Han Dieperink: De ezel en de steen
Han Dieperink: De ezel en de steen
Voor de derde keer in haar bestaan verkrapt de ECB op het verkeerde moment. Een tijdelijke energieschok verhult de afkoeling eronder, terwijl Europa juist richting een recessie schuift.
Door Han Dieperink, geschreven op persoonlijke titel
Dit jaar is de Europese Centrale Bank begonnen met het verhogen van de rente. Daarmee is zij voor de derde keer in haar bestaan onterecht begonnen aan een verkrappingscyclus. In 2001 en in 2008 ging het precies zo. De bank reageerde toen op inflatie die door grondstoffen werd aangejaagd, verkrapte te vroeg, en moest kort daarna terugschakelen. Zodra de impuls was uitgewerkt en de groei verslechterde, bleek de verhoging een vergissing. Het risico is dus niet theoretisch. Het scenario heeft zich al twee keer voltrokken, en toch loopt de bank er opnieuw met open ogen in.
Dezelfde steen, opnieuw energie
De aanleiding is wederom een energie schok. De crisis rond Iran en de Straat van Hormuz stuwde de energieprijzen op en verstoorde de toeleveringsketens. Zo’n schok drukt de groei terwijl hij tijdelijk de prijzen opjaagt. Precies in dat klimaat maakt de ECB de verkeerde keuze. De inflatie liep op van net onder de 2% naar 3% en een deel daarvan sijpelde door naar de kerninflatie, die nu rond de 2,5% ligt. Uit vrees voor tweederonde-effecten bagatelliseert de bank de tekenen van afkoeling.
De signalen die de bank negeert
Die tekenen zijn er wel degelijk. De cao lonen zwakken verder af en de energie schok heeft nog niet geleid tot hogere looneisen. De gemeenschappelijke, hardnekkige inflatiecomponent ligt nog altijd verankerd rond de 2%. De recente uitschieter is dus geen brede prijsstijging. Zodra de tijdelijke energie-effecten wegvallen, zeker als de olieprijs terugveert wanneer Hormuz normaliseert, oogt de onderliggende druk veel zwakker dan gedacht. De kerninflatie kan onder de 2% zakken. Bovendien exporteert China zich uit zijn eigen malaise en absorbeert Europa de overcapaciteit. De importprijzen van Chinese consumptiegoederen zijn sinds begin 2023 negatief en de sterke euro vergroot dat effect. Samen wijzen deze signalen op een krachtigere afkoeling dan de officiële cijfers laten zien.
Het contrast met de Verenigde Staten is veelzeggend. Als netto-exporteur van olie heeft de VS juist baat bij duurdere energie. Europa koos tweemaal verkeerd, eerst met Russisch gas en daarna met Qatarees LNG, en incasseert daarmee binnen vijf jaar zijn tweede stagflatoire klap.
Een continent richting recessie
En dat terwijl de economie al zo kwets baar is. Duitsland worstelt met een sluimerende energiecrisis, een verslechte rende concurrentiepositie en ongunstige demografie. De industriële productie bevindt zich er nog altijd dicht bij cyclische dieptepunten, vergelijkbaar met de kredietcrisis en de pandemie. Het fiscale offensief van bondskanselier Merz blijft steken in institutionele traagheid, waardoor het groeidividend opschuift naar 2027 of later. Frankrijk kampt met een tekort rond 5% van het bbp, de hoogste belastingdruk van de OESO, en verplichtingen boven 300% van het bbp. Een regelrechte crisis blijft dankzij de ECB waarschijnlijk uit, maar de rem op groei, winst en waardering houdt aan. Samen zijn beide landen goed voor de helft van de eurozone. Een technische recessie lijkt onvermijdelijk.
Dat is bij uitstek niet het moment om de rente te verhogen. Toch doet de ECB het, tegen beter weten in. Twee keer eerder kostte diezelfde reflex de bank kostbare tijd; dat dit een derde keer gebeurt maakt van een misstap een patroon. De ezel en de steen: de ECB is de uitzondering op het spreekwoord.
Lees de volledige column in Financial Investigator magazine