Joeri de Wilde: Rijke Nederlanders kapen het etiket ‘middenklasse’
Een opvallend groot deel van de rijkste 20% van Nederland beschouwt zichzelf als middenklasse. Omdat deze groep relatief luidruchtig is in het publieke debat, worden hun belangen steeds vaker gelijkgesteld aan die van de middenklasse, ook door de middenklasse zelf.
Door Joeri de Wilde, Senior Econoom bij Triodos Investment Management
Eerder deze maand scheef ik een opiniestuk in Trouw over de succesvolle box 3-lobby over de rug van de middenklasse. De reacties hierop maakten twee dingen duidelijk: veel welgestelden vinden het moeilijk om voorbij hun directe eigenbelang te kijken, en dit komt vooral doordat ze onvoldoende beseffen tot welke vermogensgroep ze behoren.
Welke middenklasse?
Eerst even terug naar het punt uit mijn opinie. Anders dan dat veel beleggingsadviseurs en fiscalisten graag willen doen geloven, raakt de box 3-wijziging niet primair de middenklasse. Want wie heeft zóveel beleggingen dat deze wijziging een wezenlijk verschil maakt voor zijn financiële toekomst?
Uit cijfers van het CBS blijkt dat Nederland 8,4 miljoen particuliere huishoudens telt, waarvan volgens de AFM ongeveer een kwart (2,2 miljoen) belegt. Het totale effectenbezit van al die huishoudens (2024: 173,5 miljard euro) is echter extreem ongelijk verdeeld: de rijkste 10% bezit ruim 82% van alle effecten en de rijkste 20% zelfs meer dan 90%. De middenklasse – de middelste 60% van de huishoudens naar vermogen – heeft dus nauwelijks financiële beleggingen. Dit wordt bevestigd door het CPB: financieel vermogen (aandelen, obligaties, deposito’s) is veel schever verdeeld dan woning- of pensioenvermogen.
De lobbyisten hebben overigens op één punt gelijk. De allerrijksten die zo min mogelijk willen bijdragen aan onze samenleving, blijven buiten schot. Zij hebben hun vermogen vaak allang buiten box 3 geplaatst via slimme ‘fiscale optimalisatie’ (lees: belastingontwijking). De box 3-wijziging raakt dus vooral de welgestelde huishoudens met substantiële effectenportefeuilles, maar zonder luxe jacht in Monaco of ingewikkelde belastingconstructies. Het is moeilijk vol te houden dat zij bescherming behoeven onder het mom van middenklassebelang.
Eigenbelang eerst
Toch is het ergens te begrijpen dat deze groep welgestelden zich zo fel verzet. Ze hebben het gevoel te worden benadeeld ten opzichte van de superrijken. Dat gevoel is niet geheel onterecht. Ik heb eerder al betoogd dat we hier wat aan moeten doen, omdat het ontzien van de superrijken een gevaar vormt voor onze democratie.
Maar wat veel welgestelde huishoudens over het hoofd zien, is dat zij nog altijd aanzienlijk beter af zijn dan de echte middenklasse. In Nederland wordt arbeid namelijk zwaarder belast dan kapitaal. Bovendien lijkt er een blinde vlek te bestaan voor het algemene nut van belastinginkomsten. Hogere opbrengsten kunnen bijdragen aan sterkere publieke voorzieningen en een stabielere samenleving. De geleidelijke uitholling van onze verzorgingsstaat en de groeiende polarisatie worden vaak gepresenteerd als natuurwetten, net zoals een lage belasting op vermogen. Dat deze zaken met elkaar samenhangen, kunnen of willen maar weinig welgestelden inzien.
Rijken voelen zich middenklasse
Dit heeft een logische verklaring: veel welgestelde huishoudens voelen zich onderdeel van de middenklasse. Ze lezen over puissant rijke Nederlanders die hun vermogen via ingewikkelde constructies beschermen, en concluderen dat zij daar niet bij horen.
Tegelijk komt inmiddels de helft van de 20% rijkste huishoudens nauwelijks in contact met de echte middenklasse, zo blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). In hun sociale omgeving zijn zij dus helemaal niet uitzonderlijk rijk.
Het gevolg is een vertekening van perspectief: men vergelijkt zich met de superrijken boven zich, maar zelden met de grote middengroep onder zich.
Doordat deze welgestelde groep goed georganiseerd en luidruchtig is in het publieke debat, wordt hun perspectief vaak als dat van de middenklasse gepresenteerd. Zaak dus voor politici om dat onderscheid scherper te maken. Als dat niet gebeurt, dreigt de echte middenklasse te geloven dat haar belangen samenvallen met die van de welgestelden, terwijl dat zelden het geval is. Bovendien zou de samenleving baat hebben bij welgestelden die hun eigen positie realistischer inschatten.