Pim Rank: Basisbetaalrekening voor ondernemers – van de regen in de drup?
De Wet chartaal betalingsverkeer van 20 mei 2026 introduceert een wettelijk recht op een basisbetaalrekening voor zakelijke partijen. De vraag is of deze zakelijke partijen hiermee echt geholpen zijn en of de banken hierdoor niet te veel in hun contractsvrijheid worden beknot.
Door Prof. Mr. Pim Rank, Advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en Hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden
Tijdens de parlementaire behandeling van de Wet chartaal betalingsverkeer is door het aannemen van het amendement Flach c.s. een wettelijk recht op een basisbetaalrekening voor ondernemingen, verenigingen en stichtingen opgenomen in de Wet op het financieel toezicht. Een basisbetaalrekening is een rekening met een beperkt aantal functionaliteiten. Voor consumenten bestaat er al sinds 2014 een dergelijk wettelijk recht. Het zijn echter juist zakelijke partijen die niet zelden moeite hebben om toegang tot het bancaire systeem te krijgen. Dat geldt in het bijzonder voor bedrijven waarin veel contant geld omgaat, zoals de autohandel, coffeeshops en de relaxbranche, maar ook voor verenigingen en stichtingen en buitenlandse entiteiten. De strenge antiwitwasregels maken dat de banken als poortwachters van het financiële systeem geen rekeningen in de boeken willen hebben voor klanten bij wie zij vrezen voor integriteitsrisico’s. Daarnaast kunnen er voor een bank ook beleidsmatige of commerciële redenen zijn om met een beroep op de contractsvrijheid bepaalde klanten te weren.
Alleen banken die in Nederland betaalrekeningen aan ondernemingen aanbieden, zijn verplicht genoemde partijen in de gelegenheid te stellen een basisbetaalrekening aan te vragen en te gebruiken. Het moet daarbij gaan om partijen die gevestigd zijn in de EU en in het Nederlandse handelsregister zijn ingeschreven. Deze laatste voorwaarde moet voorkomen dat partijen die in hun eigen lidstaat geen bankrekening kunnen krijgen, bij een Nederlandse bank een basisbetaalrekening kunnen openen. Het aanbieden van de basisbetaalrekening mag niet afhankelijk worden gesteld van de verplichte afname van andere diensten of producten. De basisbetaalrekening moet kosteloos of tegen een redelijke vergoeding worden aangeboden. Evenals bij de regeling voor consumenten is het uitgangspunt dat de bank alleen mag weigeren een basisbetaalrekening te openen of deze alleen mag opzeggen als zich daarvoor een specifiek in de wet genoemde weigerings- of opzeggingsgrond voordoet. Weigering of opzegging op andere gronden behoort niet tot de mogelijkheden.
De vraag is of genoemde zakelijke partijen echt geholpen zijn met de nieuwe regeling. Weliswaar is het uitgangspunt dat een zakelijke partij die aan de voorwaarden voldoet recht heeft op een basisbetaalrekening, maar daarmee is het verkrijgen van een basisbetaalrekening nog geen automatisme. De bank blijft haar poortwachtersfunctie behouden en zal zich in voorkomend geval van de in de wet opgenomen weigerings- en opzeggingsgronden mogen en soms ook moeten bedienen om een in haar ogen ongewenste klant te weren. Zo moet een bank weigeren een basisbetaalrekening te openen als zij daarbij niet kan voldoen aan de antiwitwasregelgeving en mag zij dit weigeren als de klant niet kan aantonen een belang te hebben bij het openen van een betaalrekening in Nederland of al beschikt over een betaalrekening bij een andere bank. Verder kan een bank een basisbetaalrekening opzeggen als sprake is van een onherroepelijke veroordeling voor bepaalde misdrijven.
Voor de banken betekent de limitatieve opsomming van de weigerings- en opzeggingsgronden een inperking van hun contractsvrijheid. Zo behoort strijdigheid met het acceptatiebeleid van de bank niet tot deze gronden. Dit beperkt de bank in de mogelijkheden om zich op bepaalde sectoren te richten en zou in theorie kunnen meebrengen dat een duurzame bank gehouden wordt te contracteren met een onderneming in fossiele brandstoffen.