Impact meten: maatwerk of standaardisatie? (ronde tafel ‘Measurable Impact’ – deel 2)
Tijdens de rondetafel From Theory of Change to Measurable Impact and Financial Return gingen experts met elkaar in gesprek over de vraag hoe impact beleggen meetbaar, geloofwaardig en relevant kan blijven. Hoe zorg je ervoor dat impact investing niet verzandt in spreadsheets, aannames en complexe frameworks?
In deel 2 van het rondetafelgesprek ‘From Theory of Change to Measurable Impact and Financial Return’ staat de vraag centraal hoe maatschappelijke impact gemeten en gerapporteerd dient te worden. De experts discussiëren over standaardisatie, monetarisering en de balans tussen vergelijkbaarheid en maatwerk.
Door Daphne Frik
|
VOORZITTER Laure Wessemius-Chibrac, NAB impact investing
DEELNEMERS Marjolein Meulensteen, a.s.r. vermogensbeheer Sasha Miller, Nuveen Cherry Muijsson, BlackRock Gert-Jan Sikking, PGGM Vincent Triesschijn, ABN AMRO Eszter Vitorino, Van Lanschot Kempen Investment Management Boris van Warmerdam, Wonderland Impact Investments |
Moet impact meetbaar zijn binnen de looptijd van een investering om daadwerkelijk als impact investing te gelden?
Meulensteen: ‘Output meten is essentieel, maar de uiteindelijke maatschappelijke uitkomst ligt vaak verder weg. Zeker bij vroege groeibedrijven of gezondheidszorginvesteringen zie je de echte impact, zoals betere zorg of mindere uitstoot, soms pas jaren later. Daarom moet je ook kijken naar hoe een investering of een manager vandaag al bijdraagt aan een sterker ecosysteem of aan het versnellen van innovatie.’
Ik zie een Theory of Change als een businessplan voor impact. Zeker bij langetermijn investeringen heb je een kader nodig waarmee je jezelf verantwoordelijk houdt.
Muijsson: ‘Dat roept ook de vraag op welke tussentijdse metrics je gebruikt. Bij natuurherstel liggen de effecten vaak buiten de investeringshorizon. Welke indicatoren gebruik je dan onderweg om toch iets te kunnen zeggen over vooruitgang? Maak je onderscheid tussen directe impact en de potentiële impact op langere termijn? Dat zijn belangrijke discussies binnen impact investing.’
Meulensteen: ‘Ja, wij proberen daarin onderscheid te maken tussen huidige impact en potentiële impact. Dat laatste is natuurlijk moeilijker te berekenen en daarom rapporteren we er nu niet op. Maar bij veel investeringen, zeker rond natuur of innovatie, valt de uiteindelijke maatschappelijke uitkomst simpelweg buiten de looptijd van de investering. Daarom moet je ook kunnen laten zien welke stappen er onderweg al worden gezet.’
Vitorino: ‘Daar zit een verschil tussen directe meetbare impact en potentiële systeemimpact. Een infrastructuurinvestering levert vaak direct meetbare resultaten op, terwijl een vroege technologie-investering misschien pas later een hele sector verandert.’
Sikking: ‘Wij vragen investeringsmanagers expliciet om vooraf ook kwantitatieve verwachtingen te formuleren. Natuurlijk zitten daar onzekerheden in, zeker bij jonge bedrijven of innovatieve oplossingen, maar het helpt teams wel om concreet na te denken over de mogelijke uitkomsten en de bijdrage die een investering kan leveren. Vervolgens meten we die impact ook over tijd. Dat maakt impact onderdeel van het echte besluitvormingsproces, net zoals risico en rendement dat zijn. Als je bijvoorbeeld later een deel van je positie verkoopt, heeft dat niet alleen gevolgen voor je financiële exposure, maar ook voor de impact die je kunt claimen.’
Miller: ‘Veel maatschappelijke veranderingen hebben tijd nodig. Daarom moet je als belegger bereid zijn over langere perioden te kijken.’
Triesschijn: ‘Het belangrijkste blijft dat je kunt uitleggen waarom de investering daadwerkelijk iets toevoegt.’
Moeten impact metrics vooral per investering relevant zijn, of heeft de sector behoefte aan meer standaardisatie en aggregatie op portefeuilleniveau?
Triesschijn: ‘Onze klanten willen vaak één helder totaalbeeld van impact, maar in de praktijk heeft iedere investering andere doelstellingen en metrics. Daardoor krijg je versnipperde en technische rapportages die voor particuliere beleggers lastig te begrijpen zijn. Dat was ook precies de vraag die wij onszelf stelden: moet je impact eigenlijk aggregeren op portefeuilleniveau, of juist per investering relevant houden? In theorie begrijpen we allemaal dat je niet één uniforme metric kunt gebruiken voor een sterk gediversifieerde impactportefeuille. Een investering in duurzame gebouwen vraagt nu eenmaal om andere indicatoren dan een investering in gezondheidszorg of biodiversiteit. Tegelijkertijd verwachten klanten wel een overzichtelijk totaalbeeld. Daarom werken wij vaak met primaire en secundaire doelstellingen: een aantal overkoepelende indicatoren voor de hele portefeuille, aangevuld met specifiekere metrics per fonds of investering.’
Van Warmerdam: ‘Wij werken aan een framework waarbij maatschappelijke impact in euro’s wordt vertaald, gebaseerd op methodieken die de Nederlandse overheid ook gebruikt om maatschappelijke waarde inzichtelijk te maken. Daarmee willen we positieve en negatieve effecten op een vergelijkbare manier inzichtelijk maken, zodat impact ook beter kan worden geaggregeerd op portfolioniveau. Ik denk dat dat belangrijk is als we impact investing echt onderdeel willen maken van de professionele standaarden van de sector. Daarnaast helpt het om impactinvesteringen beter vergelijkbaar te maken met traditionele beleggingen. Maar ook denk ik dat de sector uiteindelijk meer standaardisatie nodig heeft. Alleen zo kun je impact investing echt professionaliseren.’
Impact moet niet naast rendement staan, maar onderdeel worden van hoe we risico, waardecreatie en langetermijn rendement beoordelen.
Muijsson: ‘Tegelijkertijd is impact vaak juist heel specifiek voor de doelen van een bepaalde belegger. Pensioenfondsen hebben andere prioriteiten dan family offices of verzekeraars, en zelfs binnen pensioenfondsen verschillen de voorkeuren sterk. Veel fondsen doen tegenwoordig deelnemersonderzoek om beter te begrijpen welke thema’s belangrijk worden gevonden. Daardoor blijft maatwerk belangrijk. Het gaat namelijk niet alleen om standaardisatie, maar ook om hoe je impact vertaalt naar de doelstellingen van een specifieke portefeuille. Daardoor zal er altijd een zekere mate van maatwerk nodig blijven.’
Sikking: ‘En soms zegt een getal weinig. Als je zegt dat een belegging 15 megawattuur aan CO2-uitstoot voorkomt, is niet meteen duidelijk wat dat betekent. Is dat veel? Is dat weinig? Daarom helpt storytelling. Mensen begrijpen veel sneller wat een investering doet als je uitlegt dat een project bijvoorbeeld extra capaciteit creëert in de zorg, woningen verduurzaamt of bijdraagt aan meer duurzame energie. Die vertaalslag naar de echte wereld blijft essentieel. Ik geloof daarom ook in een soort 80/20-benadering: natuurlijk heb je kwantitatieve data en impactmetingen nodig, maar je moet ook een begrijpelijk verhaal kunnen vertellen dat resoneert bij deelnemers en particuliere beleggers. We moeten oppassen dat we niet doorslaan in cijferfetisjisme.’
Vitorino: ‘Wij combineren daarom headline-indicatoren met concrete casestudies. Sommige metrics zijn simpelweg alleen relevant voor een specifieke sector. Bij landbouwbeleggingen is bodemkwaliteit bijvoorbeeld belangrijk, maar dat kun je niet zinvol optellen met andere asset classes. Daarom geloven wij meer in een combinatie van headlineindicatoren en sectorspecifieke metrics.’
Meulensteen: ‘Als je alles probeert terug te brengen tot één of twee cijfers, verlies je veel nuance en relevante informatie. Wij proberen te aggregeren waar mogelijk, maar kijken vooral naar impact metrics op investeringsniveau.’
Triesschijn: ‘Het gevaar van te veel standaardisatie is dat je heel verschillende investeringen op dezelfde manier probeert te beoordelen.’
Miller: ‘Meer vergelijkbaarheid zou wel helpen de markt verder te laten groeien. Zeker institutionele beleggers zoeken vaak naar meer houvast en duidelijkheid over hoe impact gemeten en gerapporteerd wordt.’
Moet maatschappelijke impact worden gemonetariseerd om impact investing beter vergelijkbaar te maken met traditionele investeringen?
Van Warmerdam: ‘Ik denk dat monetarisering kan helpen om positieve én negatieve impact zichtbaarder te maken. Uiteindelijk wil je naar een netto maatschappelijke waarde. Zoals gezegd werken wij aan een wetenschappelijk onderbouwd framework, waarbij maatschappelijke impact uitgedrukt wordt in euro’s. Denk bijvoorbeeld aan de maatschappelijke waarde die woningen met een ontmoetingsruimte opleveren, door het terugdringen van eenzaamheid en daarmee zorgkosten. Op deze manier willen we impact beter vergelijkbaar maken met traditionele beleggingen, zodat ze ook beter te aggregeren zijn op portfolioniveau.’
Sikking: ‘Theoretisch denk ik dat de sector zich hier op termijn wel naartoe beweegt. Het gaat dan om het integreren van externaliteiten in investeringen en het creëren van een soort gelijk speelveld. Maar praktisch is het nog heel ingewikkeld. Eerst moet je al bepalen wat precies positief of negatief is, en daarna moet je daar ook nog een financiële waarde aan hangen. Dan krijg je discussies over aannames. Ik hoorde bijvoorbeeld eens dat kinderarbeid werd gewaardeerd op een bepaald bedrag in euro’s. Maar wie bepaalt dat bedrag? Daar zit heel veel subjectiviteit in. Intellectueel vind ik het interessant, maar ik ben er in de praktijk nog terughoudend over.’
Meten blijft vaak achteruitkijken, terwijl een Theory of Change juist vooruitkijkt. Die twee moeten elkaar aanvullen.
Triesschijn: ‘Wij hebben ook geëxperimenteerd met impactwaardering in euro’s en het is zeker veelbelovend. Je moet wel oppassen voor verkeerde toepassingen. Banencreatie krijgt bijvoorbeeld snel een hoge maatschappelijke waarde in zo’n model, terwijl bijna ieder bedrijf banen creëert. Dan wordt het lastig om nog onderscheid te maken tussen reguliere economische activiteit en échte impact. We blijven de ontwikkeling van de methodiek volgen en bij toepassingen zijn zorgvuldigheid en transparantie van belang.’
Vitorino: ‘Daar zit inderdaad nuance in. In sommige gevallen, bijvoorbeeld in de zorg, kan het behouden van personeel of het verminderen van werkdruk juist wél enorme maatschappelijke impact hebben, omdat daar grote tekorten zijn. Maar dat laat ook zien hoe contextafhankelijk impact eigenlijk is.’
Meulensteen: ‘Ik vraag me ook af of alles wel financieel vertaald moet worden. Misschien moeten we ecologische en sociale waarde soms gewoon als zodanig erkennen, in plaats van alles terug te brengen tot een bedrag in euro’s. Natuurlijk helpt monetarisering soms om impact vergelijkbaar te maken, maar je loopt ook het risico dat je de complexiteit van maatschappelijke of ecologische waarde oversimplificeert.’
Miller: ‘Wij kiezen daarom eerder voor meerdere impact metrics naast elkaar, afhankelijk van het thema. Klimaat, natuur, betaalbare woningen en community development vragen allemaal om andere indicatoren. Dat maakt het lastig om alles uiteindelijk terug te brengen tot één getal, maar het sluit vaak beter aan bij de onderliggende investeringen.’
Triesschijn: ‘Dat is misschien ook de conclusie: er bestaat geen dogmatische aanpak of één silver bullet. Het is complexer dan dat, én een deel is non-financial.’
Muijsson: ‘Daarnaast blijft de vraag hoe je externaliteiten daadwerkelijk prijst altijd sterk afhankelijk van regelgeving en aannames. Veel beleggers hopen dat meer data automatisch tot betere beslissingen leidt, maar het draait ook om hoe je regelgeving, transitierisico’s en fysieke risico’s meeneemt in de investeringscase en in portefeuilleconstructie.’
|
Laure Wessemius-Chibrac Laure Wessemius-Chibrac zet zich al jarenlang in voor de ontwikkeling van het impact investing-ecosysteem en is Managing Director van de NAB, de brancheorganisatie voor impactinvesteerders in Nederland. Eerder was zij Head of Investments bij Cordaid, een internationale NGO en impactinvesteerder, en werkte zij als Investment Banker bij BNP Paribas en ABN AMRO Rothschild |
|
Marjolein Meulensteen Marjolein Meulensteen werkt als Senior Adviseur Responsible Investing bij a.s.r. vermogensbeheer. In haar rol is zij verantwoordelijk voor de ontwikkeling van strategie en beleid voor verantwoord beleggen en het beleid op biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen. Eerder werkte zij bij a.s.r. als Duurzaamheidsmanager en als Consultant Internationaal Milieubeleid. Meulensteen heeft een MSc. Ecology & Natural Resources Management van Utrecht University. |
|
Sasha Miller Sasha Miller is Head of RI Strategy binnen het Responsible Investing-team bij Nuveen. Zij leidt een team dat zich richt op het vormgeven van de strategie voor het responsible investing-platform. Dit omvat de ontwikkeling van RI-capaciteiten en onderzoek in verschillende regio’s, en het innoveren en ontwikkelen van klantoplossingen en samenwerkingen. Zij is ook voorzitter van de RI SteerCo en houdt toezicht op het Nuveen impactplatform. |
|
Cherry Muijsson Cherry Muijsson is Chief Investment Officer in BlackRock’s fiduciaire team voor pensioenfondsen in Engeland, Nederland en de Nordics. Ze is verantwoordelijk voor portefeuilleconstructie, asset allocatie en research, en leidt BlackRock’s investment case voor natuur en biodiversiteit. Ze promoveerde in financiële macroeconomie aan de Universiteit van Cambridge. Haar werk is gepubliceerd in internationale tijdschriften. |
|
Gert-Jan Sikking Gert-Jan Sikking is Senior Duurzaamheidsadviseur binnen de afdeling Total Portfolio Management bij pensioenvermogensbeheerder PGGM. Sinds 2015 richt hij zich op Sustainable Development Investments en op het meten en rapporteren van de milieu- en maatschappelijke impact van SDI- en impactinvesteringen. Sikking is momenteel betrokken bij verschillende initiatieven in Nederland op het gebied van sociaal ondernemen. |
|
Vincent Triesschijn Vincent Triesschijn is Hoofd Duurzaam Beleggen bij ABN AMRO en richt zich op het integreren van duurzaamheid in beleggingsbeslissingen, engagement en regelgeving. Eerder werkte hij bij UBS, J.P. Morgan en Van Lanschot Kempen. Hij behaalde een Master in Duurzaamheid aan de Universiteit van Cambridge en adviseert duurzame start-ups. Onder zijn leiding groeide duurzaam beleggen bij ABN AMRO sterk en won de bank meerdere Europese awards. |
|
Eszter Vitorino Eszter Vitorino is Impact Lead bij Van Lanschot Kempen Investment Management. Zij werkt op het snijvlak van kapitaal, duurzaamheid en systeemverandering, en vertaalt complexe impactvraagstukken naar heldere inzichten over hoe investeringen kunnen bijdragen aan meetbare maatschappelijke en ecologische uitkomsten. |
|
Boris van Warmerdam Boris van Warmerdam is Partner bij Wonderland Impact Investments, een investment managementplatform dat grootschalige maatschappelijke en financiële waarde creëert met impactproposities op het gebied van land, water, vastgoed en infrastructuur. Van Warmerdam heeft ruim 20 jaar ervaring op het gebied van fund- en portfolio management, business development, finance en risk. Eerder was hij onder andere mede-oprichter van LIFE Europe en Managing Director bij Grosvenor. |
Lees het verslag in het digitale magazine







