Danny Dieleman: Private markets hebben geen keurslijf nodig
De ECB, DNB en de Bank of England duiken momenteel diep in private markets. Ze onderzoeken groei, verwevenheid en verborgen risico’s. Wat betekent dit voor beleggers?
Door Danny Dieleman, Oprichter D-Squared Capital
Verschillende Europese regelgevers duiken sinds dit voorjaar diep in private markets. De ECB besteedde in haar Financial Stability Review extra aandacht aan private credit. Bloomberg meldde dat de ECB data opvraagt bij twintig Europese banken. De Bank of England voert momenteel de Private Markets System Wide Exploratory Scenario (PM SWES) uit. En onlangs publiceerde DNB een rapport over verzekeraars, pensioenfondsen en private assets.
Regelgevers zien voordelen: private credit verbreedt de kredietverlening en verhoogt de financiële stabiliteit. Tegelijkertijd hebben ze ook zorgen. De markt groeit snel en is niet transparant. Banken, verzekeraars en fondsen zijn steeds sterker met elkaar verweven en leverage creëert mogelijk extra kwetsbaarheden. Bovendien heeft de sector nog geen langdurige stressperiode doorstaan.
Goede data ontbreekt echter. Regelgevers houden geen centrale dataset bij en commerciële datasets missen consistentie en onafhankelijkheid. Ook het toezicht is versnipperd. De ECB bekijkt alleen de twintig grootste banken. DNB onderzoekt enkel verzekeraars en pensioenfondsen. Deelname aan de Britse PE SWES door banken, verzekeraars en asset managers is vrijwillig. Hierdoor is er geen inzicht in de werkelijke risico’s in de sector. De zorgen van regelgevers kunnen dus niet geadresseerd worden.
De BoE test geen individuele instellingen, maar onderzoekt het hele ecosysteem van private markten. Banken, asset managers en beleggers berekenen straks de impact onder een hypothetisch extreem, maar plausibel scenario. Daarnaast rapporteren ze hun managementacties als reactie op dit scenario. De BoE publiceert de geaggregeerde uitkomsten begin 2027.
Ik verwacht dat de BoE tegen flinke reconciliatieproblemen aanloopt. Instellingen hanteren bijvoorbeeld geen eenduidige definitie van een default. Ook exposure kan op meerdere manieren gemeten worden. Maar ook voor onderliggende risk drivers zijn geen eenduidige definities.
Een logische uitkomst van de PM SWES is dat voor private markten eenduidige definities en rapportages nodig zijn. Bestaande bankraamwerken bieden hiervoor een logisch startpunt. Er ontstaat dan een consistent beeld over het hele ecosysteem, wat een groot winstpunt is.
Het PM SWES onderzoek mist de scherpte van een bankenstresstest. Deelname is vrijwillig en resultaten blijven geaggregeerd. Het is dus geen pass of fail test, zoals bij banken wel het geval is. Gedwongen kapitaalsverhogingen of herstructureringen hoeven we dan ook niet te verwachten.
Toch zetten regelgevers een belangrijke eerste stap. Ze verzamelen nu inzicht over de hele markt. Met de kennis over de best practices van alle instellingen kan de lat door de regelgevers geleidelijk voor iedereen hoger worden gelegd.
Voor beleggers is dit goed nieuws. Transparantie, eenduidige definities en kwaliteit helpen iedereen vooruit. Ook voor de instellingen zelf zijn er voordelen. Het structureel en consistent volgen van exposures is zeer waardevol voor interne risicorapportages. Rapportages voor de toezichthouder zijn dan een bijproduct.
Ik ben echter geen voorstander van vergaande standaardisatie. Met name uniforme kapitaalregels verschralen op termijn businessmodellen. Alle instellingen zullen optimaliseren op hetzelfde raamwerk, wat leidt tot minder ruimte voor onderscheidende en alternatieve investeringsstrategieën. Pluriformiteit houdt de markt juist gezond en stabiel.
Lees de volledige column in Financial Investigator magazine