Gerd-Jan Wiggen & Laurent Claassen: Naar weerbaarheid voor geopolitieke risico’s
Door Gerd-Jan van Wiggen, Partner bij Probability & Partners, en Laurent Claassen, Senior Advisor to Boards & Executives | Lecturer & Speaker
De wereldorde is in beweging. De dominantie van de VS wordt uitgedaagd door China en met de tweede ambtstermijn van president Trump ontstaan extra onzekerheden op het gebied van internationale handel, economische stabiliteit en geopolitieke allianties.
Geopolitiek is daarom niet langer uitsluitend een onderwerp voor regeringsleiders en diplomaten. De risico’s die met deze geopolitieke verschuivingen gepaard gaan, raken financiële instellingen en bedrijven zowel direct als indirect.
Waar 'Export Controls' en 'Sancties' jarenlang werden gezien als een niche binnen juridische of compliance-afdelingen, zijn die inmiddels uitgegroeid tot een strategisch instrument binnen de geopolitiek. Staten gebruiken economische afhankelijkheden steeds nadrukkelijker als machtsmiddel, en technologie, grondstoffen, betalingsverkeer en handelsstromen zijn onderdeel geworden van een geopolitiek speelveld waarin economische belangen en nationale veiligheid steeds vaker samenvallen.
Voor internationaal opererende bedrijven en financiële instellingen betekent dit een fundamentele verandering. De vraag is niet langer alleen of een transactie juridisch is toegestaan en aan de geldende regels voldoet, maar ook of deze morgen nog is toegestaan. Export Controls en Sancties ontwikkelen zich in hoog tempo, worden steeds complexer en zijn steeds vaker een reactie op geopolitieke ontwikkelingen die zich nauwelijks laten voorspellen.
Daarmee verandert ook het risicoprofiel. Waar organisaties zich vroeger vooral richtten op het screenen van klanten en landen, verschuift de aandacht steeds meer naar indirecte risico’s. Goederen bereiken hun eindbestemming via tussenhandelaren, distributeurs of logistieke hubs, technologie wordt via verschillende landen geleverd en financiële transacties verlopen via complexe internationale structuren. Juist deze indirecte routes maken het steeds moeilijker om vast te stellen waar producten uiteindelijk terechtkomen en wie uiteindelijk belang heeft bij een transactie.
Daar komt bij dat toezichthouders en handhavende autoriteiten hun verwachtingen hebben verhoogd. Van organisaties wordt niet alleen verwacht dat zij sanctielijsten controleren, maar dat zij aantoonbaar inzicht hebben in hun gehele waardeketen, de uiteindelijke eindgebruiker begrijpen en kunnen onderbouwen waarom zij een bepaald risico acceptabel achten. De kwaliteit van besluitvorming wordt minstens zo belangrijk als de uitkomst ervan.
Voor banken betekent dit dat zij verder moeten kijken dan de traditionele customer due diligence en screening van betalingstransacties. Zij bevinden zich steeds vaker in de positie waarin zij handelsstromen moeten beoordelen waarvan de geopolitieke context minstens zo belangrijk is als de financiële transactie zelf. Voor bedrijven geldt hetzelfde. Een exportcontrolevraagstuk begint allang niet meer bij de douaneafhandeling, maar al bij de verkoop, inkoop, productontwikkeling en strategische besluitvorming over markten en ketens.
Misschien is dat wel de belangrijkste les van de huidige geopolitieke werkelijkheid: Export Controls en Sancties zijn geen compliancevraagstuk meer, maar een ondernemingsvraagstuk. Organisaties die uitsluitend reageren op nieuwe regelgeving, lopen voortdurend achter de feiten aan. Organisaties die geopolitieke ontwikkelingen vertalen naar hun strategie, hun supply chain en hun klantacceptatie zijn beter in staat om onverwachte ontwikkelingen op te vangen.
Dat vraagt om een andere manier van werken. Niet door steeds meer controles toe te voegen, maar door geopolitieke risico's continu te beoordelen. Welke markten worden geopolitiek gevoeliger? Welke leveranciers of distributiekanalen vergroten onze afhankelijkheid? Welke technologieën kunnen morgen onder Export Control vallen? En welke signalen geven aanleiding om een klant of transactie opnieuw te beoordelen?
De grootste uitdaging ligt daarom niet in het naleven van de regels van vandaag, maar in het voorbereid zijn op de regels van morgen. In een wereld waarin geopolitiek steeds vaker de spelregels van de internationale handel bepaalt, wordt weerbaarheid een concurrentievoordeel. Organisaties die geopolitieke ontwikkelingen structureel verbinden met hun Export Control- en Sanctie-beleid beperken niet alleen hun juridische risico's, maar versterken ook hun strategische wendbaarheid.
Geopolitiek is niet langer een onderwerp voor diplomaten alleen. Zij bepaalt in toenemende mate welke markten toegankelijk blijven, welke technologie mag worden geleverd en welke zakelijke relaties morgen nog mogelijk zijn. De grootste fout die organisaties vandaag kunnen maken, is denken dat Export Controls en Sancties een complianceprobleem zijn. Ze zijn in werkelijkheid een geopolitiek bedrijfsrisico. En bedrijfsrisico’s horen thuis in de bestuurskamer. Voor bestuurders is de vraag niet óf geopolitiek de onderneming raakt, maar hoe goed de organisatie daarop is voorbereid.