Han Dieperink: AI en de financiële wereld
Han Dieperink: AI en de financiële wereld
Door Han Dieperink, geschreven op persoonlijke titel
AI is in de kern een technologie die arbeid bespaart. Bedrijven produceren meer met minder mensen. Het Amerikaanse bedrijfsleven heeft al vier jaar vrijwel evenveel mensen in dienst, maar boekt na inflatie zo’n 20% meer winst. In de Amerikaanse IT-sector krimpt het personeelsbestand zelfs licht, terwijl de winsten sinds 2023 meer dan verdrievoudigd zijn.
AI-ontwikkelaars zelf gaan nog veel verder. Zij rekenen voor dat de Amerikaanse economie tot 2030 kan groeien van ruim 30 naar 44 biljoen dollar. Dat is al snel 10% per jaar. Zo’n groei kan niet alleen uit hogere lonen en hogere uitgaven komen. Een groot deel moet komen uit lagere prijzen. Kennis wordt een massaproduct, en wat overvloedig aanwezig is, wordt goedkoop.
China laat zien hoe dat eruitziet. Daar is de productie sterk gegroeid, terwijl de binnenlandse vraag achterbleef. De prijzen in de industrie liggen 9% lager dan in 2012. Bedrijven verloren hun prijsmacht, de winsten stagneerden en aandelen bleven achter. De 10-jaarsrente zakte naar 1,6%. Voor consumenten is dat goed nieuws. Voor wie geld heeft uitgeleend, is het een ander verhaal.
Waarom banken kwetsbaar zijn
Een bank financiert de toekomst. Een lening aan een softwarebedrijf, een adviesbureau of de eigenaar van een kantoorpand is gebaseerd op kasstromen die nog moeten komen. De bank gaat ervan uit dat de klant over vijf of tien jaar ongeveer dezelfde prijzen kan rekenen als nu. Maar wat gebeurt er als AI de prijs van een dienst halveert? Dan worden die kasstromen nooit werkelijkheid. De schuld blijft echter even groot.
De econoom Irving Fisher beschreef dit mechanisme al in 1933. Bij dalende prijzen wordt een schuld in feite zwaarder. De omzet krimpt, en de rente en aflossing blijven gelijk. Juist daarom is deflatie zo gevaarlijk voor een economie die op krediet draait.
Een bank heeft bovendien altijd een slechte balans. Ze leent kortlopend geld van spaarders en zet dat langlopend uit in leningen die moeilijk te verkopen zijn. Het eigen vermogen is dun, vaak maar enkele procenten van het balanstotaal. Een tegenvaller in één sector kan een bank meestal wel opvangen. Denk aan de scheepvaart of aan commercieel vastgoed na de kredietcrisis. Dat is pijnlijk, maar de verliezen blijven beperkt omdat andere sectoren gewoon doordraaien. Spreiding is de verzekering van elke bank.
Die verzekering werkt alleen niet als alle sectoren tegelijk geraakt worden. En dat is precies wat AI doet. Het raakt de advocaat, de accountant, het callcenter, de softwareleverancier, de logistiek, en uiteindelijk ook de industrie. De kredietmodellen van banken zijn gebouwd op historische verbanden tussen sectoren. Maar een schok die overal tegelijk toeslaat, staat niet in de geschiedenisboeken. Een probleem in één sector overleeft een bank. Een probleem in alle sectoren niet.
Dit is geen scenario voor morgen. De VS kampt nog altijd met inflatie in plaats van deflatie, en de discussie gaat over renteverhogingen. Maar leningen die vandaag worden afgesloten, lopen vaak tot ver na 2030. Ze worden geprijsd op aannames die over een paar jaar achterhaald kunnen zijn.
Van factorbeleggen naar AI-beleggen
In het vermogensbeheer werkt AI juist in het voordeel van de belegger. Ruim dertig jaar geleden ontmoette ik op het Amsterdam Institute of Finance Joseph Lakonishok. Hij was een van de grondleggers van het kwantitatieve value-beleggen. Volgens hem zat er een groot verschil tussen de theorie en de praktijk. Op papier leverde een systematische valuestrategie een duidelijk hoger rendement op. In de praktijk vraten alleen al de transactiekosten een groot deel van dat voordeel op.
Sindsdien is er veel verbeterd, zeker na de zogenoemde quant-winter, de jaren waarin factorstrategieën flink teleurstelden. Beheerders gingen slimmer handelen, kosten daalden en data werden beter. AI is de logische volgende stap in die ontwikkeling. Het verwerkt veel meer informatie, ook teksten zoals jaarverslagen en gesprekken met bestuurders. Het doet dat sneller en goedkoper dan een team van analisten. Actieve beleggingsbeslissingen worden daardoor steeds vaker door AI genomen.
Het gevolg is dat een actieve vermogensbeheerder voor het eerst echt een beter rendement dan de index kan beloven, zonder dat de kosten dat voordeel weer tenietdoen. Er is wel één voorbehoud. Als iedereen op dezelfde manier gaat beleggen, verdwijnt het voordeel. Een markt kan nooit volledig efficiënt zijn, want dan loont het voor niemand meer om informatie te verzamelen. Maar dat evenwicht is nog lang niet bereikt.
Waarom wealth management meer waard wordt
Betekent dit dat de beleggingsadviseur verdwijnt? Integendeel. De adviseurs binnen wealth management zijn vooral goed in relatiebeheer. Dat is de essentie van private banking. Een klant komt niet voor een model, maar voor vertrouwen. Dat vertrouwen is het meest waard op de momenten dat markten dalen en emoties de overhand krijgen. Een goede adviseur behoedt een klant dan voor de klassieke gedragsfouten. Dat is zo menselijk dat AI het niet kan vervangen.
AI maakt die adviseur wel beter. Rapportages, voorbereiding van gesprekken, en de controle of een portefeuille past bij de klant, gaan sneller en nauwkeuriger. De adviseur houdt meer tijd over voor waar het echt om draait: het gesprek.
Daar komt bij dat AI veel nieuw vermogen zal scheppen. Oprichters, vroege werknemers met aandelenopties, en beleggers in de winnende bedrijven worden miljonair. Die nieuwe groep vermogenden profiteert van lagere kosten en betere beleggingsresultaten. Hun aantal zal sterk groeien. Voor rentenierend Nederland kan het een economisch speerpunt worden, alleen niet onder het huidige boxenstelsel.
Schaal wordt alles
AI vraagt om forse investeringen in data, rekenkracht, beveiliging en compliance. Dat zijn grotendeels vaste kosten. Hoe meer vermogen een partij beheert, hoe lager die kosten per euro zullen worden. AI zal daarom een golf van schaalvergroting in wealth management veroorzaken. Het beheerd vermogen – de assets under management – wordt nog meer dan nu de belangrijkste factor voor de waardering van een vermogensbeheerder.
Voor beleggers betekent dit een verschuiving binnen de financiële sector. De waarde verplaatst zich van de balans naar het beheerd vermogen. Van partijen die verdienen aan het financieren van toekomstige kasstromen naar partijen die verdienen aan vertrouwen en schaal. Banken lenen tegen de prijzen van gisteren. Vermogensbeheerders profiteren van de overvloed van morgen.
Meer columns van Han Dieperink