Bob Homan: Als aandelenkoersen hun focus verliezen
Door Bob Homan, Hoofd ING Investment Office
Wat is beter: een beurs die wordt gedragen door een handvol winnaars, of een beurs waarin bijna alles stijgt? Het antwoord ligt minder voor de hand dan veel beleggers denken.
Jarenlang klaagden beleggers dat de beurs steeds afhankelijker werd van een kleine groep aandelen. Een handvol Amerikaanse technologiebedrijven was verantwoordelijk voor een groot deel van het rendement, terwijl veel andere ondernemingen achterbleven. Die ontwikkeling voedde de zorgen over het zogenoemde concentratierisico. Wat als de resultaten van een paar zwaargewichten tegenvallen? Of als het enthousiasme rond AI omslaat? Dan stort de hele beurs misschien wel als een kaartenhuis in elkaar.
Van concentratierisico naar breed optimisme
De afgelopen maanden is dat beeld echter beginnen te kantelen. De stijging van de aandelenmarkten wordt door een steeds bredere groep bedrijven gedragen. Ook financiële instellingen, industriële ondernemingen en delen van de grondstoffen- en energiesector doen nadrukkelijk mee aan de opmars. Veel beleggers zien dat als een gezond signaal. Een markt die door meer bedrijven wordt gedragen, geldt immers als robuuster en minder kwetsbaar voor tegenvallers dan een markt gedragen door een kleine groep zwaargewichten.
Dat klinkt logisch, maar zoals zo vaak bij beleggen kun je er ook anders naar kijken. Een halfjaar geleden schreef ik nog over de uitzonderlijk grote verschillen in koersontwikkeling tussen aandelen. De zogenoemde dispersie bevond zich op historisch hoge niveaus. Sommige ondernemingen werden door beleggers bestempeld als de winnaars van morgen, terwijl andere bedrijven met vergelijkbare winstvooruitzichten juist werden afgestraft. Vooral het AI-verhaal leidde tot grote verschillen in waardering en rendement.
Worden beleggers minder kritisch?
Die grote spreiding maakte het voor beleggers lastiger om de juiste keuzes te maken, maar had ook een positieve kant. Ze liet zien dat marktpartijen kritisch waren, fundamentele verschillen tussen bedrijven analyseerden, en scherp onderscheid maakten tussen kansen en risico's. Met andere woorden: de markt dacht actief na over welke ondernemingen hun hoge verwachtingen daadwerkelijk konden waarmaken.
Nu die verschillen kleiner worden, is het de vraag of dat alleen maar goed nieuws is. Wanneer steeds meer aandelen tegelijkertijd stijgen, worden beleggers vaak minder kritisch in het onderscheiden van winnaars en verliezers. Risico's raken gemakkelijker ondergesneeuwd wanneer het sentiment positief is.
Wanneer risico goedkoper wordt…
Die afnemende onderscheidingsdrang zien we ook terug in de vergoeding die beleggers eisen voor het nemen van risico. Periodes waarin vrijwel alles stijgt, gaan vaak samen met een daling van de risicopremie. Dat zien we momenteel ook. Ondanks de sterke winstgroei bevindt de aandelenrisicopremie zich op het laagste niveau sinds het begin van deze eeuw. Dat hangt samen met de fors opgelopen rente, waardoor aandelen relatief minder aantrekkelijk zijn geworden.
Een lagere risicopremie betekent dat beleggers bereid zijn een hogere prijs te betalen voor dezelfde toekomstige winst. Dat voelt comfortabel zolang de markt stijgt, maar het verkleint ook de veiligheidsmarge.
…neemt de kracht van diversificatie af
Daar komt nog iets bij. Diversificatie ontleent haar kracht juist aan verschillen in gedrag tussen beleggingen. Als waarderingen breed oplopen en steeds meer aandelen dezelfde kant op bewegen, neemt het beschermende effect van spreiding af. Op het eerste gezicht oogt de markt daardoor stabieler, maar onder de oppervlakte kan juist een nieuwe kwetsbaarheid ontstaan.
Dat betekent niet dat een bredere aandelenrally per definitie ongunstig is. Integendeel, het is een gezond teken wanneer economische groei en winstontwikkeling door meer sectoren worden gedragen. Maar beleggers doen er verstandig aan om verder te kijken dan de oppervlakte. De belangrijkste vraag is uiteindelijk niet hoeveel aandelen stijgen, maar waarom zij stijgen. Pas het antwoord op die vraag zegt iets over de werkelijke kracht van de markt.