Harry Geels: Wat de opmars van Big Business betekent voor de welvaart
Door Harry Geels
De opkomst van steeds grotere bedrijven is geen toevalligheid of complot, maar het resultaat van vijf krachten die schaal steeds belangrijker maken. Wat betekent dat voor de maatschappij?
Karl Marx voorspelde anderhalve eeuw geleden dat bedrijven steeds groter zouden worden. De grootste ondernemingen van vandaag beschikken inmiddels over meer werknemers, meer kapitaal en meer economische invloed dan de industriële reuzen uit zijn tijd. Toch zou Marx zich waarschijnlijk verbazen over de redenen achter die ontwikkeling én over de uitkomst, in termen van welvaart. Volgens The Economist toont nieuw onderzoek aan dat grote ondernemingen een steeds grotere bijdrage leveren aan onze welvaart, mede doordat zij gemiddeld productiever zijn dan kleinere en middelgrote bedrijven.
1) Technologie en AI
Vroeger kon een slimme ondernemer met relatief weinig kapitaal een nieuw bedrijf beginnen. Maar steeds meer markten worden geregeerd door het ‘winner takes all’-principe. Het gaat erom als ondernemer snel schaal te creëren, en dat betekent dat er vaak veel geïnvesteerd moet worden in technologie, tegenwoordig meer specifiek AI, datamanagement en cybersecurity. Schaal in technologie en data creëert vervolgens weer investeringsmogelijkheden om verder te innoveren. Ook de energietransitie vraagt om steeds grotere spelers, bijvoorbeeld voor investeringen in energie- en netwerkinfrastructuur.
2) Toenemende regulering
Twee jaar geleden schreef ik een column onder de titel Waarom kleine bedrijven in grote problemen zijn. Een van de genoemde oorzaken was steeds verder voortschrijdende regelgeving. Iedere wens in de maatschappij lijkt zich te vertalen in nieuwe regels. Dit geeft kleinere bedrijven hoofdbrekens, vooral op het gebied van cybersecurity, privacy, duurzaamheidsrapportages, antiwitwasregels en ketenverantwoordelijkheid. Bij multinationals houden afdelingen zich hiermee bezig, terwijl deze regels voor kleinere bedrijven zelfs existentiële gevolgen kunnen hebben. Kleinere bedrijven zijn al snel ‘too small to comply’.
3) Globalisering 2.0
Globalisering lijkt sinds de coronacrisis, waarin we de gevlogen ondervonden van verstoringen in wereldwijde ketens, op zijn retour. Toch vindt er nog steeds veel internationale handel plaats. Bedrijven moeten nu tegelijkertijd omgaan met meerdere handelsblokken, geopolitieke spanningen, verschillende standaarden en complexe toeleveringsketens. Dat vraagt om managementcapaciteit en financiële slagkracht. Natuurlijk kan een ondernemer besluiten kleiner en lokaler te opereren, maar dan moet er vaak zaken worden gedaan met steeds grotere internationale spelers.
4) Goedkopere en diepere financiering
Zoals beschreven in de eerder genoemde column wordt financiering een steeds groter probleem voor de kleinere ondernemer. Omdat banken meer vermogen moeten aanhouden voor kleinere leningen en zelf ook groter worden, zijn kleine bedrijven vaker aangewezen op duurdere financiering vanuit familie en vrienden of private markets. Grote ondernemingen hebben, al dan niet via de beurs, doorgaans toegang tot structureel goedkoper kapitaal. Niet alleen om te investeren in de eerdergenoemde technologie, maar ook om concurrenten over te nemen. Schaal trekt kapitaal aan en kapitaal creëert extra schaal, et cetera.
5) Geopolitiek en nationale kampioenen
De geopolitieke ontwikkelingen vormen een relatief nieuwe dimensie die Big Business in de kaart speelt. Landen ontdekken opnieuw dat economische macht ook geopolitieke macht is. Amerika heeft Google, Microsoft, Amazon en Meta, China heeft Tencent, Huawei en BYD. Europa zoekt ook steeds nadrukkelijker naar eigen kampioenen. Niet omdat politici plotseling van grote bedrijven houden, maar omdat zij technologische autonomie bieden, strategische leveringszekerheid vergroten en geopolitieke invloed genereren. Een toonaangevende onderneming kan een verlengstuk van het buitenlands beleid worden.
De voordelen van Big Business
Nog niet zo heel lang geleden keken we vooral naar de machtsconcentraties van grote bedrijven, maar steeds meer onderzoek toont zoals gezegd aan dat grote bedrijven ook daadwerkelijk belangrijke voordelen leveren. Ze kunnen door hun schaal producten en diensten efficiënter aanbieden en daarmee bijdragen aan een hogere productiviteit. Daarnaast beschikken zij over omvangrijke onderzoeksbudgetten, waardoor zij naast kleinere ondernemingen een belangrijke rol spelen bij innovatie. Veel investeringen zijn alleen haalbaar voor organisaties met een zeer grote financiële slagkracht.
Ook medewerkers profiteren vaak van die schaal. Grote bedrijven beschikken doorgaans over uitgebreide salarisstructuren, waardoor vooral gespecialiseerde medewerkers relatief hoge salarissen kunnen verdienen. Sommige megaspelers bieden daarnaast aandelenprogramma's aan, waardoor bijvoorbeeld bij Nvidia een aanzienlijk aantal medewerkers door de sterke stijging van het aandeel miljonair is geworden. Afhankelijk van de sector zijn er nog andere aantrekkelijke voordelen, variërend van gratis of sterk afgeprijsde vliegtickets bij luchtvaartmaatschappijen en personeelskortingen op financiële producten bij banken tot toegang tot exclusieve evenementen, uitgebreide opleidingsmogelijkheden en internationale carrièremogelijkheden. Grote bedrijven kunnen daardoor aantrekkelijk zijn voor werknemers die waarde hechten aan salaris, opleiding, doorgroeimogelijkheden en internationale carrièrekansen.
De nadelen
Schaal creëert ook nieuwe maatschappelijke problemen. Grote bedrijven kunnen prijzen beïnvloeden, leveranciers onder druk zetten en toetreders ontmoedigen. Er ontstaan vermogensoverdrachten van consumenten naar bedrijven en van kleinere bedrijven naar grotere. Daarnaast lijken grote ondernemingen steeds meer op mini-landen. Ze hebben een eigen cultuur, vakjargon, normen, opleidingssystemen, gezondheidsvoorzieningen en soms zelfs eigen ecosystemen van leveranciers en partners. Niet zelden begrijpen ze mensen buiten de corporate world niet meer zo goed.
Karl Marx
Marx voorzag dat kapitaal zich zou concentreren in steeds grotere ondernemingen. De huidige schaalvergrotingen zouden hem niet hebben verbaasd. Waar hij zich echter waarschijnlijk wel over zou hebben verbaasd, is de veelheid aan oorzaken achter deze ontwikkeling en de gevolgen ervan voor de welvaart.
Bedrijven zijn niet alleen groter geworden vanwege wat Marx zag als de innerlijke logica van het kapitalisme. Technologie en globalisering vragen steeds grotere investeringen en bevoordelen daardoor organisaties met schaal. Ook kapitaalmarkten geven grote bedrijven vaak een voordeel ten opzichte van kleinere ondernemingen. Tot slot speelt de overheid een steeds grotere rol, onder andere via regelgeving en geopolitieke strategieën die gericht zijn op het creëren van nationale of continentale kampioenen.
Big Business ontstaat daardoor niet uitsluitend door kapitalistische accumulatie, maar vooral doordat de complexiteit van de moderne samenleving voortdurend toeneemt. Marx zou waarschijnlijk verrast zijn door de rol van de staat in dit proces en misschien ook door de mate waarin veel eigen medewerkers profiteren van de groei en het succes van grote ondernemingen.
Slotgedachte
Marx zag het grootbedrijf als het eindstation van het kapitalisme. De werkelijkheid blijkt ingewikkelder. Bedrijven worden niet alleen groter omdat kapitaal zich concentreert, maar ook omdat technologie, regelgeving en geopolitiek schaal belonen. Dat levert meer welvaart op, zoals recent onderzoek van The Economist benadrukt. Maar het creëert ook nieuwe machtscentra. De grote vraag van de 21e eeuw is daarom niet of ondernemingen groot mogen worden. De vraag is hoe we voorkomen dat economische schaal omslaat in maatschappelijke dominantie en oneerlijke maatschappelijke structuren.
In diverse columns heb ik aangegeven dat ik geen voorstander ben van Big Business vanwege de machtsconcentraties en oneerlijke vermogensoverdrachten die daarmee gepaard kunnen gaan. Tegelijkertijd ontkomen we er in veel sectoren waarschijnlijk niet aan. De uitdaging is daarom niet om Big Business overal te bestrijden, maar om ervoor te zorgen dat de voordelen van schaalvergroting breed worden gedeeld en dat economische macht niet automatisch leidt tot maatschappelijke of politieke macht. Alleen dan kan de extra welvaart die grote ondernemingen creëren ten goede komen aan een bredere groep mensen. Dit kan bijvoorbeeld door klanten te laten profiteren van de (eigen) data die bedrijven exploiteren, overwinsten (ontstaan door oligopolies) te belasten of klanten gemakkelijker mede-eigenaar van de bedrijven te laten worden.
Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels