De breedte van specialty finance (ronde tafel ‘Specialty Finance & Opportunistic Credit’ – deel 1)
De breedte van specialty finance (ronde tafel ‘Specialty Finance & Opportunistic Credit’ – deel 1)
In deel 1 van het rondetafelverslag over ‘Specialty Finance & Opportunistic Credit’ bespreken de deelnemers hoe beide categorieën zich verhouden tot traditionele private credit. Wat zijn de belangrijkste verschillen in risico, rendement, liquiditeit en complexiteit? En waar ligt de grens tussen specialty finance en opportunistic credit?
Door Hans Amesz
|
Voorzitter: Jason Proctor, Troviq Private Markets Deelnemers: Pascal Böni, Tilburg University Egbert Bronsema, Aegon Asset Management Robin Challis, Pemberton Asset Management Lalantika Medema, PIMCO Sachin Patel, Neuberger Berman Srdjan Vlaski, StepStone Group |
Hoe definiëren jullie specialty finance en opportunistic credit en waarin verschillen deze categorieën van elkaar? In hoeverre wijken ze af van traditionele private credit wat betreft risico, rendement, liquiditeit en complexiteit?
Lalantika Medema: ‘Als we speciality finance vergelijken met andere asset classes, denk ik dat het onderliggende risico veel diverser is. De categorie stelt je in staat te profiteren van allemaal verschillende segmenten of het nu hypotheken, autoleningen of creditcards zijn en van duizenden onderliggende leningen, in plaats van één enkel bedrijf of onroerend goed. Om al die leningen adequaat te kunnen beoordelen, is een aanzienlijke hoeveelheid gegevens nodig. Bij specialty finance, op een unlevered, voor verliezen gecorrigeerde basis, is het rendementspotentieel gemiddeld in de hoge enkele cijfers, en met leverage in de dubbele cijfers. Bij opportunistic credit kan het leverage-effect het rendementspotentieel ook naar de dubbele cijfers opstoten.’
Egbert Bronsema: ‘Door die diversificatie in specialty finance kan er een portefeuille met brede mogelijkheden worden opgetuigd. Dit hoeft niet te betekenen dat er geen idiosyncratisch risico bestaat, maar het betekent ook niet noodzakelijkerwijs een rendementsverlies. Zonder leverage kunnen er stabiele rendementen gegenereerd worden die over het algemeen hoger zijn dan die van traditionele assets, zoals bij bedrijfsobligaties of directe niet-bancaire kredieten. De liquiditeit in specialty finance kan bovendien beter zijn dan bij directe niet-bancaire kredietverlening en opportunistic credit.’
Srdjan Vlaski: ‘Wij definiëren specialty credit over een reeks sectoren en structuren, met een focus op kredietverlening gedekt door harde valuta, financiële assets en geselecteerde bedrijfsleningen, zoals in healthcare, software en venture lending, waarbij waarde voornamelijk wordt gedreven door immateriële assets. Dit omvat een breed scala aan kredietactiviteiten in de economie, waaronder consumentenkrediet, NAV-leningen, transportfinanciering inclusief luchtvaart en scheepvaart, equipment finance en leasing – kortom alle vormen van kredietverlening die worden gedekt door identificeerbaar onderpand. Over het algemeen verwijst private credit voor ons naar meer traditionele, op cashflow gebaseerde bedrijfsleningen, terwijl specialty credit wordt gekenmerkt door asset based underwriting, structurele bescherming en risicobeperking gericht op onderpand.’
Robin Challis: ‘Bij opportunistic credit denken mensen vaak aan distressed assets. Dit zijn obligaties of leningen die tegen 50% van de nominale waarde verhandeld worden, maar de opportunistic credit-markt is veel groter dan dat. Wij kijken in tijden van stress naar leningen in performing companies waarbij de syndication mislukt is en wij de lening misschien rond de 90% van de nominale waarde over kunnen nemen. Daarnaast kijken we in stabiele markten naar leningen aan bedrijven die behoefte hebben aan een flexibele oplossing, bijvoorbeeld door first lien te combineren met een equity-positie. Wij zoeken naar de beste relative value over de cyclus heen. Als je alleen naar distressed zou kijken, zijn er ook lange periodes waarin er misschien niks te doen is.’
Zijn er sectoren in specialty finance of opportunistic credit die mainstream zijn geworden in de institutionele beleggingswereld, of zullen die er komen?
Bronsema: ‘Je ziet dat steeds meer institutionele beleggers de markt weer omarmen, simpelweg vanwege de aard van de financiering namelijk die van de echte economie, dat wil zeggen de financiering van kleine en middelgrote ondernemingen en de consument. Bovendien kan de financiering ook specifiek op hun ESG-beleid worden toegespitst, waarin de financiering gericht is op specifieke bedrijven of specifieke sectoren binnen hun ESG-kader, bijvoorbeeld op impactleningen. Dit is meer mainstream geworden.’
Pascal Böni: ‘Financiering op basis van intellectuele eigendomsrechten is, denk ik, op weg om meer ingeburgerd te raken, samen met insurance-linked financiering en procesfinanciering. Dit zijn brede vormen van specialty finance. Wat ik verder meer zie opkomen, is datacenter- of digitale infrastructuurfinanciering, gedreven door de significante AI-vraag naar infrastructuur. Het is erg moeilijk om het risico van deze financieringstransacties in te schatten, omdat er maar weinig data beschikbaar is. Als het gaat om het systematisch risico van credit funds, dat wil zeggen hun blootstelling aan benchmarks, begrijpen we de rendementen van private credit funds pas sinds kort wat beter. Er is meer empirisch onderzoek nodig.’
De opportunistic credit-markt is veel groter dan alleen distressed assets
Sachin Patel: ‘De meeste van de genoemde assets zijn al heel lang mainstream. Er worden al decennialang leningen verstrekt aan consumenten, aan kleine en middelgrote bedrijven, voor auto’s, enzovoort. Dit zijn voor het grootste deel heel gangbare asset classes. De enige echte structurele verandering is dat de banken de instellingen waren die de oorsprong van deze assets in handen hadden en ze financierden via hun balansen, waarvan ze nu zijn verdwenen. Het is dus niet zo dat er een nieuw soort kredietproduct is gecreëerd dat nog nooit eerder bestond. Ik denk dat het merendeel van de assets heel erg mainstream is. Slechts een minderheid zou ik classificeren als een nieuw type investeringen, en daar vallen onder meer datacenters onder, simpelweg omdat er een gebrek is aan trackrecords. De structurele trend waarbij assets van de balansen van banken naar niet-bancaire kredietverlening verschuiven, is in een gestaag tempo doorgegaan, aangedreven door regelgevende beperkingen. Tegelijkertijd hebben de banken hun aanpak veranderd. Nu zie je dat de grote banken hele leningen kopen op basis van toekomstige kasstromen, bijna in directe concurrentie met niet-bancaire kredietverstrekkers, hoewel ze zich sterk richten op het prime-segment van de markt. In grote lijnen denk ik dat de assets heel standaard en traditioneel zijn, voor het grootste deel niet bijzonder exotisch of nieuw. Maar het beleggersbestand is geëvolueerd, van opportunistisch naar wat volgens mij nu heel mainstream is.’
|
Jason Proctor Jason Proctor is medeoprichter van Troviq en lid van de investeringscommissie van het bedrijf. Hij heeft zich in zijn carrière gericht op investeringen in private market-fondsen, co-investeringen en secundaire markten, en werkte eerder bij StepStone en Partners Capital. |
|
Pascal Böni Pascal Böni is Professor of Practice in Finance & Private Markets aan de Tilburg School of Economics and Management, en Managing Director van het Tilburg Institute for Private Markets (TIPM). Hij is ook Associate Professor of Finance bij TIAS en zit in verschillende raden van bestuur, waaronder de Swiss Association of Securities Firms. Hij behaalde zijn PhD in Finance aan de Universiteit van Tilburg. |
|
Egbert Bronsema Egbert Bronsema is Senior Investment Manager in het Europese ABS-team en werkt sinds 2016 bij Aegon Asset Management. Daar- voor werkte hij 11 jaar in het Structured Finance-team van IMC Asset Management. Bronsema is sinds 2005 actief in de sector en heeft een masterdiploma in Bedrijfseconomie en Kwantitatieve Economie van de Universiteit Maastricht. |
|
Robin Challis Robin Challis is Deputy Head Portfolio Management en Portfolio Manager voor de European Strategic Credit-strategie bij Pemberton Asset Management. Daarnaast is hij lid van de Credit Review en ESG-commissies van de firma. Voor zijn komst naar Pemberton in 2016 was hij Head of Credit Strategy voor het Special Situationsteam bij RBS. Hij begon zijn carrière bij KPMG in Londen. |
|
Lalantika Medema Lalantika Medema is Executive Vice President en Alternative Credit Strategist bij PIMCO, verantwoordelijk voor credit alternatives en strategieën met betrekking tot hypo- theken en onroerend goed. Eerder werkte ze in het portfolio management-team en richtte ze zich op Mortgage-Backed Securities en residen- tiële leningen. Voor- dat ze in 2006 bij PIMCO kwam, werkte ze bij Deutsche Bank, waar ze zich specialiseerde in collateralized debt obligations (CDO’s). |
|
Sachin Patel Sachin Patel trad in augustus 2022 in dienst bij Neuberger Berman als Managing Director van het Specialty Financeteam. Daarvoor richtte hij de Global Capital Marketsgroep op bij Funding Circle Holdings Plc. Eerder werkte hij bij de Insurance & Pensions ALM Solutions-divisie van Barclays Capital. Patel begon zijn carrière in de cross-asset structured productsdivisie bij JPMorgan. Hij behaalde een MPhys in Natuurkunde aan de Universiteit van Oxford. |
|
Srdjan Vlaski Srdjan Vlaski is Managing Director van het private debt-team bij StepStone, waar hij zich richt op specialty finance credit strategies en secondaries. Vlaski behaalde zijn master in financiën aan de Universiteit van Lausanne en is een Chartered Financial Analyst (CFA). |
Lees het volledige verslag in Financial Investigator magazine






