Harry Geels: Waarom mijn eerdere waarschuwingen over inflatie en energiebeleid nog steeds gelden
3,5 jaar geleden schreef ik een column over de drie kernoorzaken van de relatief hoge Nederlandse inflatie: hoge energieheffingen, een buitenproportionele afhankelijkheid van aardgas en de zwakke euro die energie-importen duur maakt. We zijn geen stap verder gekomen. Helaas werd ook mijn voorstel om het Gronings gas weer vol open te zetten genegeerd.
Door Harry Geels
In september 2022 schreef ik een column over de hoge inflatie in Nederland. Die dreigde boven de 13% uit te komen. De Nederlandse inflatie kwam daarmee ruim vier procentpunt hoger uit dan het gemiddelde in de eurozone. De uitzonderlijk hoge inflatie in Nederland kwam destijds vooral door extreem hoge energie- en brandstofheffingen, waardoor gas-, benzine- en dieselprijzen structureel tot de hoogste van Europa behoorden, in combinatie met de relatief grote afhankelijkheid van aardgas.
Die grote afhankelijkheid kwam (en komt) door een historische erfenis: we hebben decennia “geleefd” van het Groningse gas en we hebben hier relatief traag de energietransitie in gang gezet, waardoor de afhankelijkheid van gas hoog is gebleven. Hierdoor werkten (en werken nog steeds) de gestegen gasprijzen in Nederland extra hard door. Daarbovenop zorgt de verzwakte euro – door structurele weeffouten in het eurosysteem – voor extra geïmporteerde inflatie, omdat energie in dure dollars moet worden ingekocht.
Voorgestelde oplossingen
In die betreffende column stelde ik een tweetal oplossingen voor. Ten eerste het verbeteren van de koopkracht van de mensen door lagere belastingen, bijvoorbeeld het (tijdelijk) verlagen van accijnzen en/of btw (geen prijsplafonds, want die werken niet). Ten tweede stelde ik voor het Groningse gasveld te heropenen, onder een drietal voorwaarden. Het advies werd toen als politiek onhaalbaar, zelfs provocatief gezien. Het is echter nog altijd een logisch betoog.
Drie voorwaarden
Het is onmiskenbaar dat het Gronings gas bij veel Nederlanders, en zeker bij de Groningers, gevoelig ligt. Maar onder bepaalde voorwaarden zou het weer vol openzetten van het Gronings gas prima verteerbaar zijn. Ten eerste moeten de gasopbrengsten gebruikt worden om alle Groningse huizen aardbevingsbestendig te maken. Ten tweede kunnen we met de extra opbrengsten de eerdergenoemde belastingen verlagen en koopkracht herstellen. Ten derde kunnen we de opbrengsten inzetten om de energietransitie versneld te financieren. We zouden er zelfs een transitie-investeringsfonds mee kunnen vullen.
De oorlog in Iran heeft de energieprijzen opnieuw naar grote hoogten geduwd. De afhankelijkheid van LNG is scherper zichtbaar dan ooit, en Europa’s roep om strategische energie-autonomie neemt toe. Exact dit scenario – een omgeving waarin Nederland de pijn voelt van externe energieafhankelijkheid, prijsvolatiliteit en een kwetsbare energie infrastructuur – schetste ik 3,5 jaar geleden. Niet als doemscenario, maar als een analyse om ons vooruit te helpen.
Het taboe rond Groningen is nu de achilleshiel van onze energiepolitiek
Wat destijds onmogelijk leek, wordt nu opnieuw besproken: het openhouden of zelfs beperkt heropenen van het gasveld als strategische reserve. Niet doordat de onderliggende risico’s volledig verdwenen zijn – die moeten nog altijd uiterst serieus worden genomen – maar omdat de geopolitieke realiteit ons ertoe dwingt om de vraag te stellen: kunnen we het ons permitteren om een van Europa’s grootste energievoorraden definitief af te sluiten zonder een volwassen alternatief gereed te hebben?
Het Groningse gasveld is een concrete politieke beleidsoptie. Thans pleiten meerdere partijen — JA21, PVV en de Groep Markuszower — voor het beschikbaar houden van een deel van de putten als strategische gasreserve, waarbij JA21 zelfs werkt aan een initiatiefwet om putten niet met beton te vullen, zodat ze bij nood inzetbaar blijven. Dit politieke kamp krijgt steun van experts: TNO waarschuwt al jaren dat Nederland “slecht voorbereid is op gasleveringsproblemen” en adviseert om niet alle putten te sluiten.
Tijd voor volwassen realisme
Nederland zit gevangen tussen morele verplichtingen tegenover Groningers en strategische verplichtingen tegenover haar eigen economie en energiezekerheid. Maar die tegenstelling hoeft geen tegenstelling te zijn. Drie jaar geleden beschreef ik al een aanpak waarbij de opbrengsten van Groningen allereerst gebruikt worden om de regio volledig en onomkeerbaar te versterken. De vraag is niet of we Groningen mogen heropenen, de vraag is of we het ons kunnen veroorloven het niet te doen.
3,5 jaar geleden schreef ik dat nood wet breekt. Dat was toen misschien voorbarig. Maar in 2026 is het geen retoriek meer: de oorlog in en rond Iran heeft aangetoond dat energie onafhankelijkheid belangrijk is. Nederland is jarenlang gebukt gegaan onder een gebrek aan energierealisme: leunen op externe bronnen, terwijl we onze binnenlandse opties politiek hebben gemarginaliseerd. We zijn door de knieën gegaan voor politieke symboliek. Maar de toekomst vraagt niet om dogma’s, maar om durf.
Klik hier voor meer column van Harry Geels