Webinar 'Impact Measurement'
Met de groei van impact beleggen verschuift de focus in toenemende mate van intentie naar bewijs. Want hoe meet je concreet de impact die je wilt maken? Tijdens een webinar van Financial Investigator gingen experts in op de rol van KPI’s en data, en op de uitdagingen bij het meten van impact.
Door Esther Waal
|
Voorzitter Arnold Gast, Morningstar Sustainalytics Deelnemers Carlo Cuijpers, a.s.r. vermogensbeheer Karlijn van Lierop, Achmea Investment Management Gerard Roelofs, Impact Orange Partners |
Moderator Arnold Gast maakt aan het begin van het webinar het belang van een eenduidige definitie van impactbeleggen duidelijk. ‘Dat voorkomt oppervlakkige claims.’ Voor het webinar is de definitie van het Global Impact Investing Network (GIIN) leidend: streven naar positieve sociale en milieuimpact naast financieel rendement. Met daarbij drie centrale begrippen: intentionaliteit, additionaliteit en meetbaarheid. ‘Als je de logica van intentionaliteit en additionaliteit volgt, dan kom je vanzelf bij het concrete meten van de uitkomsten,’ aldus Gast.
Voor Karlijn van Lierop is intentionaliteit het essentiële vertrekpunt. ‘Je moet aan de voorkant expliciet vaststellen aan welk maatschappelijk probleem je wilt werken. Als je niet bewust weet waar je verschil wilt maken, is het ook heel lastig om daarna vast te stellen welke concrete resultaten zijn behaald.’ Intentionaliteit is daarmee de kern, zo stelt ze. ‘Het is onderdeel van onze beleggingen en van onze search, en het staat centraal als wij een externe manager aanstellen.’
Het vooraf expliciet maken van doelen bepaalt volgens Van Lierop wat later meetbaar wordt. ‘Dan kan je daarna veel beter beoordelen hoe we die doelstellingen kunnen monitoren en welke metrics daarbij belangrijk zijn.’ Ook voor Carlo Cuijpers vormt intentiona liteit de basis. ‘Wij beoordelen intentiona liteit door te kijken of potentiële investe ringen een geloofwaardige ‘theory of change’ hebben, waarin duidelijk uiteen wordt gezet hoe deze positieve sociale of milieuresultaten creëren. De functie ervan gaat volgens hem verder dan alleen conceptueel denken. ‘Voor ons speelt zo’n theory of change een vergelijkbare rol als bijvoorbeeld een balans of jaarrekening bij het beoordelen van de business case van een investering.’ Een goede theory of change biedt daarmee niet alleen houvast bij de selectie van beleggingen vooraf, maar ook bij de evaluatie achteraf. ‘Je kunt daarmee terugkijken naar wat je vooraf voor ogen had en beoordelen of je daar achteraf tevreden over bent, en of je wellicht nog meer wilt doen.’
De experts benadrukken dat het meten van impact niet begint bij data, maar bij het duidelijk formuleren van de gewenste verandering. Pas wanneer dat duidelijk is, kunnen relevante KPI’s worden geformuleerd. Van Lierop beschrijft hoe meetbaarheid zich op meerdere niveaus afspeelt: op pensioenfondsniveau, op fondsniveau, en op bedrijfsniveau. ‘Op elk niveau kun je kijken of er een impactperformance is.’ Om verschillende redenen noemt ze dat belangrijk: ‘Ten eerste vanwege de monitoring, en ten tweede vanwege de accountability en transparantie. Je wilt zien of de impactmanager echt levert wat is afgesproken. En het is belangrijk om aan pensioendeelnemers uit te leggen wat impactbeleggen concreet betekent en wat het oplevert.’
Gerard Roelofs voegt vanuit zijn adviespraktijk toe dat impactambities altijd beginnen bij een uitvraag bij de deelnemers, parallel aan gesprekken met het bestuur en de beleggingscommissie. Onderdeel van het gesprek is hoe ver de impact moet reiken: impact first, of impact aligned? ‘Maar’, merkt hij op, ‘ambities moeten ook belegbaar zijn. Als je niet kunt investeren, blijft het een theoretische bezigheid.’
Die theorie wordt tastbaar in concrete investeringen. Zo noemt Van Lierop een windpark in Noorwegen, waarbij niet alleen de hoeveelheid opgewekte hernieuwbare energie en capaciteit wordt gemeten, maar ook het proportionele aandeel van de eigen investering.
Cuijpers haalt een belegging aan in een fonds met verschillende bedrijven die allemaal op een andere manier bijdragen aan een meer regeneratief voedselsysteem. ‘Van iedere belegging binnen het fonds is de theory of change heel duidelijk en die kun je daarom ook eenduidig meten door te kijken naar vermindering van voedselverspilling in tonnen of naar de hoeveelheid chemische bestrijdingsmiddelen die zijn bespaard.’
Roelofs vertelt over een boerderij in Portugal die met een investering geholpen werd richting regeneratieve landbouw. Hij geeft aan dat met een regeneratieplan actief kon worden gestuurd op doelen waarover vooraf was nagedacht. ‘Er werd minder water gebruikt, minder kunstmest toegepast, en de bodemkwaliteit verbeterde. Tegelijkertijd bleef de productie op peil.’ Het laat wat hem betreft zien dat impact meten niet per definitie leidt tot verlies van output en rendement.
Minder KPI’s, meer kwaliteit
Een terugkerend thema tijdens het webinar is de vraag hoeveel KPI’s eigenlijk nodig zijn om impact goed te meten. Volgens Van Lierop ligt de focus te vaak op aantallen. ‘Het gaat niet zozeer om de hoeveelheid KPI’s, maar om wat passend is. Welke KPI hoort echt bij de kernactiviteit van je belegging? Kwaliteit boven kwantiteit.’ Roelofs sluit zich daarbij aan. ‘Ik zie genoeg rapportages waar wel honderden KPI’s vermeld staan, waarbij uiteindelijk nauwelijks consequenties worden verbonden aan het al dan niet halen van een bepaalde doelstelling. Liever iets minder KPI’s, op een goede manier geaggregeerd en goed communiceerbaar, dan te veel’, voegt hij toe. Voor Cuijpers kan het zelfs wantrouwen opwekken als een manager heel veel datapunten oplevert. Hij stelt dat je als manager moet kiezen voor de KPI’s waar je echt voor in kunt staan. ‘De keten is soms best lang. Neem een private equitypartij met een bepaald fonds waaronder allerlei bedrijven liggen, met daaronder weer meerdere projecten. Partijen moeten in alle verschillende stadia van die keten de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de data.’
Datakwaliteit blijft echter een uitdaging. Hoewel standaarden als het GIIN framework en IRIS+ steeds breder worden toegepast, signaleren de panelleden nog belangrijke tekortkomingen. Cuijpers noemt verantwoordelijkheid over datakwaliteit een belangrijk aandachtspunt. Ook attributie – het correct toeschrijven van impact aan investeerders – is een knelpunt. ‘Je ziet vaak dat partijen impact dubbel tellen, of het totaal meerekenen zonder een vorm van attributie toe te passen.’ Wel ziet hij positieve ontwikkelingen. PCAF, het Partnership for Carbon Accounting Financials, heeft het vraagstuk van de attributie grotendeels opgelost voor de meting en toerekening van de klimaatimpact. ‘Dat deel zou simpelweg gekopieerd en geplakt kunnen worden in andere standaarden,’ aldus Cuijpers.
Volgens Van Lierop zijn de ontwikkelingen op klimaatgebied inmiddels relatief ver gevorderd, maar blijft met name het sociale domein achter. ‘Voor biodiversiteit worden stappen gezet. Als het gaat om de beschikbaarheid en kwaliteit van data voor gezondheid en kansengelijkheid zijn er ook initiatieven. Vanuit onze organisatie hebben we bijvoorbeeld bijgedragen aan LIFe, het Lifesciences and Healthcare Impact Framework.’
Roelofs wijst daarnaast op een ander probleem: de versnippering van dataleveranciers. ‘De kwaliteit van data en de kosten ervan blijven een uitdaging. Soms verdwijnt een leverancier ineens uit de markt, terwijl hun gegevens wel onderdeel zijn van je rapportageproces.’ Gast komt tot de slotsom dat continuïteit en kwaliteit van data complexe vraagstukken blijven. ‘En dat in een tijd waarin het creëren van data zo gemakkelijk is geworden,’ voegt hij toe. Roelofs concludeert: ‘Ja, data lijkt overal beschikbaar, maar de vraag blijft: is het ook informatie?’
|
IN HET KORT Een heldere definitie van impactbeleggen voorkomt oppervlakkige claims. Inten tionaliteit, additionaliteit en meetbaarheid staan hierbij centraal. Impact meten begint bij vooraf geformuleerde maatschap pelijke doelen en een geloof waardige theory of change. KPI’s moeten aansluiten bij de kern van de belegging. Kwali - teit gaat boven kwantiteit. Datakwaliteit, attributie en versnippering van data leveranciers blijven belang rijke uitdagingen. |
Lees het volledige verslag in het online magazine