Biodiversiteit integreren in beleggingsportefeuilles (ronde tafel ‘Beyond Net Zero’ – deel 3)

Biodiversiteit integreren in beleggingsportefeuilles (ronde tafel ‘Beyond Net Zero’ – deel 3)

In deel 3 van het rondetafelverslag ‘Beyond Net Zero’ bespreken de experts de mogelijkheden om via beursgenoteerde markten in biodiversiteit te beleggen. Ook de samenhang tussen biodiversiteit, klimaat en voedselzekerheid komt aan bod. Hoe kunnen beleggers ambitieuze, maar realistische biodiversiteitsdoelstellingen formuleren?

Door Hans Amesz  

     

VOORZITTER:

Jochen Harkema, ING Global Investment Centre

 

DEELNEMERS:

Tim Balemans, MN

Adrien Cambonie, UBP

David Hawkins, Allianz Global Investors

Robert Klijn, Fair Impact

Marjolein Meulensteen,  a.s.r. vermogensbeheer

Nicholas Moss, Nuveen Natural Capital

Karel Nierop, Triodos Investment Management

Maria Velkova, Aqua-Spark

       

Is voor beleggen in biodiversiteit een plek weggelegd op de openbare aandelenmarkten? En zo ja, hoe moet dit dan worden gepositioneerd binnen een aandelenportefeuille?

Cambonie: ‘Het is niet alleen mogelijk om via beursgenoteerde markten in bio diversiteit te beleggen, het is ook nood zakelijk. Vanwege de omvang van het probleem moeten we zoveel mogelijk inspanningen leveren. Tien jaar geleden zeiden de Verenigde Naties dat er jaarlijks vijf tot zeven biljoen dollar nodig zijn om de SDG’s te realiseren. Dat is ongeveer de omvang van de private markt. Ik ben ervan overtuigd dat we absoluut publiek kapitaal nodig hebben, evenals private bedrijven. Grote beurs genoteerde bedrijven beschikken over de balans die nodig is om daadwerkelijk in de transitie te investeren.’

Meulensteen: ‘Ik denk dat er op de beurs ook impact kan worden gerealiseerd door te beleggen in oplossingen die de negatieve impact op de biodiversiteit verminderen.’

Nierop: ‘Zogenoemde groene obligaties, waarvan het aanbod toeneemt, bieden een manier om een deel van het verlies aan biodiversiteit ongedaan te maken door geld uit de private markten aan te trekken.’
 

Veel mensen zien de natuur en biodiversiteit als een decor. Maar niets is minder waar: wij mensen zijn onderdeel van die natuur

 
Moss
: ‘Hoewel dit geen onderdeel uitmaakt van onze portefeuilles, houden wij ons als bedrijf wel bezig met impactobligaties en hebben wij geïnvesteerd in obligaties voor herbebossing en de bescherming van neushoorns. Deze initiatieven zijn onder steund door verschillende actoren, waaronder de Wereldbank.’

Velkova: ‘We houden groene obligaties in de gaten, maar we zien ze niet heel vaak. Dat komt, denk ik, door het ontbreken van één enkele meeteenheid voor de effectiviteit van groene obligaties. Misschien moeten we op het gebied van biodiversiteit hetzelfde doen als ten aanzien van de energiesector, namelijk niet stoppen omdat er nog veel imperfecties zijn.’

Er bestaat een onderlinge samenhang tussen CO2-uitstoot, biodiversiteit en voedselzekerheid. Wat zou een manier zijn om deze drie onderwerpen te combineren?

Velkova: ‘Voor ons is eiwitproductie de schakel tussen die onderwerpen, omdat we die zien als de bepalende factor voor hoe onze CO2-uitstoot er de komende vijfentwintig jaar uit zal zien, hoe de bio diversiteit hierdoor zal worden beïnvloed, en hoe de groeiende bevolking gevoed zal worden. Onze investeringsthese is dat duurzaam gekweekte vis, schaal- en schelp dieren een oplossing kunnen vormen. Natuurlijk niet de enige, maar een groot deel van de oplossing. We zien op dit gebied veel beweging: de sector is geen niche meer. Ik ben optimistisch en denk dat we ons weer op een belangrijk keerpunt bevinden, waarbij ik de parallel trek tussen de zogenoemde blauwe economie en hernieuwbare energie. Vanuit het oogpunt van een investeerder is er een enorme kans om in deze sector te inves teren, want volgens de Wereldbank is er de komende vijfentwintig jaar 1,5 biljoen dollar nodig om in aquacultuur te inves teren. We hebben veel lessen geleerd uit de landbouw die we kunnen toepassen op de aquacultuur. Nu bestaat de kans om die lessen toe te passen en ervoor te zorgen dat het betere rendementen oplevert voor beleggers.’ 

Moss: ‘Op assetniveau is er een reële kans om voedsel zekerheid, CO2-opslag en biodiversiteit te combineren. Verder kun je op portfolio niveau, door verschillende strategieën te combineren, ook een combinatie van voedsel- en houtzekerheid bieden, waarbij je eco systeemherstel beschouwt als een aanvullende asset binnen een portefeuille, naast productieve assets zoals hout en landbouwgrond. Wij denken dat dit enkele van de beste kansen biedt om rechtstreeks te investeren in alle drie de genoemde onderwerpen.’ 

Nierop: ‘De grotere voedingsbedrijven zijn in veel opzichten de oligarchen van onze consumptie. Door ze via de beurs te beïnvloeden – bijvoorbeeld via engagement of aandeelhoudersactivisme – kun je het beleid sturen. En dat beleid raakt alles: van de inkoop van grondstoffen en hun productiemethoden tot elke andere schakel in de waardeketen. Zo creëer je een hefboomeffect dat de hele sector kan veranderen.’
 

Kortetermijn- denken is hier niet van toepassing, maar helaas is ons financiële systeem sterk gebaseerd op kortetermijn- metingen.

 
Balemans
: ‘In ons engagementprogramma met twintig bedrijven uit de voedsel- en retailsector benadrukken we de nauwe samenhang tussen klimaat, biodiversiteit en voedselzekerheid. Deze samenhang komt onder meer tot uiting in thema’s als de eiwittransitie en de transitie naar duurzamere en meer regeneratieve landbouwsystemen. Daarbij besteden we ook aandacht aan de weerbaarheid van toeleveringsketens: hoe beïnvloeden klimaatverandering en natuurverlies de beschikbaarheid van grondstoffen en producten, en in hoeverre blijven huidige productieregio’s over tien of twintig jaar nog geschikt voor de productie ervan? Met bedrijven gaan we in gesprek over de specifieke uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd en over de rol die iedere schakel in de keten kan spelen bij het realiseren van deze transities. Daarnaast onderzoeken we hoe we via gerichte impactinvesteringen kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van duurzame landbouw- en voedselsystemen en daarmee aan een veerkrachtigere economie.’

Klijn: ‘De overheid maakt eigenlijk geen onderscheid tussen regeneratieve landbouw en de huidige landbouw praktijken. Als je kijkt naar de natuurlijke compensatiegebieden, wat doet Staatsbosbeheer dan? Ze sturen die grote koeien, de Schotse hooglanders, erheen, alleen maar om hetzelfde te doen als wat normaal gesproken regeneratief vee zou doen. De boeren worden nu weggejaagd uit de natuurlijke compensatiegebieden, terwijl intussen koeien worden binnengehaald om te regenereren. De overheid doet dus twee tegengestelde dingen. Hier is dus duidelijk sprake van een verkeerde toewijzing van kapitaal. De overheid ziet op de een of andere manier niet in dat wat deze regeneratieve boeren doen, een positieve invloed heeft op de natuur.

Wat zijn realistische maar ambitieuze biodiversiteits doelstellingen, en hoe kunnen deze worden ingezet om beleggingsportefeuilles in de juiste richting te sturen?

Klijn: ‘Ik zie drie krachten die het systeem nu al in beweging brengen. De consument wil als eerste weer echte producten: biologisch, gefermenteerd, onbewerkt. Ten tweede trekt de wetgeving aan: er lopen rechtszaken tegen voedingsbedrijven over de impact van hun producten op gezondheid en natuur. De derde factor is dat wetenschap beleid wordt. In de Verenigde Staten is de darmgezondheid van de bevolking een federale prioriteit geworden, inclusief aandacht voor gefermenteerde voedingsmiddelen. Die drie krachten versterken elkaar’. 

Meulensteen: ‘Het is belangrijk om ambitieus te zijn. Het aanpakken van biodiversiteitsverlies is een langetermijn - zaak.’

Velkova: ‘Zodra je begint te investeren in iets dat verband houdt met biodiversiteit en je verwacht dat het zich op kwartaal basis op een volkomen voorspelbare manier gedraagt, ga je de bocht afsnijden. Kortetermijndenken is hier niet van toepassing, maar helaas is ons financiële systeem sterk gebaseerd op kortetermijn metingen. Daarom zijn we ook een fonds met een open-end-looptijd. We vinden dat een structuur met een looptijd van vijf jaar niet echt geschikt is. Je zult dan niet in staat zijn om het financiële rendement te laten zien dat een belegger zou verwachten, en dan dien je het doel eigenlijk niet.’
 

Het tegengaan en het omkeren van het verlies aan biodiversiteit vullen elkaar aan.

 
Balemans
: ‘Voor een pensioenfonds zou een goede biodiversiteitsdoelstelling financieel relevant, beïnvloedbaar en meetbaar moeten zijn. We zien in de markt dat veel pensioenfondsen nog worstelen met het formuleren van een kwantitatieve biodiversiteitsdoelstelling, omdat de meetmethoden nog volop in ontwikkeling zijn. Daarom vinden wij een combinatie van risico-, engagement- en impact doelstellingen momenteel sterker dan een harde biodiversiteits-KPI. Voor onze klanten streven we ernaar de negatieve impact van onze portefeuille op biodiversiteit te verminderen en waar mogelijk bij te dragen aan natuurherstel. Dit kunnen we doen door natuur gerelateerde risico’s en afhankelijkheden te integreren in beleggingsbeslissingen, bedrijven te stimuleren hun impact op biodiversiteit terug te dringen, en te investeren in oplossingen die bijdragen aan veerkrachtige ecosystemen en voedselsystemen.
  

IN HET KORT

Biodiversiteitsverlies is een systeemrisico, maar creëert ook kansen om te investeren.

Beleggers moeten zich richten op sectoren waar zij rechtstreeks kunnen investeren in biodiversiteit en ecosysteemdiensten en tegelijkertijd kunnen profiteren van structurele vraagfactoren.

Een praktische manier om verbetering van biodiversiteit te meten, is bodemgezondheid.

Op de beurs kan ook impact worden gerealiseerd door te beleggen in oplossingen die de negatieve impact op de biodiversiteit verminderen.

Op assetniveau is er een reële kans om voedsel zekerheid, CO2-opslag en biodiversiteit te combineren.

Het is belangrijk om ambitieus te zijn. Het aanpakken van het verlies aan biodiversiteit is een langetermijnzaak.

  

Jochen Harkema

Jochen Harkema is co-Manager van het ING Impact Fund en sinds 2012 Specialist Duurzaam Beleggen bij het ING Global Investment Centre. Hij combineert fondsselectie met het ontwikkelen en toetsen van ESG-beleid. Harkema publiceert over materiële duurzaamheids ontwikkelingen en adviseert analisten en portfolio managers op dit gebied. Hij is ook de auteur van ‘Duurzaam Beleggen voor Dummies’.

 

Tim Balemans

Tim Balemans is Adviseur Verantwoord Beleggen bij MN, fiduciair adviseur en vermogensbeheerder voor onder meer PMT en PME. In deze rol adviseert hij over strategieontwikkeling en actief aandeel houderschap op het gebied van klimaat en biodiversiteit. Daarnaast speelde hij een belangrijke rol in de ontwikkeling van biodiversiteit als thema binnen verantwoord beleggen en bij de opzet van het engagement- programma van MN op het gebied van biodiversiteit.

 

Adrien Cambonie

Adrien Cambonie is een specialist in impactbeleggen en aandelenportefeuille beheerder bij Union Bancaire Privée, waar hij de afgelopen 8 jaar diepgaande expertise heeft opgebouwd in financiële en impact analyse, stakeholder betrokkenheid en impactmeting. Momenteel beheert hij een Biodiversity Restoration-fonds en zet hij kapitaal in op de publieke markten om ecologische verandering te bewerkstelligen.

 

David Hawkins

David Hawkins heeft meer dan 15 jaar ervaring op het gebied van duur zaam - heid en governance binnen private markets en is onlangs gestart bij het Impact and Sustainability Private Markets-team van Allianz Global Investors. Daarvoor was hij Senior Vice President ESG bij NextEnergy Group en Environment & Sustainability Lead binnen de olie- en gassector, met verantwoordelijk heden op het gebied van onder meer luchtvaart, logistiek en vastgoed.

 

Robert Klijn

Robert Klijn is oprichter van Fair Impact, een onafhankelijk consultancybureau voor pensioen fondsen, vermogens beheerders en research boutiques. Hij begon zijn loopbaan in 2002 bij ING Equity Markets als een van de eerste ESG-specialisten in Nederland en vertegenwoordigde via Fair Impact meerdere toon aangevende ESG researchbedrijven.

 

Marjolein Meulensteen

Marjolein Meulensteen is Senior Adviseur   Responsible Investing bij a.s.r. vermogensbeheer. In haar rol is zij verant woordelijk voor de ontwikkeling van strategie en beleid voor verantwoord beleggen en voor het beleid op bio diversiteit en natuurlijke hulp bronnen. Eerder werkte zij bij a.s.r. als Duurzaamheids manager en als Consultant Internationaal Milieubeleid. 

 

Nicholas Moss

Nicholas Moss is Hoofd Nature Based Solutions bij Nuveen Natural Capital, waar hij verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van investerings strategieën en het beheer van een portefeuille op het gebied van bosbouw, landbouw en ecologisch herstel. Met meer dan 15 jaar ervaring leidde hij onder andere een fonds dat zich richt op duurzame land- en bosbouw. Eerder werkte hij bij Mirova Natural Capital en PwC.

   

Karel Nierop 

Karel Nierop is Head of Products & Solutions bij Triodos Investment Management. Hij is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van schaalbare impact beleggingsstrategieën, onder andere op het gebied van bio diversiteit en natuurlijk kapitaal. Met meer dan 20 jaar ervaring in bankieren en impact investing, waarvan 15 jaar bij Triodos, combineert hij zijn uitgebreide investeringsexpertise met een sterke focus op wat beleggingen opleveren voor natuur en samenleving.

    

Maria Velkova   

Maria Velkova is Chief Investment Officer bij Aqua-Spark, een Article 9-impactfonds dat kapitaal alloceert langs de duurzame aquacultuurwaarde keten. Zij is verant woordelijk voor het beheer en de uitbreiding van de portefeuille, met een spreiding over productie (landbouw), alternatieve voedings ingrediënten, aqua technologie en gezond heids oplossingen.

   

   

Lees het verslag in het digitale magazine