Schroders: 10 jaar na de ondergang van Lehman


Schroders: 10 jaar na de ondergang van Lehman

Aanstaande zaterdag is het 10 jaar geleden dat Lehman Brothers failliet ging. Het faillissement van de Amerikaanse investeringsbank op 15 september 2008 veroorzaakte schokgolven op de financiële markten. Achteraf gezien was de ondergang van Lehman het meest symbolische moment van de wereldwijde financiële crisis. Op dat moment was het slechts het topje van de ijsberg. Weinigen beseften toen dat het mondiale financiële systeem op de rand van de afgrond stond. Wat waren de gevolgen in het decennium dat volgde? Schroders geeft ze weer in zeven grafieken.

Lesje geleerd?
Terwijl de katalysator van de crisis de ondergang van de Amerikaanse huizenmarkt was, lag de hoofdoorzaak bij de gemakkelijke toegang tot goedkoop geld. Aangemoedigd door beleidsmakers en financiële instellingen die goedkoop krediet aanboden, namen beleggers steeds riskantere posities in met overtollige schulden.

De wereld is 10 jaar verder en zie, de schuld stijgt snel in veel landen. De rente loopt op in de VS en het VK, maar in veel landen blijft de rente nog steeds op of bijna op het laagste niveau. Sinds de financiële crisis is de wereldwijde schuld met meer dan 70 biljoen dollar gestegen tot 247 biljoen dollar, of 318% van het wereldwijde BBP, aldus het Institute of International Finance.

Matthew Dobbs, hoofd Global Small Caps bij Schroders en een ervaren fondsbeheerder die in de Aziatische schuldencrisis investeerde en in de wereldwijde financiële crisis van 2008, zegt: "Het lijkt erop dat de wereld de les over schulden niet heeft geleerd. In de jaren na de crisis hebben we uitzonderlijk lage rentevoeten gezien. De kosten van schulden zijn zo laag dat mensen niet genoeg aandacht hebben besteed aan de bedragen die ze daadwerkelijk lenen. Door de stroom van goedkoop geld te vergroten, werd een pleister op de crisiswond geplakt, maar het maakte ook een verdere stijging van de schuld mogelijk."

Is de wereldwijde economische groei afhankelijk geworden van QE?
De wereldeconomie heeft geprofiteerd van de voordelen van 10 jaar lage rentevoeten en kwantitatieve versoepeling (QE). Met QE pompen centrale banken geld rechtstreeks in het financiële systeem door activa (voornamelijk obligaties) aan te kopen waardoor kredietverstrekkers geld kunnen bijven uitlenen en bedrijven geld kunnen blijven uitgeven. QE zorgt ervoor dat het aanbod van geld in de economie groot blijft.

QE heeft bijgedragen aan de stabilisatie van de wereldeconomie. Eind 2017 bedroeg de jaarlijkse economische groei in de grote economieën, zoals de VS, het VK, Japan en de eurozone, ongeveer 2%. Maar QE heeft er ook voor gezorgd dat de balansen van de centrale banken fors zijn opgeblazen. De Fed heeft haar QE-programma in 2014 beëindigd met 4,5 biljoen dollar aan activa op de balans. In oktober 2017 is de Fed begonnen met het inkrimpen van haar balans. In Japan en Europa lopen de QE-programma’s nog.

Zijn markten afhankelijk geworden van QE?
Niet alleen de wereldwijde groei wordt beïnvloed door QE. Het primaire doel van QE was om de kosten van leningen in de economie te verlagen door de rente op staats- en bedrijfsobligaties te verlagen. Maar het gevolg was dat obligatieprijzen werden opgedreven. Het effect was zo krachtig dat de prijzen van alle activa, van aandelenmarkten tot huizen en klassieke auto's, de weg omhoog vonden.

Wat gebeurt er als de QE-kraan wordt dichtgedraaid?
Voorlopig blijft het merendeel van de steun van de centrale banken, die de economie heeft helpen stabiliseren en de prijzen van de activa heeft verhoogd, op zijn plaats. Fondsbeheerder Robin McDonald van Schroders: "We moeten nog ervaren wat de langetermijneffecten van QE zullen zijn. Overheden, particulieren en bedrijven hebben vandaag de dag meer invloed dan voor de crisis, waardoor het systeem potentieel zeer gevoelig is voor hogere rentetarieven en dus kwetsbaarder. Voorlopig denk ik echter dat de meesten van mening zijn dat de voordelen van QE opwegen tegen de potentiële kosten en risico's. Het valt nog te bezien of het systeem potentieel zeer gevoelig is voor hogere rentetarieven en dus kwetsbaarder is. De vraag is of dit nog steeds het geval zal zijn wanneer QE wordt stopgezet."

Zijn er problemen op komst?
Het is bijna onmogelijk om precies te voorspellen wanneer en of een marktcrash zich zal voordoen. Er zijn wel tekenen van mogelijke zwakheden in de markt of een groeiend gebrek aan vertrouwen of overmoed bij beleggers.

De angst-index, ook wel bekend als de VIX, geeft aan dat beleggers rustig blijven en niets zien dat de huidige bullmarkt kan ontsporen. De VIX bevindt zich op dit moment op een meerjarig dieptepunt, namelijk ongeveer 10%, en dat ligt ver onder de pieken van meer dan 80% tijdens de financiële crisis. Een hogere waarde suggereert dat beleggers anticiperen op een gebeurtenis die markten in beweging zet.

Het gebrek aan angst lijkt het vertrouwen in de aandelenmarkt te hebben versterkt. Maar terwijl de aandelen blijven stijgen, is het momentum tot nu toe in 2018 vertraagd.

Hoe bereid je je voor op een herhaling?
Elke crash brengt een andere uitdaging met zich mee. In 2008, op het hoogtepunt van de crisis, werden zelfs de meest defensieve sectoren (aandelen met de meeste kans op een constant dividend en stabiele inkomsten) getroffen.

Zoals was te verwachten, werden banken hard getroffen, maar zoals uit onderstaande grafiek blijkt, hebben sectoren zoals de gezondheidszorg en de tabakssector verliezen van meer dan 30% geleden. De verkoop was willekeurig, wat ook symptomatisch is voor het laatste einde van een bulkmarkt.

Winnaars en verliezers sinds de crisis
Het kan verstandig zijn om niet van koers te veranderen, mits de juiste beleggingen zijn gedaan. De grafiek hieronder laat zien wat USD 1.000 dat op de top van de markt voorafgaand aan de financiële crisis in oktober 2007 zou zijn belegd nu waard zou zijn geweest.

Slechts drie sectoren - banken, basismaterialen en basismiddelen - zouden een negatief rendement hebben opgeleverd. De cijfers zijn niet gecorrigeerd voor inflatie en er zijn geen kosten in rekening gebracht. Elke andere sector zou een winst hebben opgeleverd.

Het belang van gespreid beleggen
Diversificatie zou hebben geholpen om de enorme pieken en dalen van de jaren na de crisis glad te strijken. Onderstaande grafiek toont twee investeringen. De ene is USD 1.000,- uitsluitend belegd in wereldwijde aandelen in 2006, zoals gemeten met de MSCI World Index. De andere belegging is gelijkelijk verdeeld: USD 500 in wereldwijde aandelen en USD 500 in staatsobligaties, zoals gemeten aan de hand van het totale rendement op 10 jarige Amerikaanse treasuries, gedurende dezelfde periode. Duidelijk is dat deze laatste belegging niet te lijden heeft gehad onder de enorme daling van de wereldwijde aandelen tijdens de crisis, ondanks dat het rendement over de gehele periode minder is dan wanneer alleen in aandelen zou zijn belegd.

 

  • E-mail

 permalink

 

Meer Persberichten


Terug naar het overzicht

Terug naar boven