Joeri de Wilde: Ontzien superrijken gevaar voor democratie

Joeri de Wilde: Ontzien superrijken gevaar voor democratie

Wet- en regelgeving Politiek

Door Joeri de Wilde, Senior Econoom bij Triodos Investment Management

Het kabinet gaat ‘aan de slag’, maar niet met de vermogensongelijkheid. De ultrarijken blijven niet alleen buiten schot, ze worden zelfs geholpen nóg minder belasting te betalen. Zo blijft het land op slot zitten.

De boodschap van de Franse ster-econoom Gabriel Zucman eerder deze maand was helder: de superrijken moeten net zoveel belasting gaan betalen als de doorsnee belastingbetaler. Als je geen Musk of Heineken heet, kan je het hier haast niet mee oneens zijn. Dat verklaart de wereldwijde populariteit van de zogenaamde Zucmantaks.

Toch rept het nieuwe coalitieakkoord met geen woord over zo’n vermogensbelasting voor de ultrarijken. Terwijl dit het uitgelezen moment was, omdat we toch al midden in een hervorming van box 3 (belastbaar inkomen uit sparen en beleggen) zitten. En belangrijker: omdat je een land dat op meerdere fronten op slot zit pas kan ontgrendelen als je de lasten eerlijk verdeelt.

Rijksten kunnen belasting oneindig uitstellen

In het nieuwe coalitieakkoord wordt enkel een cadeautje aan de allerrijksten uitgedeeld: de coalitie wil de kersverse box 3-belasting over de vermogensaanwas die vanaf 2028 geldt ‘doorontwikkelen’ tot een vermogenswinstbelasting. Dat klinkt technisch, maar heeft grote gevolgen. Bij een vermogenswinstbelasting wordt pas belasting geheven bij de daadwerkelijke verkoop van beleggingen. Wie rijk genoeg is, kan verkoop eenvoudig uitstellen, desnoods eindeloos. Tegelijkertijd kan men, via leningen met de beleggingen als onderpand, toch over het geld blijven beschikken.

Voor de allerrijksten is box 3 echter bijzaak. Hun vermogen zit vooral in ondernemingen waarin zij een aanmerkelijk belang hebben. Daar betalen zij pas belasting wanneer zij winst uitkeren (box 2) of zichzelf loon uitbetalen (box 1). En laten ze dat nou net zo min mogelijk doen. Wat ze wel doen: lenen van hun bedrijven om toch bij hun geld te kunnen, en aanvullende manieren vinden om belasting te ontwijken. Hierdoor is de belastingdruk van de Nederlandse superrijken maar 28%, terwijl dit voor werkenden met een gemiddeld salaris bijna 40% is. De aller-allerrijksten betalen in Nederland zelfs nagenoeg geen belasting.

Door dit systematische uitstel is het daarom veel logischer het totale vermogen van de allerrijksten te belasten. Volgens Zucman zou een heffing tot 2% van het totale vermogen al een hoop schelen: dan betalen huishoudens met 100 miljoen euro of meer evenveel belasting als de doorsnee belastingbetaler. Dat is geen ‘strafheffing’, maar slechts een correctie op een systeem dat nu structureel scheefgroeit.

Vermogensbelasting: symboliek, democratie én opbrengst

Zo’n Zucmantaks was een logisch vertrekpunt geweest voor een coalitie die voor grote maatschappelijke opgaven staat. Netcongestie, het stikstofprobleem, ons verzwakte leger, uit de hand lopende zorgkosten, alles schreeuwt om het creëren van een zo groot mogelijk draagvlak voor noodzakelijke hervormingen. Een hogere belastingdruk voor de rijksten zou hieraan bijdragen. Toch kiest het nieuwe kabinet ervoor de ‘vrijheidsbijdrage’ te laten ophoesten door arbeid, niet door kapitaal. Terwijl een Zucmantaks de Nederlandse schatkist jaarlijks grofweg 1 miljard euro zou opleveren, en een progressieve vermogensbelasting nog veel meer.

Het nieuwe kabinet negeert hiermee ook de democratische dreiging die uitgaat van de steeds extremere vermogensconcentratie. Wereldwijd heeft een klein groepje miljardairs inmiddels aanzienlijke belangen in meer dan de helft van de grootste mediabedrijven, en negen van de tien social media platforms zijn in bezit van slechts zes miljardairs. En al was het van korte duur, met Elon Musk op een Amerikaans ministerie is lobbymacht in de VS vorig jaar overgegaan in onverholen directe politieke miljardairsmacht.

Ook in Nederland is de invloed van de rijksten zorgelijk: slechts 11 Quote 500-leden waren afgelopen verkiezingsjaar verantwoordelijk voor 20% van alle donaties aan politieke partijen. Een kleine 90% hiervan ging naar centrum- of rechtse partijen, waarvan een aantal zonder gêne aanstuurt op uitholling van onze democratische rechtsstaat.

Wie roept de oligarchie ditmaal een halt toe?

Rigoureus ingrijpen in het belastingstelsel is daarom niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid of begrotingsruimte, maar bovenal van democratische weerbaarheid. In de Verenigde Staten werd een eeuw geleden, na een periode van extreme vermogensongelijkheid, een zeer progressieve inkomstenbelasting ingevoerd om oligarchische machtsconcentratie te doorbreken. Heden ten dage staan we voor een vergelijkbaar kantelpunt. Dit keer lijkt een zeer progressieve vermogensbelasting het enige juiste antwoord.