Van data naar beleggingsbeslissingen (ronde tafel ‘Beyond Net Zero’ – deel 2)

Van data naar beleggingsbeslissingen (ronde tafel ‘Beyond Net Zero’ – deel 2)

In deel 2 van het rondetafelgesprek ‘Beyond Net Zero’ bespreken de experts hoe beleggers risico’s en impact kunnen meten. Welke databronnen zijn beschikbaar, hoe betrouwbaar zijn deze en hoe kunnen beleggers ondanks beperkte gegevens verantwoorde investeringsbeslissingen nemen? Ook de minimumeisen voor beleggingen komen aan bod.

Door Hans Amesz  

     

VOORZITTER:

Jochen Harkema, ING Global Investment Centre

 

DEELNEMERS:

Tim Balemans, MN

Adrien Cambonie, UBP

David Hawkins, Allianz Global Investors

Robert Klijn, Fair Impact

Marjolein Meulensteen,  a.s.r. vermogensbeheer

Nicholas Moss, Nuveen Natural Capital

Karel Nierop, Triodos Investment Management

Maria Velkova, Aqua-Spark

       

Wat zijn de belangrijkste gegevens bronnen op het gebied van bio diversiteit en wat zijn hun belang rijkste beperkingen voor beleggers?

Nierop: ‘Een praktische manier om verbetering van de biodiversiteit te meten – die tegelijkertijd ook risico’s beperkt en een oplossing biedt voor zowel bosbouw als landbouw – is bodemgezondheid. Dit is een van de kerndoelen in onze investerings strategie in deze sectoren. Bodemgezondheid kun je onder andere meten aan de hand van biologisch materiaal in de bodem, door bodemmonsters te nemen en in de loop van de tijd te meten hoe de dichtheid en het gehalte aan biologische materiaal toenemen. Door het gebruik van chemische middelen te verminderen of te elimineren en in plaats daarvan biologische middelen te gebruiken, kun je de bodemgezondheid verbeteren, waardoor je beter beschermd bent tegen overstromingen en zelfs branden.’

Moss: ‘We maken gebruik van talrijke datasets en methoden, maar een van de interessantste waarmee we ons mee bezig hebben gehouden, zijn de natuurlijke kapitaalrekeningen. Met deze overzichten willen we alle ecosysteemdiensten in kaart brengen waarvan een landbouwbedrijf, bos of ander landgebonden bezit afhankelijk is. Vervolgens passen we economische analyses toe om hier een financiële waarde aan toe te kennen, zodat we de diensten die ze leveren kunnen waarderen, vergelijkbaar met een financiële balans. Het belang hiervan is dat het beleggers een manier biedt om eco systeemdiensten die moeilijk te begrijpen zijn, te conceptualiseren. Bodemgezondheid staat bijvoorbeeld gelijk aan dollars, net als ecosysteemgezondheid en productie. Als je dat allemaal op een voor beleggers begrijpe lijke manier kunt presenteren, maar ook kunt laten zien waar aantasting tot verliezen leidt, is dat een effectief instrument om ook te kunnen managen. De methodologieën zijn nog wel in ontwikkeling. Het is moeilijk om tot sommige van deze inzichten te komen, maar ik denk dat het op dit moment een van de beste manieren is om conceptueel een holistisch model van ecosystemen en biodiversiteit en hun economische waarde op te zetten.’
 

Voor ons gaat het vooral om de integriteit van het ecosysteem op de plekken waar we investeren.

 
Meulensteen
: ‘We kunnen veel meten op projectniveau en die informatie kunnen we gebruiken om proxy’s te creëren, maar dan voor grotere portefeuilles. Ook al steunen deze gegevens niet altijd op de daad werkelijke meting van de biodiversiteit ter plaatse, ze geven wel een goed eerste beeld. Ook wetenschappelijke inzichten ontwikkelen zich razendsnel. Hoewel de informatie niet altijd perfect is, is er genoeg om op te sturen.’

Cambonie: ‘We zien dat steeds meer data leveranciers satellietbeelden gebruiken via ruimtelijke analyse. Dat lost niet al je problemen op, maar als je bijvoorbeeld een idee wilt krijgen van het risico waarmee een bedrijf in de toeleveringsketen te maken heeft, dan kun je verschillende assets vergelijken met verschillende natuurlagen – zoals waterstress of ontbossing – en van daaruit een beeld krijgen van het natuurrisico.’

Hawkins: ‘Veel bedrijven compenseren hun CO2-uitstoot en proberen ook natuur gebaseerde oplossingen te meten. Hoe kun je meten wat je doet? Je plant bijvoorbeeld duizend bomen, maar het succespercentage daarvan is misschien maar 40%. Hoe houd je dat in stand? Hoe houd je dat in de gaten? Onlangs kwam ik een bedrijf tegen dat niet alleen gebruik maakt van teledetectie, maar ook mensen ter plaatse inzet. Er wordt gekeken naar de levenscyclus van de investering: in dit geval naar de bomen in de loop van de tijd. De beschikbare datasets combineren verschillende elementen, bijvoorbeeld chlorofylindexen, wat in feite neerkomt op het construeren van een soort meetinstrument om je investering te verifiëren. Dit is al geruime tijd heel relevant, zowel voor compensatie als voor daadwerkelijke herbebossingsprojecten.’

Nierop: ‘Naast gegevens op het niveau van individuele assets of investeringen, wil je op een gegeven moment ook gegevens op portefeuilleniveau hebben, met proxy’s, zodat je die kunt vergelijken. Dit biedt een meer gestandaardiseerd kader om de bio diversiteitsvoetafdruk van een individuele investering, of zelfs een portefeuille, vast te stellen.’

Balemans: ‘Data op het gebied van bio diversiteit is volop in ontwikkeling. Er zijn steeds meer databronnen beschikbaar, variërend van bedrijfsrapportages tot wetenschappelijke gegevens over eco systemen, landgebruik, ontbossing en watergebruik. Tegelijkertijd blijft het een uitdaging om deze verschillende data bronnen met elkaar te verbinden en te vertalen naar consistente indicatoren voor beleggers. Zo is informatie over de staat van de natuur vaak beter beschikbaar dan gegevens over de impact en afhankelijk heden van individuele bedrijven. Via het Partnership for Biodiversity Accounting Financials (PBAF) dragen we bij aan de ontwikkeling van standaarden en metho dieken die financiële instellingen helpen om biodiversiteitsdata op een consistente manier te verwerken in analyses en verslaggeving.’

Velkova: ‘Wat ik heb gehoord, is dat we wel weten wat de biodiversiteit negatief beïnvloedt, maar dat we niet echt meten wat het positief beïnvloedt.’ 

Nierop: ‘Er gaat juist veel aandacht uit naar hoe je positieve impact meet. Als je kijkt naar de belangrijkste drijfveren van Important Bird and Biodiversity Areas, oftewel IBA’s, voor wetgeving inzake bio diversiteit, en dat is vrij goed gedocumen teerd, dan is het vrij duidelijk bij welke factoren je op je hoede moet zijn, of waar je bij investeringen moet controleren welk beleid een bedrijf bijvoorbeeld heeft tegen ontbossing of op het gebied van hernieuw bare energie.’
 

Juist omdat pensioenfondsen decennialange verplichtingen hebben, is het belangrijk om verder te kijken dan de waan van de dag.

 
Velkova
: ‘Ik denk dat we alleen nog maar aan de oppervlakte krabben van wat er in het systeem gebeurt. We meten niet echt het effect dat bijvoorbeeld visvangst op het klimaat en de oceaan heeft. Zodra je kleine vissen wegvangt, verlies je bijvoorbeeld de grote en nog grotere vissen. Elk schoolkind zou deze samenhang begrijpen, en toch nemen we die niet mee in onze manier van denken.

Nierop: ‘Als je het hebt over het investeren in biodiversiteit en de natuur, draait de discussie vooral om de vraag wat je kunt aantonen om een positieve impact te hebben. Ik denk dat dat de verkeerde discussie is. We weten echt al wel hoe het beter kan. Het gaat ook om wat we nu wel doen, en niet alleen vanuit moreel, maar ook vanuit financieel oogpunt, zowel qua risico’s van niets doen als kansen die er zijn.

Zou je op basis van beperkte cijfers allocatiebeslissingen kunnen nemen?

Hawkins: ‘We hebben gevallen gezien van energiecentrales die proberen over te schakelen naar een op biomassa gebaseerde opzet als overgangsmethode, terwijl ze intussen gebruik blijven maken van fossiele brandstoffen. In de Verenigde Staten is er een proces van toegestane bebossing rondom die installaties. Het bos eromheen wordt gekapt – uiteraard voor houtproducten – en wat er op de grond achterblijft, wordt ter plekke verbrand. Het idee was dat de bio massacentrale de reststoffen – die toch gewoon verbrand zouden worden – zou gebruiken als brandstof voor hun eigen stroomopwekking. Ze vinden het zelf een heel groene aanpak, maar wij beschouwen het niet echt als ‘hernieuwbaar’. Het is een overgangsmaatregel, mits aan bepaalde voorwaarden met betrekking tot de grond stoffen wordt voldaan. We hebben wel een milieu-due diligence uitgevoerd. In dit specifieke geval was het grootste risico voor ons dat ze geen beleid tegen ontbossing hadden, geen inkoopbeleid, en beperkte due diligence op het gebied van inkoop, ook al zou hun moedermaatschappij zich hiertoe verbinden en al dit resthout verzamelen en aan hen leveren. Wij hebben toen gezegd: het risico bestaat dat jullie uiteindelijk gedeeltelijk bevoorraad worden met hout uit zeer waardevolle bossen in het gebied, oerbossen met een hoge bio diversiteit. Daar is goed bestuur nodig. Het kostte hen tijd om dit te verwerken, maar ze hebben het wel ter harte genomen. Dit is een voorbeeld van hoe het bio diversiteitsverlies zo laag mogelijk kan worden gehouden. We hebben ook, als onderdeel van de overeenkomst, afgesproken dat we over zes maanden terugkomen, omdat we dit als een relatief belangrijk risicopunt beschouwen.’ 

Balemans: ‘De gegevens zijn misschien nog niet perfect, maar er zijn wel degelijk mogelijkheden om hier iets mee te doen. Voor ons zou het effectiever kunnen zijn ons meer te richten op de onderliggende oorzaken van biodiversiteitsverlies dan uitsluitend te vertrouwen op geaggregeerde voetafdrukcijfers. De oorzaken omvatten factoren zoals verandering in landgebruik, waterverbruik en vervuiling, en de exploitatie van hulpbronnen. De relevantie van deze oorzaken varieert volgens ons ook nog per sector. Geaggregeerde gegevens kunnen goede hulpmiddelen zijn om te bepalen wat belangrijk is in de sector.’

Meulensteen: ‘Voor ons is het belangrijk dat bedrijven met een grote marktinvloed die een hoog risico lopen, of aan risico’s blootstaan, plannen hebben om die risico’s te beperken en zelf de beoordelingen uit voeren. Wat is hun impact? En als ze dat op lokaal nivieau kunnen vaststellen, is dat nog beter.’ 

Aan welke minimumeisen moet worden voldaan voordat er een investering wordt gedaan?

Hawkins: ‘Bij de screening is absoluut sprake van een minimumdrempel of een rode vlag. Er zijn een paar echt fundamentele best practice-elementen. De best practices zijn in feite de basisprincipes. Het spectrum kan breed zijn: je hebt bedrijven in portefeuille met zeer hoge normen, maar ook bedrijven met lage, of liever, onvolwassen normen. Op het niveau van de basisscreening gaat het in feite om de vraag: hoe ga je om met beschermde gebieden, of gebieden met een hoge landschappelijke of netto waarde? Wij zullen ook aanbevelingen en advies geven om de situatie te verbeteren. We hebben bijvoorbeeld suggesties over goede praktijken gedaan, wat verantwoord beheer inhoudt en hoe beleid inzake ontbossing eruitziet.’

Velkova: ‘Elke vorm van winnings activiteiten die de oceaan uitputten, is voor ons een no-go. Dat is iets waarvan we niet zien hoe je het echt kunt verzachten.’

Nierop: ‘We hebben uitgebreide minimum normen over verschillende onderwerpen. Principieel beleggen we niet in fossiele brandstoffen, mijnbouw, grootschalige industriële landbouw, enzovoort. We hebben een universum van bedrijven die wel aan onze minimumnormen voldoen. We hebben daarop een portefeuillescan uitgevoerd en vervolgens, met name op het gebied van biodiversiteit, een beoordeling gemaakt. We willen heel gericht in dialoog treden met bedrijven. Dus: wat zijn de onderwerpen en sectoren met hoge prioriteit waarop we ons moeten richten voor ons programma met betrekking tot biodiversiteit? De onderwerpen die we hebben vastgesteld zijn ontbossing en watervervuiling.’
 

Op assetniveau is er een reële kans om voedselzekerheid, CO2-opslag en biodiversiteit te combineren.

 
Meulensteen
: ‘Wat ontbossing betreft, investeren we niet in palmolieproducenten die niet-gecertificeerde palmolie produceren. Hetzelfde geldt voor papierbedrijven die zich niet houden aan de strengste normen van het Forest Stewardship Council, de FSC-normen. De mogelijkheid tot dialoog met bedrijven is misschien nog wel een belangrijkere factor voor een beursgenoteerde beleggingsportefeuille.
 

Jochen Harkema

Jochen Harkema is co-Manager van het ING Impact Fund en sinds 2012 Specialist Duurzaam Beleggen bij het ING Global Investment Centre. Hij combineert fondsselectie met het ontwikkelen en toetsen van ESG-beleid. Harkema publiceert over materiële duurzaamheids ontwikkelingen en adviseert analisten en portfolio managers op dit gebied. Hij is ook de auteur van ‘Duurzaam Beleggen voor Dummies’.

 

Tim Balemans

Tim Balemans is Adviseur Verantwoord Beleggen bij MN, fiduciair adviseur en vermogensbeheerder voor onder meer PMT en PME. In deze rol adviseert hij over strategieontwikkeling en actief aandeel houderschap op het gebied van klimaat en biodiversiteit. Daarnaast speelde hij een belangrijke rol in de ontwikkeling van biodiversiteit als thema binnen verantwoord beleggen en bij de opzet van het engagement- programma van MN op het gebied van biodiversiteit.

 

Adrien Cambonie

Adrien Cambonie is een specialist in impactbeleggen en aandelenportefeuille beheerder bij Union Bancaire Privée, waar hij de afgelopen 8 jaar diepgaande expertise heeft opgebouwd in financiële en impact analyse, stakeholder betrokkenheid en impactmeting. Momenteel beheert hij een Biodiversity Restoration-fonds en zet hij kapitaal in op de publieke markten om ecologische verandering te bewerkstelligen.

 

David Hawkins

David Hawkins heeft meer dan 15 jaar ervaring op het gebied van duur zaam - heid en governance binnen private markets en is onlangs gestart bij het Impact and Sustainability Private Markets-team van Allianz Global Investors. Daarvoor was hij Senior Vice President ESG bij NextEnergy Group en Environment & Sustainability Lead binnen de olie- en gassector, met verantwoordelijk heden op het gebied van onder meer luchtvaart, logistiek en vastgoed.

 

Robert Klijn

Robert Klijn is oprichter van Fair Impact, een onafhankelijk consultancybureau voor pensioen fondsen, vermogens beheerders en research boutiques. Hij begon zijn loopbaan in 2002 bij ING Equity Markets als een van de eerste ESG-specialisten in Nederland en vertegenwoordigde via Fair Impact meerdere toon aangevende ESG researchbedrijven.

 

Marjolein Meulensteen

Marjolein Meulensteen is Senior Adviseur   Responsible Investing bij a.s.r. vermogensbeheer. In haar rol is zij verant woordelijk voor de ontwikkeling van strategie en beleid voor verantwoord beleggen en voor het beleid op bio diversiteit en natuurlijke hulp bronnen. Eerder werkte zij bij a.s.r. als Duurzaamheids manager en als Consultant Internationaal Milieubeleid. 

 

Nicholas Moss

Nicholas Moss is Hoofd Nature Based Solutions bij Nuveen Natural Capital, waar hij verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van investerings strategieën en het beheer van een portefeuille op het gebied van bosbouw, landbouw en ecologisch herstel. Met meer dan 15 jaar ervaring leidde hij onder andere een fonds dat zich richt op duurzame land- en bosbouw. Eerder werkte hij bij Mirova Natural Capital en PwC.

   

Karel Nierop 

Karel Nierop is Head of Products & Solutions bij Triodos Investment Management. Hij is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van schaalbare impact beleggingsstrategieën, onder andere op het gebied van bio diversiteit en natuurlijk kapitaal. Met meer dan 20 jaar ervaring in bankieren en impact investing, waarvan 15 jaar bij Triodos, combineert hij zijn uitgebreide investeringsexpertise met een sterke focus op wat beleggingen opleveren voor natuur en samenleving.

    

Maria Velkova   

Maria Velkova is Chief Investment Officer bij Aqua-Spark, een Article 9-impactfonds dat kapitaal alloceert langs de duurzame aquacultuurwaarde keten. Zij is verant woordelijk voor het beheer en de uitbreiding van de portefeuille, met een spreiding over productie (landbouw), alternatieve voedings ingrediënten, aqua technologie en gezond heids oplossingen.

   

   

Lees het verslag in het digitale magazine