De praktijk van local impact investing (deel 2 van ronde tafel ‘Local Impact’)

De praktijk van local impact investing (deel 2 van ronde tafel ‘Local Impact’)

De belangstelling voor local impact investing neemt onder pensioenfondsen zichtbaar toe. Tijdens de ronde tafel van Financial Investigator over dit onderwerp kwam naar voren dat steeds meer fondsen de maatschappelijke meerwaarde van deze beleggingen erkennen.

Door Baart Koster    

Dit is deel 2 van het rondetafelverslag. Eerder verscheen deel 1

 

VOORZITTER:

Marlene Stam, Collective Action

 

DEELNEMERS:

Jorrit Arissen, Van Lanschot Kempen

Vincent van Bijleveld, GREEN, Finance Ideas

Bob Crans, Montae & Partners

Ronald van Dijk, Pensioenfonds Rail & OV

Fabio Rodrigues dos Santos, Eiffel Investment Group

Hans de Ruiter, Pensioenfonds TNO 

  

Versterk de keten

Vanaf dit punt verschuift het gesprek van visie naar uitvoering. Want als pensioenfondsen local impact investing daadwerkelijk willen opschalen, hoe organiseer je dat dan in de praktijk? Juist daar blijkt de complexiteit te beginnen. Samenwerking klinkt logisch, maar wie neemt het initiatief? Wie organiseert de governance? En hoe voorkom je dat iedere partij opnieuw zelf de infrastructuur, expertise en beoordelingskaders optuigt? Van Dijk pleit voor een sterkere financiële keten waarin pensioenfondsen, venturepartijen, fiduciairs en vermogensbeheerders gezamenlijk optrekken. Volgens hem draait local impact investing niet alleen om kapitaal, maar ook om de capaciteit om bedrijven goed te kunnen beoordelen en begeleiden. ‘Je hebt mensen nodig die dergelijke bedrijven kunnen filteren, analyseren en begeleiden’, zegt hij. ‘Dat kost capaciteit, kennis en organisatie.’

De Ruiter ziet daarom veel in strategische partnerships. Volgens hem ligt de grootste uitdaging niet zozeer bij geld, maar bij organisatiekracht en uitvoering. Pensioenfonds TNO werkt daarom bewust samen met gespecialiseerde partijen rond private equity en venture capital, juist omdat niet ieder fonds alle expertise zelf kan opbouwen. De bereidheid tot samenwerking is er in de sector volgens hem meestal wel, maar het organiseren ervan blijkt in de praktijk vaak lastig. Je loopt volgens De Ruiter aan tegen vragen als: wie neemt het initiatief, wie voert de regie, en hoe zorg je dat samenwerking ook echt tot uitvoering leidt? Crans merkt op dat vooral kleinere pensioenfondsen geregeld worstelen met de vertaalslag van ambitie naar concrete implementatie. Besturen willen wel stappen zetten richting impactbeleggen, maar beschikken niet altijd over voldoende capaciteit of specialistische kennis om complexe private markten zelfstandig te beoordelen. Volgens Crans vraagt impactbeleggen in private markten niet alleen om ambitie, maar ook om voldoende kennis, capaciteit en tijd binnen de organisatie. Vooral kleinere fondsen lopen daar volgens hem geregeld tegenaan.

Dat verklaart het algemene beeld dat local impact investing vaak langzaam van de grond komt. De interesse groeit weliswaar zichtbaar, maar de uitvoeringskracht loopt daar nog niet altijd mee in de pas. Daarbij speelt ook mee dat veel pensioenfondsen de afgelopen jaren sterk in beslag zijn genomen door de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Crans verwacht daarom dat de local impact-discussie de komende jaren in een stroomversnelling kan komen. ‘Dat veel fondsen local impact investing nu nog uitstellen, komt niet doordat ze het niet zouden willen, maar simpelweg doordat ze er op dit moment de tijd niet voor hebben’, aldus Crans.

Additionaliteit maakt het verschil

Een belangrijk gespreksthema is de vraag of impactbeleggen eigenlijk nog wel als aparte beleggingscategorie moet worden beschouwd. Volgens meerdere deelnemers verschuift impact namelijk steeds nadrukkelijker richting reguliere portefeuilleconstructie. Van Dijk ziet daarin een duidelijke ontwikkeling. ‘Tien jaar geleden experimenteerden pensioenfondsen nog met aparte impactmandaten’, zegt hij. ‘Nu zie je veel vaker dat impact gewoon wordt georganiseerd binnen bestaande asset classes.’ Daarmee doelt hij op categorieën als infrastructuur, private credit en private equity, waarbinnen pensioenfondsen vervolgens specifieke impactkeuzes proberen te maken. Volgens Van Dijk sluit dat ook beter aan bij de manier waarop pensioenfondsen traditioneel portefeuilles opbouwen.

De Ruiter herkent die ontwikkeling. Volgens hem proberen pensioenfondsen impact steeds vaker te integreren binnen bestaande beleggingsstructuren in plaats van aparte impactcategorieën op te tuigen. ‘Wij doen sowieso al veel venture en private credit’, zegt hij. ‘Dan ga je vervolgens kijken: waar kun je daarbinnen impact maken?’ Toch klinkt daar niet uitsluitend instemming op. Van Bijleveld benadrukt dat uit door Finance Ideas uitgevoerd onderzoek blijkt dat een significant deel van de pensioenfondsen juist vanwege economische of duurzaamheidsgerelateerde real world impactdoelstellingen bereid is (kleine) allocaties te overwegen naar nieuwe asset categorieën. Vooral de erkenning onder pensioenfondsen dat venture capital veel impact kan maken en daarom ook verder onderzocht moet worden, heeft hem positief verrast. ‘Venture Capital kan prima renderen. De ervaringen van Pensioenfonds TNO laten dat zien. Grote allocaties zijn niet nodig, en de governance vraagt inzet. Maar juist de bereidheid om die stap te zetten, maakt dat je hier echte impact kunt maken.’

 

Uit ons onderzoek blijkt dat niet alles wat groen klinkt ook daadwerkelijk tot verandering leidt. Juist daarom is een heldere theory of change zo belangrijk.

 

Daarmee tekent zich tijdens de ronde tafel een accentverschil in benadering af. Enerzijds klinkt de overtuiging dat impact zoveel mogelijk binnen bestaande portefeuilles moet worden geïntegreerd. Anderzijds leeft ook de gedachte dat juist aparte impactallocaties ruimte kunnen bieden voor investeringen die anders nooit van de grond zouden komen. Van Bijleveld benadrukt daarbij dat de benodigde bedragen in verhouding vaak beperkt zijn. Volgens hem hoeft slechts een klein deel van het totale pensioenvermogen richting venture capital of innovatieve groeifinanciering te gaan om economisch al zichtbaar effect te hebben. ‘Als alle Nederlandse pensioenfondsen een half procent van hun vermogen richting venture capital zouden alloceren, dan geeft dat die markt al een enorme push’, zegt hij.

Data, meetbaarheid en frustratie

Waar impactbeleggen ter sprake komt, volgt vrijwel automatisch ook de discussie over meetbaarheid. Hoe toon je eigenlijk aan dat een belegging daadwerkelijk maatschappelijke impact heeft? Daarover blijken de meningen aan tafel opvallend uiteen te lopen. De Ruiter noemt datainfrastructuur een belangrijk knelpunt, vooral bij start-ups en scale-ups. Grote beursgenoteerde ondernemingen beschikken doorgaans over uitgebreide rapportagesystemen, maar jonge groeibedrijven zijn daar vaak veel minder ver in. ‘Je wilt uiteindelijk wel iets kunnen laten zien’, zegt De Ruiter. ‘Als je roept dat iets impact heeft, dan moet je dat ook enigszins kunnen onderbouwen.’ Dos Santos ziet dat probleem eveneens terug in de praktijk van private credit. Bij sommige investeringen is die impact relatief eenvoudig zichtbaar, bijvoorbeeld bij energieopslag, offshore wind of zonneenergie. Bij sociale impactthema’s ligt dat volgens Dos Santos echter ingewikkelder. ‘Daarom ontwikkelden wij samen met een externe partij een analysetool op basis van CBS-data en demografische gegevens. Daarmee proberen wij beter zichtbaar te maken welke maatschappelijke effecten investeringen lokaal kunnen hebben.’

Volgens Dos Santos helpt dat niet alleen om impact beter meetbaar te maken, maar ook om scherper inzicht te krijgen in waar maatschappelijke interventies lokaal het meeste effect sorteren. Juist bij sociale impactthema’s maakt regionale context namelijk een groot verschil, aldus Dos Santos. Hij noemt als voorbeeld investeringen rond arbeidsmarktparticipatie. Wanneer bedrijven mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk helpen, kan het maatschappelijke effect daarvan regionaal sterk verschillen. ‘Als je zoiets doet in een gebied waar werkloosheid al laag is, heeft dat een andere impact dan in een regio waar dat probleem veel groter is’, aldus Dos Santos.

Moet impact meetbaar zijn?

Tijdens het gesprek klinkt scepsis over de steeds verdergaande nadruk op meetbaarheid. Vooral Van Dijk plaatst stevige vraagtekens bij de manier waarop impact in de praktijk soms wordt benaderd. ‘De impactwereld zegt voortdurend dat alles meetbaar moet zijn, maar ik vraag me af of dat altijd nodig is.’ Volgens Van Dijk dreigt impactmeting soms een doel op zichzelf te worden, terwijl de kosten en administratieve lasten daardoor sterk oplopen. Bovendien ontstaat volgens hem het risico dat beleggers vooral bezig zijn met rapporteren in plaats van met daadwerkelijke maatschappelijke verandering. ‘Als iets kwaakt als een eend en loopt als een eend, dan is het misschien gewoon een eend’, zegt hij. Sommige investeringen zijn met andere woorden zó evident maatschappelijk relevant, dat eindeloze meetmodellen weinig toevoegen. Volgens Van Dijk draait het uiteindelijk vooral om uitlegbaarheid richting deelnemers en bestuur.

 

Bij pensioenfondsen leeft vaak tóch de angst: wat als dit straks op de voorpagina van het FD komt?

 

Van Bijleveld kiest een tussenliggende positie. Volgens hem hoeft impact niet altijd volledig kwantitatief meetbaar te zijn – een eerste proof of concept bespaart waarschijnlijk minder CO2 dan het duizendste zonnepark – maar er moet er wél vertrouwen bestaan in het proces en in de manier waarop de manager de impact van investeringen beoordeelt. ‘Er moet wel een onderbouwde Theory of Change zijn: welk probleem wordt aangepakt en in welke mate lost deze investering dat op. Uit ons onderzoek blijkt dat niet alles wat groen klinkt ook daadwerkelijk tot verandering leidt. Juist daarom is een heldere Theory of Change zo belangrijk, zegt hij. Ook Crans ziet dat veel pensioenfondsen worstelen met de toenemende complexiteit van impactdefinities en rapportage-eisen. Volgens hem kan een te strikte benadering juist verlammend werken. ‘Sommige besturen willen gewoon investeren in bedrijven waarvan ze voelen dat die maatschappelijk relevant zijn’, zegt hij. ‘Dan wil je niet eerst verzanden in een enorme discussie over definities.’ Die spanning tussen pragmatisme en meetbaarheid loopt als een rode draad door het gesprek. Niemand aan tafel pleit voor vrijblijvende claims rond impact, maar tegelijkertijd klinkt ook de waarschuwing dat impactbeleggen niet moet vastlopen in bureaucratie.
 

Marlene Stam7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Marlene Stam richt zich sinds 2010 op impact investing en zet haar diepgaande kennis op dat gebied in om de transitie naar een duurzaam financieel systeem te versnellen. Momenteel is zij Partner bij Collective Action en lid van het Investment Committee van Planet&People One. Eerder bekleedde zij functies bij onder meer Russell Investments, XS Investments en Twelve Capital. 

 

Jorrit Arissen7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Jorrit Arissen is sinds 2015 werkzaam bij Van Lanschot Kempen, waar hij als Co-Head Alternative Manager Research institutionele relaties adviseert over strategische allocaties binnen private markets. De afgelopen jaren initieerde hij innovatieve, lokaal verankerde impactoplossingen voor onder meer vastgoed en private debt. Arissen heeft ruim twintig jaar ervaring en werkte eerder bij PGGM Investments en APG Asset Management.

 

Vincent van Bijleveld7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Vincent van Bijleveld is Managing Consultant van het duurzaam beleggen-team van Finance Ideas. Samen met dit team werkt hij aan het opzetten, implementeren of evalueren van MVB-beleid en uitvoering. Het team initieert ook veel samenwerkingen tussen Nederlandse pensioenfondsen en/of internationale beleggers, zoals in de Dutch & Health Engagement Netwerken en het Global Real Estate Engagement Network. 

 

Bob Crans7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Bob Crans werkt sinds 2023 bij Montae & Partners als Senior Investment Consultant Vermogensbeheer. Hij adviseert pensioenfondsen over beleggingsbeleid, met een sterke focus op duurzaamheid en impact. Daarvoor werkte hij als Investment Consultant bij Willis Towers Watson. Crans is CFA Charterholder en heeft een MSc Quantitative Finance en een LLB Fiscaal Recht.

 

Ronald van Dijk7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Ronald van Dijk is Chief Investment Officer en lid van het bestuur van Pensioenfonds Rail & OV. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring in institutioneel vermogensbeheer, onder meer opgedaan bij APG en ING, en is Hoogleraar Investment Management aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij promoveerde in de Econometrie aan de Erasmus Universiteit.

 

Fabio Rodrigues dos Santos7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Fabio Rodrigues dos Santos heeft ruim 10 jaar ervaring in de financiële sector. Sinds juni 2025 werkt hij met het Private Credit-team van Eiffel Investment Group SAS, waar hij bijdraagt aan transacties in de Benelux en zich richt op impactinvesteringen. Voor zijn huidige rol werkte hij bij HSBC, waar hij actief was in corporate coverage en investment banking.

 

Hans de Ruiter7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Hans de Ruiter is Chief Investment Officer bij Pensioenfonds TNO. Hij heeft ruime ervaring in de financiële sector, voornamelijk binnen de pensioenfondsindustrie. Hij was eerder werkzaam bij Pensioenfonds Hoogovens en APG. Op dit moment is hij ook bestuurslid bij Pensioenfonds Achmea en PMT. Bij beide pensioenfondsen is hij tevens voorzitter van de beleggingscommissie.  

 

Lees het verslag in de digitale editie van Financial Investigator magazine