ASI over Brexit: Britse groei kan weer versnellen

ASI over Brexit: Britse groei kan weer versnellen

Brexit
Brexit.jpg

Komende vrijdag 31 januari verlaat het VK de Europese Unie en beginnen de onderhandelingen over een definitief handelsakkoord. Vermogensbeheerder Aberdeen Standard Investments ziet de Britse groei de komende twee jaar weer aantrekken, op voorwaarde dat de onderhandelingen tot een goed einde worden gebracht.

Sree Govindan en Luke Bartholomew geven toe dat de schaduw van een no-deal Brexit nog lang over de Britse economie kan hangen. Maar tegelijk kunnen de Britse centrale bank en de regering ook meer maatregelen nemen om de economie te ondersteunen, aldus de economen van Aberdeen Standard Investments. Donderdag komen de bestuurders van de Bank of England samen.

‘Het recente pessimisme over de groeivooruitzichten was aangewakkerd door de zwakke economische cijfers van eind 2019. Maar die cijfers zijn moeilijk te lezen: door de verkiezingen en de onzekerheid hebben bedrijven hun voorraden eerst opgebouwd om ze later in het jaar weer af te bouwen. Dat fenomeen heeft ook de data over de buitenlandse handel verstoord. Dit alles verklaart nog niet de extreme zwakte van de dienstensector en van de detailhandel van de afgelopen maanden, maar het is wel een reden om de data van het eerste kwartaal af te wachten. Pas dan kunnen we ons een oordeel vormen over de gezondheid van de economie.’

‘Onze prognoses gaan uit van een begrotingsstimulus. De conservatieve regering kondigde vorig jaar nieuwe begrotingsregels aan, waardoor het plafond voor investeringen door de publieke sector is verhoogd en er jaarlijks ongeveer 22 miljard pond extra kan worden uitgegeven. De ruimte voor belastingverlagingen lijkt beperkter, gezien de belofte om de begroting binnen drie jaar in evenwicht te brengen. Maar de begrotingsverklaring van maart zal ons vertellen hoe strikt die regel zal worden nageleefd.

‘De begrotingsstimulus lijkt nu vooral gericht op infrastructuurprojecten, waarvan het effect pas de komende jaren zichtbaar wordt. Voor het monetaire beleid was ons basisscenario tot voor kort dat de rente in 2020 onveranderd zou blijven. Maar de bestuurders van de Britse centrale bank stellen zich de laatste tijd soepeler op als reactie op de zwakker dan verwachte economische cijfers, en op de verdere afname van de inflatie. Een renteverlaging lijkt ons dus ook waarschijnlijk, tenzij de economische cijfers plots floreren of als de begrotingsstimulus groter uitvalt dan verwacht.

‘De bedrijven zullen hun investeringen uitstellen tot de details van de toekomstige handelsrelatie met de EU duidelijk zijn. Niettemin toonde het bedrijfsleven zich na de verkiezingsuitslag al wat optimistischer dan voorheen. Van die positievere kijk zouden de gezinnen op hun beurt kunnen profiteren. Het tempo van de werkgelegenheidsgroei en het aantal vacatures liep de afgelopen maanden terug door de grote onzekerheid. Een toename van de particuliere en overheidsinvesteringen kan leiden tot snellere werving van personeel en een extra stimulans betekenen voor de consumptie van huishoudens.’