Schroders: Institutionele beleggers keren terug naar actief aandelenbeheer
Schroders: Institutionele beleggers keren terug naar actief aandelenbeheer
Nederlandse institutionele beleggers herschikken hun portefeuilles als reactie op geopolitieke onzekerheid, en kiezen nadrukkelijker voor actief beleggen, maar doen dat op een manier die opvallend verschilt van hun internationale tegenhangers.
Dat blijkt uit de Nederlandse resultaten van de Global Investor Insights Survey (GIIS) 2026 van Schroders, het jaarlijkse wereldwijde onderzoek van de vermogensbeheerder.
De Nederlandse uitkomsten — gebaseerd op de antwoorden van 33 institutionele beleggers waaronder pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, vermogensfondsen en stichtingen — laten een markt zien die sterk gericht is op kapitaalbescherming en inkomenszekerheid, en die de traditionele rol van Amerikaanse staatsobligaties als veilige haven grotendeels heeft verlaten.
VS-onzekerheid overschaduwt alle andere geopolitieke risico’s
Voor Nederlandse beleggers is de onzekerheid over het Amerikaanse buitenlandbeleid en mondiale leiderschap veruit de grootste geopolitieke zorg: 82% van de respondenten noemt dit als een van de belangrijkste risico’s — en dit scoort hoger dan incidenten die hiervan mogelijk het gevolg zijn, zoals het gewapend conflict in het Midden-Oosten (67%) en de energiezekerheid (58%). Dit wijkt significant af van het mondiale gemiddelde, waarbij het Midden-Oostenconflict (69%) stevig bovenaan staat.
Die onzekerheid over de VS vertaalt zich direct in beleggingsbeslissingen. Grondstof- en energieprijsschokken worden door 67% van de Nederlandse respondenten genoemd als meest waarschijnlijke gebeurtenis op de markten met portefeuille-impact — ruim boven het mondiale gemiddelde voor dit scenario van 53%. Economische neergang of recessie scoort bij Nederlandse beleggers juist opmerkelijk laag: slechts 36% noemt dit als een van de drie topzorgen, terwijl dat wereldwijd 50% is.
Zeer opvallend is ook dat gewapend conflict in Europa (Oekraïne) door slechts 6% van de Nederlandse respondenten als een van de grootste geopolitieke zorgen wordt aangemerkt, terwijl het mondiale gemiddelde van zorg op 14% ligt. De zorg over VS overschaduwt het bredere Europese veiligheidsvraagstuk bij Nederlandse beleggers volledig.
"Wat dit onderzoek laat zien, is dat geopolitieke onzekerheid steeds meer doorwerkt in de portefeuilleconstructie zelf — niet alleen in de risicoanalyse. Nederlandse beleggers herschikken actief hun allocaties als antwoord op een wereld die minder voorspelbaar is geworden.”
Sjoerd Hoogeveen, bij Schroders in Nederland verantwoordelijk voor business development
US Treasuries als veilige haven: Nederlanders wijzen ze vrijwel volledig af
De meest uitgesproken afwijking van de Nederlandse data ten opzichte van Europa en de rest van de wereld is de houding ten aanzien van Amerikaanse staatsobligaties als populairste hedge-instrument tegenover mogelijke marktvolatiliteit in de komende 12 maanden. Slechts 3% van de Nederlandse institutionele beleggers ziet US Treasuries als een van de drie beste beschermingsinstrumenten in een volatiele markt — tegenover 19,5% wereldwijd en 12,6% in de bredere EMEA-regio.
In plaats daarvan kiezen Nederlandse beleggers voor andere beschermingsinstrumenten: infrastructure en vastgoed (46%), kortlopend investment grade credit (42%), defensieve aandelen (36%) en niet-Amerikaanse staatsobligaties zoals Bunds (30%) (naast cash en geldmarktfondsen die breed terugkomen met 58%). Dit patroon weerspiegelt een bewuste herallocatie weg van de VS als veilige basis, en dat komt overeen met de brede bezorgdheid over het Amerikaanse (buitenlands) beleid. ”De verschuiving weg van US Treasuries sluit aan bij een bredere beweging die wij in de Nederlandse markt waarnemen: beleggers zoeken bescherming dichter bij huis, in reële activa en Europese vastrentende waarden met een helder risicoprofiel”, aldus Sjoerd Hoogeveen.
Hoogste vertrouwen in actief beheer, terugkeer door angst concentratierisico
Van alle regio’s in het mondiale onderzoek hebben Nederlandse institutionele beleggers het sterkste vertrouwen in actief vermogensbeheer: 94% zegt er zeker van te zijn dat actief beheer hen kan helpen om de geplande beleggingsdoelstellingen te realiseren in de komende 12 tot 18 maanden. Wereldwijd is dit percentage 85% en 88% in EMEA ex UK.
Waar beleggers wereldwijd concentratierisico in aandelenindices gemiddeld aanpakken via geografische spreiding (36%) en een grotere small-cap-exposure (26%), kiezen Nederlandse institutionele beleggers een andere route: 49% roteert naar een actiever beheer als primaire oplossing voor indexconcentratierisico (vs. 38% wereldwijd). Een op de vijf Nederlandse beleggers (21%) kiest er voor de totale aandelenallocatie te verlagen ten gunste van andere assetklassen (vs. 14% wereldwijd).
Sjoerd Hoogeveen: "Het is opmerkelijk — maar niet verrassend — dat Nederlandse beleggers actief beheer in de eerste plaats waarderen als middel om concentratierisico te beheersen. De markt stelt weerbaarheid boven outperformance, en dat vraagt om een andere invulling van wat actief beheer moet leveren.”
Infrastructure debt en gesecuritiseerd krediet: de Nederlandse onderscheidende keuzes in vastrentend
In de brede kredietmarkt onderscheiden Nederlandse beleggers zich door een bijzonder intensief gebruik van het gehele spectrum — met een duidelijke voorkeur voor infrastructure debt en real estate credit.
Opvallend is dat 88% van de Nederlandse respondenten belegt in infrastructure debt: slechts 12% geeft aan er niet in te beleggen, terwijl dat cijfer wereldwijd op 33% ligt. Nederland lijkt hiermee de meest actieve gebruiker van infrastructure debt te zijn van alle onderzochte regio’s. Naast zekere kapitaalopbrengst (36% vs. 26% wereldwijd) zoeken Nederlandse beleggers via infrastructure debt ook naar betrouwbare inkomsten (42% vs. 32% wereldwijd).
Bij high yield obligaties valt op dat Nederlandse beleggers deze niet alleen als alpha-generator beschouwen (61%), maar ook als betrouwbare inkomstenbron: 52% noemt reliable yield als doel, ten opzichte van 34% wereldwijd. Dit duidt op een bredere, meer inkomensgerichte benadering van het hogere-risicodeel van het kredietspectrum.
"De sterke positie van infrastructure debt in Nederlandse portefeuilles weerspiegelt een zoektocht naar stabiel, voorspelbaar inkomen in een omgeving die op veel andere fronten onzekerder is geworden. Het past bij de langetermijnhorizon die kenmerkend is voor de Nederlandse institutionele markt.”, aldus Sjoerd Hoogeveen.
Actieve ETF’s: Nederlandse beleggers zetten primair in op diversificatie
Actieve ETF’s winnen ook in Nederland aan terrein. Nederlandse beleggers zien ze voornamelijk als diversificatie-instrument: 61% noemt diversificatie als voornaamste portefeuillerol, ten opzichte van 49% wereldwijd, gevolgd door het gebruik als tactische inzet/satellite.
Opmerkelijk is dat Nederlandse beleggers juist minder interesse tonen in liquid alternatives-ETF’s (9% vs. 23% wereldwijd) en fixed income ETF’s (9% vs. 17% wereldwijd). Grondstoffen-ETF’s zijn daarentegen populairder: 30% vs. 20% internationaal — consistent met de hoge bezorgdheid over energie- en grondstofprijzen.
Een derde van de Nederlandse respondenten (33%) noemt gebrek aan eigen interne expertise als drempel voor actieve ETF’s, ten opzichte van 20% wereldwijd. Dit suggereert dat de Nederlandse markt op dit vlak nog in een vroeg adoptiestadium verkeert.
Inkomen boven groei: de Nederlandse prioriteitenlijst
Als het gaat om de beste bronnen van risicogecorrigeerd inkomen, wijken Nederlandse beleggers in hun top drie opvallend af van de mondiale rangschikking:
- Asset-backed/securitised credit: 43% (vs. 32% wereldwijd) — het hoogst scorende item voor Nederland
- Cash en geldmarktinstrumenten: 37% (vs. 21% wereldwijd) — een fors verschil
- Inkomen uit aandelen: 37% (vs. 43% wereldwijd) — minder populair dan internationaal
- Bedrijfsobligaties (actief): 27% (vs. 35% wereldwijd) — eveneens lager
Staatsobligaties worden door Nederlandse beleggers bovengemiddeld als inkomstenbron gewaardeerd: 64% noemt betrouwbare real yield als primair doel voor overheidsobligaties, ten opzichte van 50% wereldwijd.