Janus Henderson: Oplopende rendementen maken obligaties aantrekkelijker

Janus Henderson: Oplopende rendementen maken obligaties aantrekkelijker

Obligaties
shutterstock_85080700

Het conflict met Iran heeft de obligatiemarkten snel in beweging gezet. Wat begon als inflatievrees door stijgende olie- en gasprijzen, sloeg om in zorgen dat krappere financiële omstandigheden de economische groei zullen afremmen.

Dat leidde tot hogere renteverwachtingen en iets ruimere creditspreads, en daarmee rijst volgens James Briggs en Carl Jones, portefeuillebeheerders vastrentende waarden, bij Janus Henderson, de vraag of dit een aantrekkelijk instapmoment creëert voor beleggers in bedrijfsobligaties.

Overdrijft de markt?

Vooral de snelheid van de scherpe bijstelling van de renteverwachtingen is opvallend. In slechts zes weken tijd ging de markt in de VS van twee verwachte renteverlagingen naar geen enkele, in het VK van twee verlagingen naar twee verhogingen en in de eurozone van mogelijk één verlaging naar twee verhogingen.

Toch is het allerminst zeker dat die renteverhogingen er daadwerkelijk komen. Hoewel de inflatie waarschijnlijk hoger uitvalt dan eerder gedacht, verschilt de economische omgeving wezenlijk van die van 2022, toen het economisch herstel na de coronalockdowns samenviel met hogere energieprijzen door de oorlog in Oekraïne.

Het belangrijkste verschil is de arbeidsmarkt, die nu duidelijk kwetsbaarder is dan in 2022. Ook de loonverwachtingen en de langetermijninflatieverwachtingen blijven vooralsnog relatief gematigd.

Hogere rendementen

De opgelopen renteverwachtingen hebben wereldwijd tot hogere obligatierentes geleid. In de VS vertaalt zich dat in hogere hypotheekrentes en krappere financiële condities, wat de Fed juist reden kan geven de rente voorlopig ongemoeid te laten.

Voor de ECB, die sterker op inflatie is gericht, is de kans op hogere rentes groter. Een deel daarvan lijkt echter al ingeprijsd: sinds het uitbreken van de oorlog in Iran zijn de rendementen op driejarige Italiaanse en Duitse staatsobligaties met circa 0,6 procentpunt gestegen.

Opvallend is hoe nauw Italiaanse rendementen de afgelopen tijd de Duitse hebben gevolgd. Het renteverschil liep sinds het uitbreken van de oorlog in Iran slechts op van 23 naar 32 basispunten.

Dat weerspiegelt afgenomen zorgen over Italië, mede doordat het begrotingstekort is teruggebracht van ruim 7% van het bbp in 2023 naar 3,1% in 2025. Daardoor is Italiaanse schuld een minder volatiele beleggingscategorie geworden dan zij meer dan tien jaar lang is geweest.

Gevoeligheid van spreads

Sinds het begin van de oorlog in Iran zijn creditspreads licht opgelopen, zowel op bedrijfsobligaties als op credit default swaps. Dat wijst erop dat beleggers meer vergoeding vragen voor kredietrisico en dat de kosten om zich tegen wanbetaling te verzekeren zijn gestegen.

De beweging verloopt echter ordelijk, omdat markten nog altijd uitgaan van een kort conflict. Zo liepen spreads op kortlopende investment-grade euro-bedrijfsobligaties met een BBB-rating en een looptijd van 1 tot 3 jaar met 5 basispunten op, terwijl de spreads op euro high-yieldobligaties met een BB- tot B-rating met 24 basispunten zijn gestegen.

Een deel van die verruiming was al vóór de oorlog ingezet, door zorgen over AI, private credit en importheffingen. Dat helpt verklaren waarom kredietmarkten vooralsnog relatief kalm blijven.

Hogere olieprijzen drukken intussen op de groei, al zijn economieën minder gevoelig voor zulke schokken dan in de jaren zestig en zeventig. Volgens Bank of America kost een stijging van de olieprijs met 10% de VS circa 0,05 procentpunt groei en de eurozone 0,1 procentpunt.

Nu olie sinds het begin van de oorlog 50% tot 60% duurder is geworden, heeft de bank haar raming voor de wereldwijde groei in 2026 verlaagd van 3,5% naar 3,1%. De impact verschilt per sector. Energie profiteert, terwijl sectoren met hoge olie- en gaskosten onder druk komen. De verstoring via de Straat van Hormuz raakt onder meer chemicaliën, plastics en kunstmest, maar de impact op de Europese energiemarkt blijft vooralsnog minder ernstig dan in 2022.

Conclusie

Volgens Briggs en Jones zijn de instapniveaus van spreads op credit default swaps vooral goedkoper geworden door technische en macro-economische factoren, en niet zozeer door bedrijfsspecifieke verslechteringen.

Dat creëert kansen voor actieve beheerders om bedrijfsobligaties te selecteren die fundamenteel sterk ogen en bedrijven te vermijden die kwetsbaarder zijn voor neerwaartse risico’s. In combinatie met de stijging van de rendementen aan het korte eind van de obligatiemarkt heeft dit geleid tot een aantrekkelijker inkomensprofiel dan in februari.

Janus Henderson is er niet van overtuigd dat alle renteverhogingen die de markt nu inprijst ook daadwerkelijk zullen plaatsvinden. Dat betekent dat beleggers die nu bereid zijn in te stappen, mogelijk kunnen profiteren van de hogere rendementen.