken.
Als OpenAI, Anthropic en enkele hyper scalers verantwoordelijk blijven voor vrijwel alle vraag, ontstaat een concentratierisico. Nvidia wil daarom de omzetbasis verbreden en ondersteunt daarvoor de financiering van zijn eigen ecosysteem. Het bedrijf geeft gedeeltelijke restwaardegaranties binnen een platform van banken en investeerders op Wall Street dat 500 miljard dollar aan kapitaal voor AI-infrastructuur wil mobiliseren. Ook investeert Nvidia in afnemers en verstrekt het bij grote contracten ruimere betalingstermijnen. Critici spreken daarom van ‘circulaire financiering’: is de eindvraag echt zo sterk, of creëert Nvidia zo kunstmatig de vraag naar de eigen AI-producten?
Nvidia ondersteunt soms investeringen die gewone kredietverstrekkers niet volledig begrijpen of niet willen financieren omdat het management van Nvidia meent dat het veel beter zicht heeft op de werkelijke vraag naar AI-capaciteit. Dat lijkt sterk op een centrale bank die informatievoordelen heeft ten opzichte van individuele marktpartijen. De kernvraag is of Nvidia toekomstige vraag opbouwt of slechts naar voren haalt. Bij een brede, winstgevende toepassing van AI blijken de financierings constructies strategische ecosysteem investeringen waarmee Nvidia de innovatie race kan winnen. Vallen bezettingsgraden, huurprijzen en restwaarden van AI hardware en datacenters tegen, dan draagt Nvidia niet alleen het technologisch marktrisico, maar ook het financierings risico. Juist daarom is Nvidia zowel een micro-economisch succesverhaal als macro-economische testcase geworden.
Lees de volledige column in Financial Investigator magazine