Wim Zwanenburg: Integratie Europese aandelenbeurzen noodzakelijk
Dat steeds meer Europese bedrijven een primaire notering op de NYSE of de Nasdaq verkiezen boven een notering in Londen of een andere Europese beurs, wijst op een fundamenteel probleem.
Door Wim Zwanenburg, beleggingsstrateeg van Stroeve Lemberger, geschreven op persoonlijke titel
De Europese aandelenbeurzen verliezen al jaren terrein aan beurzen in de VS. Het verschil in schaal, liquiditeit en aantrekkingskracht is inmiddels zo groot geworden, dat steeds meer bedrijven naar de Amerikaanse beurs vertrekken en een primaire notering in de VS verkiezen. Zij hopen daar ook een hogere waardering te verkrijgen, meer in lijn met Amerikaanse sectorgenoten. Deze trend legt een fundamenteel probleem bloot: de diepe fragmentatie van de Europese kapitaalmarkten.
Waar de Verenigde Staten in feite twee grote beurzen, één centrale tegenpartij en één centrale bewaarinstelling kennen, telt Europa nog steeds meer dan 35 beurzen, 17 clearinginstellingen en 28 centrale effectenbewaarinstellingen. Die instellingen hebben veelal nog uiteenlopende nationale regelgeving en verschillende toezichthouders. Deze lappendeken leidt tot hogere kosten, inefficiënties en een lagere liquiditeit. Het gevolg is dat Europese markten minder aantrekkelijk zijn voor bedrijven die willen groeien alsook voor institutionele beleggers die schaal en diepte zoeken. Voor particuliere beleggers zijn de Europese beurzen eveneens minder overzichtelijk.
Het contrast is scherp zichtbaar in de marktwaarderingen. De gezamenlijke waarde van de Magnificent 7 overtreft inmiddels de totale marktkapitalisatie van alle Europese aandelenmarkten bij elkaar. Niet verrassend dus dat diverse Europese ondernemingen de stap naar Wall Street zetten, zoals eerder het Britse ARM Holdings en recent Sunbelt Rentals (voorheen Ashtead). Ook Amsterdam dreigt iconische bedrijven kwijt te raken: zo zou een mogelijke fusie tussen Akzo Nobel en Axalta een verhuizing naar de VS betekenen. Aegon vertrekt ook uit Amsterdam naar de VS. En JDE Peet’s werd overgenomen door een Amerikaans bedrijf.
De toenemende handel buiten de traditionele beurzen om verergert het probleem. De functie van de aandelenbeurs als centrale transparante marktplaats staat daardoor steeds meer onder druk. Op nationale beurzen vindt in Europa inmiddels minder dan een derde van de handel plaats, in het VK zelfs minder dan een kwart. De groei van minder transparante handelsplatformen ondermijnt de liquiditeit van de primaire markten verder, terwijl beurzen juist afhankelijk zijn van die liquiditeit voor eerlijke prijsvorming. Dit geldt niet alleen voor de aandelenmarkten, maar ook voor de markten met handel in staatsleningen en bedrijfsobligaties.
Een breed gedragen beleidsanalyse – onder meer verwoord in het rapport van Mario Draghi uit 2024 – wijst op de dringende noodzaak om de Europese kapitaalmarkten te harmoniseren en te integreren. Draghi pleit voor het reduceren van nationale regelgeving en het versterken van één Europese kapitaalmarkt. Ook politieke leiders, waaronder de Duitse bondskanselier Friedrich Merz, ondersteunen deze richting.
Hoewel sommige deskundigen benadrukken dat de Europese effectenbeurzen met geavanceerde orderrouteringssystemen al aaneen zijn gesmeed, wordt algemeen erkend dat structurele integratie onvermijdelijk is. Voor de beursbedrijven zoals de London Stock Exchange Group en Euronext – die inmiddels qua omzet vooral dataverwerkende bedrijven zijn – levert consolidatie schaalvoordelen, lagere kosten en een grotere concurrentiekracht op.
De conclusie is helder: Europa moet zijn gefragmenteerde beurzen bijeenbrengen in één geïntegreerd, concurrerend elektronisch beursplatform en ecosysteem. Alleen dan kan het bedrijven voldoende risicodragend kapitaal bieden, innovatie financieren en aantrekkelijk blijven als vestigings- én noteringslocatie. Zonder consolidatie dreigt de Europese kapitaalmarkt structureel achter te blijven, met blijvend verlies van ondernemingen én economische slagkracht tot gevolg. Europa heeft een eigen Nasdaq nodig!
Lees het volledige artikel in Financial Investigator magazine