Valentijn van Nieuwenhuijzen: Wakker in Europa
Door Valentijn van Nieuwenhuijzen, Beleggingsstrateeg en voormalig CIO NN Investment Partners/Goldman Sachs Asset Management
Europa is zijn eigen grootste criticus. We vertellen onszelf steeds dat we te traag, te bureaucratisch en te verdeeld zijn. We kijken naar buiten voor leiderschap en naar binnen voor problemen. Zo ontstaat het beeld van een stuurloos continent, afhankelijk van de VS voor veiligheid en technologie, terwijl China economisch terrein wint.
Maar wat als juist deze zelf-ondermijnende mindset Europa tegenhoudt? Vaak wordt over het hoofd wordt gezien dat Europa nog altijd een slapende reus is en dat de huidige geopolitieke, energie- en technologische uitdagingen een ongekende kans bieden om wakker te worden. Wat dit moment bijzonder maakt, is de zeldzame samenloop van prikkels voor verandering die dezelfde kant op wijzen. Economische concurrentiekracht, geopolitieke veiligheid, energie-onafhankelijkheid en duurzaamheid staan niet langer tegenover elkaar, maar wijzen naar dezelfde oplossingen.
Nergens wordt dat duidelijker dan op het gebied van energie. Europa’s afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen is al lange tijd een structurele zwakte, die leidt tot hogere kosten, lagere concurrentiekracht en geopolitieke kwetsbaarheid. Recente crises hebben die zwakte alleen maar verder blootgelegd. Tegelijkertijd ligt de oplossing binnen handbereik. Europa beschikt over een enorme diversiteit aan hernieuwbare energiebronnen, zoals wind in het noordwesten, waterkracht in Scandinavië, zon in het zuiden en nucleaire capaciteit in Frankrijk.
Het probleem is niet een gebrek aan alternatieve energiebronnen, maar een gebrek aan infrastructuur, zoals moderne netwerken, adequate opslagcapaciteit en grensoverschrijdende verbindingen die nodig zijn om potentie om te zetten in daadwerkelijke energievoorziening. Dit is geen technologische uitdaging, maar een investeringsbehoefte waarvoor het benodigde kapitaal ruimschoots aanwezig is. Een meer eigen, meer duurzame energievoorziening zal de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen, klimaatrisico’s beperken, industriële kosten verlagen en een structurele zwakte ombuigen tot een concurrentievoordeel.
Digitale soevereiniteit biedt ook een route naar strategische kracht. Europa hoeft niet per se de meest geavanceerde AI-modellen te bouwen om economisch succesvol te zijn. De echte waarde ligt in de toepassing van technologie, via het verhogen van productiviteit, het waarborgen van dataveiligheid en het creëren van een betrouwbare digitale omgeving. Door buitenlandse innovatie slim te benutten en tegelijkertijd controle te houden over data en infrastructuur kan Europa zich positioneren als de meest veilige en betrouwbare digitale economie ter wereld. Een open maar gecontroleerde digitale omgeving kan innovatie juist stimuleren.
Wel zal het financiële systeem zich moeten aanpassen. Europa spaart structureel meer dan het investeert, zo’n 2 à 3% van het bbp, oftewel circa € 350 miljard per jaar, maar dat kapitaal vindt niet vanzelf zijn weg naar de meest productieve toepassingen. Grote vermogens bij pensioenfondsen en verzekeraars blijven vaak steken in laag-risico, laag-rendement investeringen. Door regelgeving aan te passen en risicodragend kapitaal, zoals aandelen, venture capital en private equity, meer ruimte te geven, kan dit kapitaal veel effectiever worden ingezet voor innovatie en moderne infrastructuur.
Dit vraagt ook om een andere rol van de overheid. Europa is traditioneel terughoudend geweest met het inzetten van overheidsgeld om investeringen te stimuleren. Maar in een tijd van structurele transformatie wordt die voorzichtigheid een rem. Publiek-private samenwerking, waarbij overheden samen met private partijen investeren en delen in risico en rendement, biedt een krachtig model. Het verlaagt de onzekerheid voor beleggers en zorgt ervoor dat de opbrengsten breder in de samenleving terechtkomen. Tegelijkertijd moeten begrotingsregels worden aangepast. Investeringen in infrastructuur, energie en digitalisering zijn geen consumptie, maar de basis van toekomstige groei en moeten ook zo worden behandeld.
Tegelijkertijd blijven interne fricties Europa’s potentieel ondermijnen. Ondanks decennia van integratie is de interne markt nog altijd onvolledig. Verschillen in regelgeving, belastingen en standaarden fungeren als verborgen barrières voor handel en investeringen binnen Europa. Onderzoek van het IMF en de ECB laat zien dat deze interne barrières economisch vergelijkbaar zijn met invoertarieven en dat het wegnemen ervan de productiviteit aanzienlijk kan verhogen.
Als laatste liggen op het gebied van handel kansen om strategisch leiderschap te tonen. Terwijl de Verenigde Staten zich steeds meer terugtrekken in protectionisme, heeft Europa zijn horizon verbreed met handelsakkoorden met onder andere Australië, India, Indonesië en de Mercosur-landen, samen goed voor meer dan twee miljard consumenten. In een wereld die steeds verder opsplitst in economische blokken, kan Europa’s inzet op openheid uitgroeien tot een van zijn grootste strategische troeven. Internationale handel is geen naïviteit, maar onderschrijft het besef dat wederzijdse afhankelijkheid juist een bron van kracht kan zijn.
Europa heeft altijd laten zien dat het in staat is crises om te zetten in vooruitgang. De Europese Unie ontstond uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog, de euro uit monetaire instabiliteit en de bankenunie uit een financiële crisis. De huidige energiecrises, geopolitieke spanningen en technologische veranderingen zijn niet anders. Ze roepen wederom op tot actie.
De economische, geopolitieke, veiligheids- en duurzaamheidsprikkels wijzen nu sterker dan ooit in dezelfde richting. Goedkopere energie, strategische autonomie en een robuuste digitale economie versterken elkaar. Het kapitaal is beschikbaar, de plannen liggen klaar en de urgentie is duidelijk. De enige vraag is of Europa dit moment aangrijpt. Wat nu nodig is, is het vertrouwen om niet langer op te kijken naar anderen, maar met trots naar zichzelf, naar eigen kracht, oplossingen en de toekomst te kijken.
De slapende Europese reus moet wakker worden. En als dat gebeurt, zal het komende decennium niet worden gekenmerkt door achteruitgang, maar door een heruitvinding als een onafhankelijke, innovatieve en wereldwijde economische supermacht.