De toekomst van impact investing (ronde tafel ‘Measurable Impact’ – deel 3)
In deel 3 van het rondetafelgesprek ‘From Theory of Change to Measurable Impact and Financial Return’ kijken de deelnemers vooruit. Ze bespreken de invloed van geopolitieke ontwikkelingen, de relatie tussen impact en rendement en hoe impact investing beter kan worden uitgelegd aan deelnemers en eindbeleggers.
Door Daphne Frik
|
VOORZITTER Laure Wessemius-Chibrac, NAB impact investing
DEELNEMERS Marjolein Meulensteen, a.s.r. vermogensbeheer Sasha Miller, Nuveen Cherry Muijsson, BlackRock Gert-Jan Sikking, PGGM Vincent Triesschijn, ABN AMRO Eszter Vitorino, Van Lanschot Kempen Investment Management Boris van Warmerdam, Wonderland Impact Investments |
Ontstaan er door geopolitieke ontwikkelingen nieuwe duurzaamheids- en impactthema’s naast de SDG’s?
Sikking: ‘Wij gebruiken de SDG’s als kader voor positieve bijdrage en impactinvesteringen, maar die doelen lopen officieel tot 2030. Tegelijkertijd verandert de wereld snel. Door geopolitieke ontwikkelingen ontstaan nieuwe thema’s zoals energiezekerheid, defensie en strategische infrastructuur. Denk bijvoorbeeld aan de discussie over Europese onafhankelijkheid, energievoorziening of digitale weerbaarheid. Dat roept ook de vraag op welke thema’s straks onderdeel worden van de volgende generatie duurzaamheids- en impactdoelstellingen. Misschien verschuift de focus dan meer richting maatschappelijke weerbaarheid en strategische autonomie, zoals onder andere beschreven in het Draghi-rapport.’
Miller: ‘Wat mij vooral opvalt, is hoe ver we nog van de SDG-doelen verwijderd zijn. Tijdens internationale bijeenkomsten wordt steeds duidelijker hoe groot het financieringstekort nog is om die doelen daadwerkelijk te behalen. Daarnaast zie je dat overheden minder middelen beschikbaar hebben en dat ook filantropie dat gat niet kan vullen. Daardoor wordt de vraag alleen maar urgenter hoe we veel meer privaat kapitaal kunnen mobiliseren richting impactinvesteringen.’
Dit is het geld van gewone mensen. Als zij niet begrijpen wat er met hun vermogen gebeurt, krijg je weerstand.
Triesschijn: ‘Daarnaast draait het ook om uitlegbaarheid. Mensen begrijpen thema’s als energiezekerheid, kinderarbeid of betaalbare zorg heel goed zolang je het concreet maakt en kunt laten zien wat een investering daadwerkelijk verandert. Daarnaast moet het rendement goed zijn. Dat is volgens mij ook cruciaal om draagvlak te behouden voor SDG-doelstellingen bij beleggingen.’
Sikking: ‘Pensioenfondsen moeten investeren in het belang van deelnemers, en deelnemers kijken inmiddels ook nadrukkelijker naar maatschappelijke stabiliteit. Het gaat niet alleen meer over financieel rendement, maar ook over de vraag in wat voor samenleving mensen straks met pensioen gaan. Thema’s als energiezekerheid, zorg en geopolitieke stabiliteit spelen daarin steeds nadrukkelijker mee.’
Muijsson: ‘De vraag is ook hoe je nieuwe supply chain-risico’s vertaalt naar asset allocatie en portefeuilleconstructie. Dat gaat niet alleen over duurzaamheid, maar ook over transitierisico’s, fysieke risico’s en strategische afhankelijkheden in voedselketens en gezondheidszorg. Beleggers moeten dus steeds beter begrijpen hoe die ontwikkelingen hun langetermijnrendementen en portefeuilles beïnvloeden.’
Vitorino: ‘Je ziet dat systeemdenken steeds belangrijker wordt. Impact gaat niet alleen meer over individuele projecten, maar ook over bredere maatschappelijke weerbaarheid. We zien dat het steeds vaker draait om de vraag hoe investeringen bijdragen aan grotere transities en aan het functioneren van systemen, bijvoorbeeld rond energie, zorg of infrastructuur.’
Moet de definitie van fiduciary duty worden verbreed zodat ook maatschappelijke en ecologische impact expliciet wordt meegenomen, of had Thierry Aartsen gelijk dat pensioenfondsen zich uitsluitend op financieel rendement moeten richten?
Vitorino: ‘Impactinvesteringen moeten financieel blijven presteren, maar fiduciary duty gaat volgens mij ook over de lange termijn. Je kunt klimaatrisico’s, biodiversiteitsverlies of sociale instabiliteit niet los zien van financieel rendement: dat soort ontwikkelingen hebben ook impact op economieën, bedrijven en portefeuilles. Daarom denk ik dat het te beperkt is om fiduciary duty alleen vanuit financieel kortetermijnrendement te bekijken.’
Meulensteen: ‘Als je systeemrisico’s zoals klimaatverandering negeert, doe je juist je fiduciary duty tekort.’
Muijsson: ‘Het probleem is vaak framing. Er wordt nog te vaak gedaan alsof impact investing automatisch ten koste gaat van rendement. Dat klopt simpelweg niet. Natuurlijk moet je nadenken over risico’s, tracking error en de rol van impactstrategieën binnen een bredere portefeuille, maar thema’s als klimaatverandering, biodiversiteit en sociale stabiliteit hebben ook financiële consequenties.’
Sikking: ‘In Nederland staat al in de pensioenwet dat pensioenfondsen niet-financiële factoren moeten meenemen. Dat is dus eigenlijk allang onderdeel van fiduciary duty.’
Meulensteen: ‘En deelnemers willen ook met pensioen kunnen gaan in een leefbare wereld.’
Sikking: ‘PFZW doet veel onderzoek onder deelnemers. En wat blijkt? Veel mensen vinden duurzaamheid belangrijk, ook als het misschien iets kost. Andere deelnemers willen zo veel mogelijk financieel rendement. Het pensioenfonds moet deze informatie van zijn deelnemers meenemen in het opstellen van zijn beleggingsbeleid.’
Wij geloven sterk in storytelling. Een verhaal over extra zorgcapaciteit, duurzame energie of betaalbare woningen is veel begrijpelijker dan ingewikkelde impacttabellen.
Miller: ‘In het Verenigd Koninkrijk wordt fiduciary duty momenteel ook opnieuw bekeken. Er zijn veranderende benaderingen in verschillende markten.’
Is het idee dat impact investing ten koste gaat van financieel rendement een misvatting?
Muijsson: ‘Ja, dat is een verkeerde voorstelling van zaken. Natuurlijk vraagt impact investing soms om een langere horizon, andere benchmarks of een ander risicobudget, maar dat betekent niet automatisch lagere rendementen. Veel discussies worden nog te zwart-wit gevoerd, alsof beleggers moeten kiezen tussen financieel rendement of maatschappelijke impact. Ons onderzoek laat zien dat markten waterschaarste en efficiënter watergebruik al meenemen in bedrijfswaarderingen. Investeren in wateroplossingen is juist ook een impactthema.’
Vitorino: ‘De impact investing-markt professionaliseert snel, waardoor het steeds belangrijker wordt dat beleggers de winnaars binnen de sector weten te identificeren. Voor fondsmanagers betekent dit dat een sterk managerselectieteam essentieel is om onderscheidende partijen te vinden en overtuigend te beoordelen. Impact en rendement gaan hand in hand en versterken elkaar juist.’
Triesschijn: ‘Wij hebben jaren gehad waarin impactmandaten juist beter presteerden dan traditionele beleggingen, en jaren waarin het andersom was. Over langere perioden ligt het vaak dichter bij elkaar. Dat laat ook zien hoe afhankelijk dit soort discussies zijn van het gekozen tijdsframe. Als je alleen kijkt naar korte periodes of naar de best presterende aandelenindices van dat moment, ontstaat al snel een scheef beeld. Als het goed is hebben beleggers een langere horizon en kijken ze door de cyclus heen.’
Sikking: ‘Tegelijkertijd moet je realistisch blijven. Sommige impactvolle projecten hebben simpelweg een te laag verwacht rendement voor het risico dat je loopt. Dan investeren wij er alsnog niet in. Pensioenfondsen blijven natuurlijk verantwoordelijk voor het financiële belang van deelnemers.’
Miller: ‘Wij hanteren voor veel impactstrategieën dezelfde rendementsdoelstellingen als voor reguliere strategieën. Dat is belangrijk om duidelijk te maken dat impact investing geen filantropie is. Het gaat om investeringen die zowel financiële als maatschappelijke impact creëren.’
Muijsson: ‘Veel discussies ontstaan ook doordat beleggers onvoldoende kijken naar voor risico gecorrigeerde rendementen of naar de rol van impact binnen een bredere portefeuille. Sommige impactstrategieën kunnen bijvoorbeeld juist helpen om bepaalde transitierisico’s of langetermijnrisico’s te verminderen.’
Triesschijn: ‘Benchmarking speelt daar ook een rol in. De vraag zou eigenlijk breder moeten zijn: wat is de rol van zo’n investering binnen de totale portefeuille en op de langere termijn?’
Van Warmerdam: ‘Zolang impact investing als iets aparts of idealistisch wordt gezien, blijft die discussie over rendement terugkomen. Daarom is het zo belangrijk dat impact investing verder professionaliseert en meer onderdeel wordt van reguliere beleggingsprocessen. Impact moet niet naast rendement staan, maar onderdeel worden van hoe we risico, waardecreatie en langetermijnrendement beoordelen.’
Zijn traditionele benchmarks nog geschikt om impactinvesteringen te beoordelen?
Triesschijn: ‘Benchmarkdenken helpt niet. Veel impactstrategieën hebben nu eenmaal een ander risicoprofiel, een andere horizon of investeren in andere sectoren dan mainstream benchmarks.’
De sector moet nog veel beter uitleggen dat impact investing niet hetzelfde is als filantropie.
Sikking: ‘Het is een fundamentele uitdaging voor de hele sector. Traditionele benchmarks zijn gebaseerd op de grootste bedrijven ter wereld, niet op duurzaamheid of maatschappelijke waarde. Daardoor sluiten ze niet altijd goed aan bij de doelstellingen van impactinvesteringen.’
Muijsson: ‘Veel beleggers zoeken daarom naar aanvullende benchmarks waarin klimaatrisico’s, transitierisico’s of duurzaamheidskeuzes al zijn verwerkt. Dat helpt ook om investeringsbeslissingen beter uit te leggen richting besturen en deelnemers.’
Miller: ‘We zien dat institutionele beleggers nog steeds worstelen met de vraag waar impact precies thuishoort binnen de asset allocatie. Is het een aparte categorie? Of moet impact overal geïntegreerd worden? Uit onze onderzoeken onder institutionele beleggers wereldwijd blijkt dat benaderingen veranderen.’
Vitorino: ‘Zolang prestaties alleen financieel worden beoordeeld, houd je een versimpeld gesprek. Uiteindelijk moet je financiële én maatschappelijke resultaten samen bekijken. Anders mis je een belangrijk deel van de waarde die zulke investeringen proberen te creëren.’
Triesschijn: ‘Voor particuliere beleggers werkt een absolute langetermijnvergelijking soms beter dan complexe relatieve benchmarks. Veel mensen willen gewoon begrijpen wat een investering oplevert in euro’s én wat ermee wordt bereikt op maatschappelijk vlak.’
Sikking: ‘Als je kunt uitleggen dat een investering niet alleen financieel rendement oplevert, maar bijvoorbeeld ook extra capaciteit creëert in de zorg of bijdraagt aan de energietransitie, dan spreekt dat mensen veel meer aan dan alleen financiële beleggingsinformatie.’
Hoe kunnen beleggers impact investing beter uitleggen aan deelnemers en eindbeleggers?
Triesschijn: ‘Dit is het geld van gewone mensen. Als zij niet begrijpen wat er met hun vermogen gebeurt, krijg je weerstand.’
Sikking: ‘Daarom geloven wij sterk in storytelling. Een verhaal over extra zorgcapaciteit, duurzame energie of betaalbare woningen is veel begrijpelijker dan ingewikkelde impacttabellen. Natuurlijk heb je data nodig, maar je moet ook een begrijpelijk verhaal kunnen vertellen dat resoneert bij deelnemers.’
Vitorino: ‘Het moet tastbaar worden gemaakt. Mensen willen weten wat hun geld concreet verandert. Dat betekent dat je niet alleen abstracte cijfers moet laten zien, maar ook echte voorbeelden uit de praktijk.’
Muijsson: ‘Ook deelnemersonderzoek helpt daarbij. Veel pensioenfondsen hebben de afgelopen jaren veel beter in kaart gebracht welke duurzaamheidsvoorkeuren deelnemers eigenlijk hebben. Daardoor wordt ook duidelijker welke thema’s maatschappelijk relevant worden gevonden.’
Miller: ‘De sector moet nog veel beter uitleggen dat impact investing niet hetzelfde is als filantropie. Het gaat juist om investeren met zowel financieel als maatschappelijk rendement. Veel mensen denken nog steeds dat impact automatisch betekent dat je financieel moet inleveren.’
Van Warmerdam: ‘Meer transparantie helpt ook om de maatschappelijke discussie te nuanceren. Zeker nu er steeds meer politieke weerstand ontstaat tegen ESG en impact investing. Hoe beter je kunt uitleggen wat investeringen daadwerkelijk doen, hoe sterker het draagvlak blijft.’
Meulensteen: ‘Tenslotte willen deelnemers niet alleen een goed pensioen, maar ook een leefbare samenleving waarin ze van dat pensioen kunnen genieten. Aan ons investeerders is het zaak transparant te zijn over welke keuzes wij maken.’
|
Laure Wessemius-Chibrac Laure Wessemius-Chibrac zet zich al jarenlang in voor de ontwikkeling van het impact investing-ecosysteem en is Managing Director van de NAB, de brancheorganisatie voor impactinvesteerders in Nederland. Eerder was zij Head of Investments bij Cordaid, een internationale NGO en impactinvesteerder, en werkte zij als Investment Banker bij BNP Paribas en ABN AMRO Rothschild |
|
Marjolein Meulensteen Marjolein Meulensteen werkt als Senior Adviseur Responsible Investing bij a.s.r. vermogensbeheer. In haar rol is zij verantwoordelijk voor de ontwikkeling van strategie en beleid voor verantwoord beleggen en het beleid op biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen. Eerder werkte zij bij a.s.r. als Duurzaamheidsmanager en als Consultant Internationaal Milieubeleid. Meulensteen heeft een MSc. Ecology & Natural Resources Management van Utrecht University. |
|
Sasha Miller Sasha Miller is Head of RI Strategy binnen het Responsible Investing-team bij Nuveen. Zij leidt een team dat zich richt op het vormgeven van de strategie voor het responsible investing-platform. Dit omvat de ontwikkeling van RI-capaciteiten en onderzoek in verschillende regio’s, en het innoveren en ontwikkelen van klantoplossingen en samenwerkingen. Zij is ook voorzitter van de RI SteerCo en houdt toezicht op het Nuveen impactplatform. |
|
Cherry Muijsson Cherry Muijsson is Chief Investment Officer in BlackRock’s fiduciaire team voor pensioenfondsen in Engeland, Nederland en de Nordics. Ze is verantwoordelijk voor portefeuilleconstructie, asset allocatie en research, en leidt BlackRock’s investment case voor natuur en biodiversiteit. Ze promoveerde in financiële macroeconomie aan de Universiteit van Cambridge. Haar werk is gepubliceerd in internationale tijdschriften. |
|
Gert-Jan Sikking Gert-Jan Sikking is Senior Duurzaamheidsadviseur binnen de afdeling Total Portfolio Management bij pensioenvermogensbeheerder PGGM. Sinds 2015 richt hij zich op Sustainable Development Investments en op het meten en rapporteren van de milieu- en maatschappelijke impact van SDI- en impactinvesteringen. Sikking is momenteel betrokken bij verschillende initiatieven in Nederland op het gebied van sociaal ondernemen. |
|
Vincent Triesschijn Vincent Triesschijn is Hoofd Duurzaam Beleggen bij ABN AMRO en richt zich op het integreren van duurzaamheid in beleggingsbeslissingen, engagement en regelgeving. Eerder werkte hij bij UBS, J.P. Morgan en Van Lanschot Kempen. Hij behaalde een Master in Duurzaamheid aan de Universiteit van Cambridge en adviseert duurzame start-ups. Onder zijn leiding groeide duurzaam beleggen bij ABN AMRO sterk en won de bank meerdere Europese awards. |
|
Eszter Vitorino Eszter Vitorino is Impact Lead bij Van Lanschot Kempen Investment Management. Zij werkt op het snijvlak van kapitaal, duurzaamheid en systeemverandering, en vertaalt complexe impactvraagstukken naar heldere inzichten over hoe investeringen kunnen bijdragen aan meetbare maatschappelijke en ecologische uitkomsten. |
|
Boris van Warmerdam Boris van Warmerdam is Partner bij Wonderland Impact Investments, een investment managementplatform dat grootschalige maatschappelijke en financiële waarde creëert met impactproposities op het gebied van land, water, vastgoed en infrastructuur. Van Warmerdam heeft ruim 20 jaar ervaring op het gebied van fund- en portfolio management, business development, finance en risk. Eerder was hij onder andere mede-oprichter van LIFE Europe en Managing Director bij Grosvenor. |
Lees het verslag in het digitale magazine







