AXA IM: Europese Green Deal minder groot maar bemoedigend

AXA IM: Europese Green Deal minder groot maar bemoedigend

Duurzaam beleggen Klimaatverandering Energietransitie ESG
Duurzaam beleggen (2).jpg

De Europese Commissie heeft deze maand een schets van het investeringsplan 2020-2030 gepubliceerd ter ondersteuning van haar ambitieuze CO2-emissiedoelstellingen. Al worden bedragen wat te rooskleurig voorgesteld, het initiatief is bemoedigend.

Dit schrijft hoofdeconoom Gilles Moëc van AXA Groep in zijn wekelijkse Macrocast commentaar. Hierin gaat hij nader in op de cijfers achter en de uitwerking van de gepresenteerde Green Deal.

De meeste aandacht trok het mooie bedrag van €1.000 miljard over een periode van 10 jaar, waarmee de deal werd gepresenteerd. De werkelijke hoeveelheid nieuw geld is echter aanzienlijk kleiner, constateert de AXA-econoom. Een groot deel van dit enorme bedrag bestaat uit her-allocatie van bestaande EU-budgetten en maar een klein deel uit nieuwe middelen. Er worden multiplier-effecten verondersteld die nog maar moeten blijken.

De deal gaat dus voor een deel ten koste van andere maatregelen die de economie moeten stimuleren, wijst Moëc. ‘Vanuit macro-oogpunt gezien, als €100 miljard van de EU-begroting wordt verschoven naar het bestrijden van klimaatverandering binnen een ongewijzigde globale begroting, vermindert dit mechanisch de middelen voor de andere EU-programma's, wat geen goed nieuws is voor de algemene fiscale stimulans in de EU.’

Maar het plan bevat ook enkele tientallen miljarden aan nieuwe middelen, bijvoorbeeld garanties aan de Europese Investeringsbank (EIB) voor leningen aan groene projecten en inkomsten uit het CO2-emissiehandelssysteem. Verder noemt de AXA-econoom het ‘bemoedigend’ dat de nadruk ligt op een ‘rechtvaardige overgang’ die sociale en economische gevolgen van de energietransitie moet verzachten.

 ‘Om eerlijk te zijn, maakt de Commissie waarschijnlijk optimaal gebruik van haar beperkte middelen’, concludeert Moëc. Hij waarschuwt wel dat lidstaten, onder druk van de publieke opinie in eigen land, achterover kunnen gaan leunen in de veronderstelling dat ‘Brussel het werk doet’.