De grootste uitdaging zit in de uitvoering (deel 1 van ronde tafel ‘Local Impact’)

De grootste uitdaging zit in de uitvoering (deel 1 van ronde tafel ‘Local Impact’)

Local impact investing krijgt binnen de pensioensector steeds meer aandacht. Tijdens de ronde tafel van Financial Investigator blijkt dat de interesse in maatschappelijke impact groeit, maar dat pensioenfondsen tegelijkertijd worstelen met vragen rond uitvoering, schaalbaarheid en risicobeheersing. Daarnaast klinkt een oproep tot pragmatisme. ‘Laten we niet eerst tien jaar praten over een perfect plan, maar gewoon beginnen en onderweg leren.’

Door Baart Koster  

 

VOORZITTER:

Marlene Stam, Collective Action

 

DEELNEMERS:

Jorrit Arissen, Van Lanschot Kempen

Vincent van Bijleveld, GREEN, Finance Ideas

Bob Crans, Montae & Partners

Ronald van Dijk, Pensioenfonds Rail & OV

Fabio Rodrigues dos Santos, Eiffel Investment Group

Hans de Ruiter, Pensioenfonds TNO 

 

Al vroeg in het gesprek onder leiding van Marlene Stam, Co-Creator van Collective Action, blijkt dat local impact investing voor verschillende deelnemers uiteenlopende betekenissen heeft. Bob Crans van Montae & Partners ziet dat deelnemers van pensioenfondsen steeds vaker belangstelling tonen voor beleggingen dichter bij huis. Volgens hem heeft dat niet alleen met emotie te maken, maar ook met herkenbaarheid en uitlegbaarheid. Deelnemers zien graag concreet waar hun pensioengeld terechtkomt. Fabio Rodrigues dos Santos van Eiffel Investment Group meent dat vooral het directe verband tussen kapitaal en maatschappelijke opbrengst een belangrijk voordeel is van local impact. ‘Wanneer je local impact kunt maken, ondervinden degenen die het kapitaal verschaffen ook daadwerkelijk de maatschappelijke voordelen ervan. Dat maakt het tastbaarder en transparanter.’

Lokaal investeren sluit volgens meerdere gespreksdeelnemers goed aan bij bredere mondiale ontwikkelingen. Geopolitieke spanningen, economische onzekerheid en discussies over strategische autonomie zorgen ervoor dat beleggers kritischer zijn gaan kijken naar de afhankelijkheid van internationale ketens en buitenlandse markten. Ook daardoor groeit de belangstelling voor investeringen dichter bij huis. Tegelijkertijd plaatsen verschillende deelnemers meteen kanttekeningen bij het begrip ‘local’. Vincent van Bijleveld van Finance Ideas waarschuwt ervoor de wens tot local impact niet al te beperkend te definiëren. Volgens Van Bijleveld willen deelnemers graag investeren in Nederland of Europa, maar staan ze vaak ook best open voor impact in emerging markets.

Lokaal gevoel

Ook het gekozen beleggingsthema maakt duidelijk verschil. Betaalbaar wonen voelt voor veel fondsen op een logischere manier dicht bij huis, terwijl klimaat en biodiversiteit juist minder snel met een lokale context wordt geassocieerd. Jorrit Arissen van Van Lanschot Kempen Investment Management ziet dat onderscheid ook terug bij klanten. ‘Sociale thema’s krijgen vaak een meer lokale invulling. Om impact op het thema klimaat te maken, wordt sneller naar internationale mogelijkheden gekeken.’ Daarnaast blijkt dat deelnemers lang niet altijd uitsluitend naar financieel rendement kijken. Volgens verschillende deelnemers groeit juist de behoefte aan beleggingen die zichtbaar en maatschappelijk uitlegbaar zijn.

Gaandeweg krijgt het gesprek een bredere economische dimensie. Zo plaatst Ronald van Dijk van Pensioenfonds Rail & OV local impact nadrukkelijk in de context van strategische autonomie, innovatie en economische weerbaarheid binnen Europa. ‘Het gaat ook over technologie, banen, veiligheid en economische kracht. Dat raakt uiteindelijk net zo goed aan maatschappelijke impact’, zegt Van Dijk. Van Bijleveld herkent dat. Uit onderzoek van Finance Ideas blijkt dat de afhankelijkheid van de VS Nederlandse pensioenfondsen aanzet tot een heroverweging van hun allocaties richting Europa. Daarmee verschuift het gesprek ook richting de vraag hoe Europa economisch concurrerend blijft. Volgens meerdere deelnemers heeft Europa weliswaar verschillende sterke technologische sectoren, maar ontbreekt het vaak aan voldoende kapitaal om bedrijven op ons continent te laten doorgroeien.

 

Dat veel fondsen local impact investing nu nog uitstellen, komt niet doordat ze het niet zouden willen, maar simpelweg doordat ze er op dit moment de tijd niet voor hebben.

 

De deelnemers benoemen in die context uitdagingen op het gebied van venture capital, scale-ups en de zogenoemde ‘valley of death’. Volgens Van Dijk ligt onder andere daar een structureel probleem. ‘We zijn in Europa niet zo goed in het opschalen van innovatieve technologie. Daardoor vertrekken bedrijven uiteindelijk alsnog naar de VS, waar grotere kapitaalmarkten beschikbaar zijn.’ Hans de Ruiter van Pensioenfonds TNO kan die problematiek vanuit de praktijk onderschrijven. Voor een fonds met een achterban die sterk geïnteresseerd is in innovatie en technologie, ligt die discussie volgens hem dan ook nadrukkelijk op tafel. De Ruiter wijst onder meer op fotonica, quantumtechnologie en deeptech als sectoren waarin Nederland internationaal sterk staat. ‘We zijn technologisch heel goed’, aldus De Ruiter. ‘Maar het scale-up kapitaal ontbreekt vaak om innovatieve technologiebedrijven hier te houden.’

Additionaliteit via groeikapitaal

De discussie krijgt daarmee een bredere economische lading, want het gaat niet langer alleen over duurzaamheid of impact in de klassieke ESG-betekenis, maar tevens over de vraag hoe pensioenkapitaal kan bijdragen aan innovatie, bedrijvigheid en economische ontwikkeling in Europa. Van Bijleveld merkt op dat juist in de vroege groeifase de additionaliteit van investeringen groot kan zijn. Wie investeert in een onderneming die anders moeilijk financiering krijgt, maakt volgens hem meer verschil dan wanneer kapitaal terechtkomt bij bedrijven die ook zonder impactfonds eenvoudig financierbaar zouden zijn.

Daarmee komt ook de vraag op tafel waar impactbeleggen een substantieel verschil maakt. Volgens Dos Santos zit juist daar vaak de kracht van private credit: financiering kan direct worden gekoppeld aan concrete verduurzamingsdoelen of operationele veranderingen binnen bedrijven. Hij noemt een pvc-producent die fors investeert in recyclingcapaciteit. Via renteprikkels kunnen verduurzamingsdoelen direct worden gekoppeld aan de financieringsvoorwaarden. Van Bijleveld plaatst daar wel een kritische nuance bij. Volgens hem is het financieren van duurzame ondernemingen zinvol en kan een manager door renteprikkels en andere ondersteuning een onderneming enigszins bijsturen. Maar als pensioenfonds moet je wel het onderscheid maken tussen kapitaal dat ‘bijdraagt aan’ verandering en kapitaal dat ‘het verschil maakt’. Juist die discussie over additionaliteit en impact laat zien dat de deelnemers voortdurend zoeken naar nuance. Niemand aan tafel presenteert local impact investing dan ook als een eenvoudige oplossing voor grote maatschappelijke vraagstukken. Vaker draait het gesprek om de praktische vraag waar pensioenfondsen daadwerkelijk verschil kunnen maken.

De discussie richt zich vervolgens op risico en uitvoerbaarheid. Want wie local impact serieus wil invullen, komt al snel uit bij private markten, infrastructuur, venture capital of private debt. En dus ook bij hogere kosten, minder liquiditeit en meer complexiteit. Volgens De Ruiter hoeft impactbeleggen daarbij niet automatisch te betekenen dat pensioenfondsen fundamenteel anders naar risico gaan kijken. ‘Wij construeren eerst een portefeuille op basis van risico en rendement’, zegt hij. ‘Daarna kijken we waar we binnen die portefeuille impact willen organiseren.’

Portefeuillebalans cruciaal

Ook Van Dijk relativeert het idee dat beleggen in complexere private assetcategorieën automatisch tot onverantwoorde risico’s zou leiden. Volgens hem draait het uiteindelijk om de totale portefeuillebalans. Liquiditeit, renterisico en valutarisico blijven voor pensioenfondsen minstens zo belangrijk. Tegelijk erkennen meerdere deelnemers dat local impact investing in de praktijk vaak uitkomt bij private markten, infrastructuur, venture capital en andere minder liquide beleggingen. Daarmee worden automatisch hogere eisen gesteld aan governance, monitoring en specialistische kennis. Vooral kleinere en middelgrote fondsen beschikken volgens verschillende deelnemers niet altijd over de capaciteit om complexe investeringen intensief te analyseren en te begeleiden. Dat maakt samenwerking met gespecialiseerde partijen volgens verschillende gespreksdeelnemers cruciaal.

 

Met local impact ondervinden degenen die het kapitaal verschaffen daadwerkelijk de maatschappelijke voordelen ervan. Dat maakt het tastbaarder en transparanter.

 

Daarnaast speelt reputatierisico een rol. Arissen noemt het voorbeeld van een duurzame vastgoedontwikkelaar in Nederland. Ondanks sterke duurzaamheidsprestaties blijkt het volgens hem soms lastig daar institutioneel kapitaal voor op te halen. ‘Bij pensioenfondsen leeft vaak tóch de angst: wat als dit straks op de voorpagina van het FD komt?’ Volgens Arissen speelt daarbij mee dat institutionele beleggers hun keuzes niet alleen financieel, maar ook maatschappelijk voortdurend moeten kunnen uitleggen. Zeker rond private markten, hogere kosten of innovatieve structuren ontstaat daardoor volgens hem sneller terughoudendheid, ook wanneer de onderliggende maatschappelijke impact overtuigend lijkt.

Verschillende deelnemers herkennen die terughoudendheid. Hoge kosten, private equity en risicovolle investeringen liggen maatschappelijk gevoelig. Volgens De Ruiter heeft dit gevolgen voor de wijze waarop pensioenfondsen beleggen. ‘In Nederland doen we soms meer aan riskmanagement dan aan return management. We zouden soms best wat ondernemender mogen zijn.’ Van Dijk ziet naast mediapublicaties ook de bredere publieke discussie als een belangrijke factor. Zodra media vooral focussen op kosten, incidenten of mislukkingen, ontstaat volgens hem sneller terughoudendheid rond innovatieve of minder liquide beleggingen. ‘Dan moet je telkens weer uitleggen waarom private equity tóch een verstandige keuze is’, zegt hij. Volgens Van Dijk speelt die terughoudendheid niet alleen bij impactbeleggen, maar veel breder bij private markten en complexere beleggingen.

Deelnemers aan het roer

Tegelijkertijd signaleren de gespreksdeelnemers dat de voorkeuren van pensioendeelnemers juist meer ruimte lijken te bieden voor maatschappelijke investeringen. Pensioenfondsen voeren steeds vaker onderzoeken uit waarin duurzaamheid, maatschappelijke impact en lokale investeringen expliciet worden meegenomen. Volgens Crans blijken deelnemers daarbij geregeld bereid iets hogere kosten of meer risico te accepteren, mits de maatschappelijke meerwaarde concreet en uitlegbaar blijft. ‘Als je met tastbare voorbeelden komt, wordt het voor besturen ook makkelijker om die stap te zetten’, zegt hij.
 

We zijn in Europa niet zo goed in het opschalen van innovatieve technologie. Daardoor vertrekken bedrijven uiteindelijk alsnog naar de VS. 

 
Van Dijk ziet daarin een belangrijke ontwikkeling richting het nieuwe pensioenstelsel, waarin deelnemervoorkeuren nadrukkelijker zichtbaar worden. Volgens hem groeit daardoor ook de noodzaak om beter uit te leggen waar pensioengeld terechtkomt en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Uiteindelijk ligt het niet alleen bij bestuurders of fiduciaire managers om te bepalen welke impact wenselijk is. Zij dienen bij die keuze expliciet de voorkeuren van de deelnemers mee te wegen. ‘Anders ontbreekt een duidelijk mandaat vanuit de deelnemers’, zegt hij. ‘Het moet uiteindelijk een basis hebben in de voorkeuren van deelnemers.’ De algemene verwachting aan tafel is dat dit thema de komende jaren verder aan belang wint zodra de implementatiedruk van de Wtp afneemt. Zolang fondsen druk bezig zijn met de overgang naar het nieuwe stelsel, blijft er volgens de gespreksdeelnemers maar beperkt ruimte over voor nieuwe initiatieven en innovatieve samenwerkingsvormen.
 

Marlene Stam7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Marlene Stam richt zich sinds 2010 op impact investing en zet haar diepgaande kennis op dat gebied in om de transitie naar een duurzaam financieel systeem te versnellen. Momenteel is zij Partner bij Collective Action en lid van het Investment Committee van Planet&People One. Eerder bekleedde zij functies bij onder meer Russell Investments, XS Investments en Twelve Capital. 

 

Jorrit Arissen7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Jorrit Arissen is sinds 2015 werkzaam bij Van Lanschot Kempen, waar hij als Co-Head Alternative Manager Research institutionele relaties adviseert over strategische allocaties binnen private markets. De afgelopen jaren initieerde hij innovatieve, lokaal verankerde impactoplossingen voor onder meer vastgoed en private debt. Arissen heeft ruim twintig jaar ervaring en werkte eerder bij PGGM Investments en APG Asset Management.

 

Vincent van Bijleveld7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Vincent van Bijleveld is Managing Consultant van het duurzaam beleggen-team van Finance Ideas. Samen met dit team werkt hij aan het opzetten, implementeren of evalueren van MVB-beleid en uitvoering. Het team initieert ook veel samenwerkingen tussen Nederlandse pensioenfondsen en/of internationale beleggers, zoals in de Dutch & Health Engagement Netwerken en het Global Real Estate Engagement Network. 

 

Bob Crans7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Bob Crans werkt sinds 2023 bij Montae & Partners als Senior Investment Consultant Vermogensbeheer. Hij adviseert pensioenfondsen over beleggingsbeleid, met een sterke focus op duurzaamheid en impact. Daarvoor werkte hij als Investment Consultant bij Willis Towers Watson. Crans is CFA Charterholder en heeft een MSc Quantitative Finance en een LLB Fiscaal Recht.

 

Ronald van Dijk7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Ronald van Dijk is Chief Investment Officer en lid van het bestuur van Pensioenfonds Rail & OV. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring in institutioneel vermogensbeheer, onder meer opgedaan bij APG en ING, en is Hoogleraar Investment Management aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij promoveerde in de Econometrie aan de Erasmus Universiteit.

 

Fabio Rodrigues dos Santos7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Fabio Rodrigues dos Santos heeft ruim 10 jaar ervaring in de financiële sector. Sinds juni 2025 werkt hij met het Private Credit-team van Eiffel Investment Group SAS, waar hij bijdraagt aan transacties in de Benelux en zich richt op impactinvesteringen. Voor zijn huidige rol werkte hij bij HSBC, waar hij actief was in corporate coverage en investment banking.

 

Hans de Ruiter7 mei 2026Financial Investigator Ronde Tafel "Local Impact" in de Burcht in Amsterdam

Hans de Ruiter is Chief Investment Officer bij Pensioenfonds TNO. Hij heeft ruime ervaring in de financiële sector, voornamelijk binnen de pensioenfondsindustrie. Hij was eerder werkzaam bij Pensioenfonds Hoogovens en APG. Op dit moment is hij ook bestuurslid bij Pensioenfonds Achmea en PMT. Bij beide pensioenfondsen is hij tevens voorzitter van de beleggingscommissie.  

 

Lees het verslag in de digitale editie van Financial Investigator magazine