Webinar 'The case for impact private debt in emerging markets'
Impact private debt in emerging en frontier markets heeft zich ontwikkeld van een op microfinanciering gerichte niche tot een bredere beleggingscategorie. De grote vraag is hoe volwassen de asset class is geworden en welke plaats zij verdient binnen institutionele portefeuilles. Tijdens een webinar van Financial Investigator gingen drie experts hierover in gesprek.
Door Esther Waal
|
VOORZITTER Harry Geels, Econoom, Senior Investment Advisor, Auréus
DEELNEMERS Marcel Jeucken, Oprichter & Managing Director, SustFin Yvan Renaud, CEO, Symbiotic Investments Sarah Stols, Manager Research & Selection Alternatives, Van Lanschot Kempen Investment Management |
Volgens Yvan Renaud begon het segment ruim twintig jaar geleden vrijwel volledig als microfinanciering. ‘We hadden een NGO+- benadering: we deden aan impactbeleggen, geen filantropie, maar begaven ons in risicovolle markten en realiseerden nog niet zo veel rendement.’ Inmiddels reikt de markt volgens hem veel verder. ‘Er is grote vooruitgang geboekt in het ecosysteem. We werken niet alleen samen met financiële instellingen, maar ook met bedrijven, projectfondsen en tech-gedreven businessmodellen. Verder is de macro-omgeving in veel opkomende en frontierlanden sterk verbeterd: centrale banken zijn onafhankelijker en transparanter geworden, het vermogen om de inflatie te beheersen is fors toegenomen en er zijn nieuwe lokale kapitaalmarkten in lokale valuta. Bovendien is er sprake van een grote bevolkingsgroei en een nog veel grotere economische groei. Qua omvang is de asset class gegroeid van $ 2 miljard in 2006 naar zo’n $ 33,6 miljard nu.’ Renaud noemt die groei enorm, maar erkent dat de asset class nog altijd relatief klein is. Voor institutionele portefeuilles ligt de aantrekkingskracht volgens het panel in de combinatie van drie elementen: diversificatie, stabiele inkomsten en een meetbare maatschappelijke bijdrage. Marcel Jeucken noemt opkomende en frontiermarkten vooral interessant vanuit het oogpunt van diversificatie en rendement. ‘Juist voor pensioenfondsen is diversificatie op de lange termijn belangrijk. Je kunt profiteren van illiquiditeitspremies, en je kunt markten betreden waar anderen nog niet komen en daardoor returns halen die anderen niet kunnen halen.‘ Om die reden verwacht Jeucken dat frontiermarkten nog weleens belangrijker kunnen worden.
Ook Sarah Stols ziet duidelijke voordelen: ‘Opkomende en frontiermarkten bieden exposure naar andere economische cycli, regio’s en bedrijfsmodellen dan beleggers in ontwikkelde markten doorgaans tegenkomen. Bovendien zijn bepaalde impactthema’s, zoals financiële inclusie, agrarische waardeketens en off-grid energie, er veel meer schaalbaar. Er zijn hier nog aanzienlijke financieringsgaten, en dat levert een groot scala aan kansen op.’ Ze noemt het om die reden een heel interessant gebied om in te investeren. Renaud wijst tot slot nog op de lage correlatie van de asset class met alles wat beursgenoteerd is. ‘Het is heel stabiel,’ voegt hij daaraan toe.
Op de vraag waar de categorie thuishoort in de portefeuille, reageert Stols dat ze de asset class als een ‘complementaire’ bouwsteen voor de portefeuille ziet. ‘Het combineert drie zaken die belangrijk zijn: diversificatie, stabiele inkomsten en meetbare impact. Wij plaatsen het in onze portefeuille als een aparte categorie.’ Jeucken geeft aan dat er geen universele aanpak bestaat. Sommige beleggers integreren het binnen de vastrentende allocatie, anderen creëren een aparte impactbucket. ‘Er is uiteindelijk niet één manier waarop het ergens in de portefeuille terechtkomt en het is belangrijk om vooraf te bepalen wat je wilt bereiken.’ Renaud geeft aan dat hij soms ziet dat grote instellingen het lastig vinden om de categorie te duiden. ‘Wat wij doen, is anders dan welke vorm van beursgenoteerd beleggen in duurzame financiering dan ook. Het is niet liquide, maar ook zeker niet te vergelijken met private debt met hoge rendementen. We hebben het hier over de reële economie. Misschien zelfs een beetje saai, maar met een grote impact.’
Ondanks de groei blijft volgens de panelleden een belangrijke uitdaging bestaan: de hardnekkige perceptie dat frontiermarkten per definitie zeer risicovol zijn. Deze aanname komt volgens Renaud niet overeen met de huidige economische realiteit. ‘De volatiliteit en onzekerheid bevinden zich tegenwoordig meer in de ontwikkelde markten.’ Hij wijst daarbij onder meer op lage overheidsschulden, een sterke bbp-groei, en een strengere begrotingsdiscipline in emerging markets. Ter illustratie stipt hij de kredietverliezen binnen de portefeuille van zijn organisatie aan. ‘We hebben in twintig jaar slechts 1,2% niet terug te halen defaults gehad binnen onze portefeuille.’ Stols benadrukt dat het werkelijke risico vooral schuilt in onvoldoende lokale kennis. ‘Veel van het gepercipieerde risico is eerder onzekerheid dan daadwerkelijk risico. Het is cruciaal om managers te selecteren die de lokale markt begrijpen, ter plaatse aanwezig zijn en een bewezen trackrecord hebben.’
Renaud herkent het belang van ‘boots on the ground’. ‘Maar,’ zo stelt hij, ‘je hebt ook een pijplijn en diversificatie nodig.’ Waar institutionele beleggers traditioneel de voorkeur geven aan valutarisico-afdekking, ziet Renaud een groeiende acceptatie van unhedged lokale-valutastrategieën. Terecht, wat hem betreft. Op basis van historische resultaten ziet hij een aantrekkelijke langetermijnvergoeding voor het dragen van valutarisico. Diversificatie speelt daarbij een belangrijke rol. ‘Je hebt eigenlijk minstens 25 à 30 valuta’s nodig.’
Moderator Harry Geels verschuift het gesprek naar rendement en liquiditeit. Stols roemt de relatief stabiele rendementen met lagere volatiliteit dan andere asset classes, gecombineerd met voorspelbare cashflows.
Renaud omschrijft de asset class als ‘steady income plus’: al 20 jaar goed voor circa 300 basispunten boven de risicovrije rente. ‘Misschien niet spectaculair, maar wel uiterst betrouwbaar, en institutionele beleggers waarderen dat.’ Volgens hem is de categorie inmiddels uitgegroeid tot een volwassen beleggingssegment. Ook liquiditeit blijkt in de praktijk zelden een knelpunt. ‘Zelfs in periodes van marktstress heb ik in 20 jaar tijd nauwelijks liquiditeitsproblemen gezien, ongeacht de structuur waarin wordt belegd.’
Vervolgens duikt het panel verder de diepte in op het gebied van het meten van impact. Jeucken stelt dat meten essentieel is, maar geen doel op zich mag worden. ‘Het is het slot op de deur tegen greenwashing.’ Hij noemt vijf vragen die belangrijk zijn: wat is de beoogde impact, wie ervaart die, hoeveel impact treedt er op, welke bijdrage levert de investeerder, en welke risico’s bestaan er dat de impact uitblijft? ‘Als additionaliteit onderdeel is van je impactstrategie, helpt deze asset class je daadwerkelijk om meer additionele impact te realiseren. Dat maakt het interessant.’
Additionaliteit is voor Stols een centrale toetssteen. ‘Het moet ingebed zijn aan het begin van het investeringsproces en niet iets wat je achteraf meet en rapporteert. Het stuurt de investeringsbeslissingen actief aan, óók bij de selectie van beheerders.’ Jeucken waarschuwt daarbij voor managers die ten onrechte impactclaims maken. ‘Begrijp de theory of change, begrijp de KPI’s die een manager hanteert en begrijp zijn intentionaliteit. Om de juiste manager te vinden, moet je zelf ook selectief zijn en jouw eigen intentie begrijpen. Wat is je doel? Welke KPI’s stel je jezelf?’
Over de toekomst zijn alle drie de sprekers positief. Renaud verwacht verdere groei, maar waarschuwt eveneens voor impactwashing. ‘We moeten terug naar de basis van de economie, de basis van het financieren van de samenleving – dat is de sleutel voor het veranderen van de wereld.’ Jeucken wijst op de kansen die de Wtp kan bieden aan pensioenfondsen om hun exposure naar frontiermarkten te vergroten. Stols besluit: ‘Wat begon als een nichecategorie, ontwikkelt zich tot een breed investeringsuniversum. Ik hoop dat meer institutionele beleggers erin duiken en er net zo enthousiast over worden.’
|
IN HET KORT Impactbeleggen in opkomende en frontiermarkten is uitgegroeid van microfinanciering tot een volwassen en breed investeringsuniversum. De asset class biedt diversificatie, stabiele inkomsten, lage correlaties en meetbare impact. Gepercipieerde risico’s zijn vaak groter dan de werkelijke risico’s. Emerging markets kennen lage overheidsschulden, een sterke bbp-groei en een strengere begrotingsdiscipline. Lokale expertise en brede diversificatie zijn cruciaal. |
Lees het volledige verslag in Financial Investigator magazine