|
Paul Vrouwes, beleggingsbeheerder van het ING (L) Invest Banking & Insurance Fund, zegt dat beleggers speciale aandacht moeten besteden aan de locatie van het hoofdkantoor van internationale banken, gezien de ophanden zijnde invoering van Basel III, de nieuwe wereldwijde regelgeving voor het bankwezen. Vrouwes wijst erop dat onder andere enkele Zwitserse banken benadeeld worden als de nieuwe nationale regels inzake kapitaalvereisten van kracht worden. Bovendien is Vrouwes van mening dat er tussen afzonderlijke banken in hetzelfde land weliswaar altijd verschillen zijn geweest, maar dat deze verschillen door de nieuwe kapitaalvereisten zullen toenemen. Vrouwes legt uit dat het, toen de bankensector tijdens de kredietcrisis aan de rand van de afgrond stond, duidelijk werd dat alleen (nationale) overheden voldoende gewicht in de schaal konden leggen om het voortbestaan te kunnen waarborgen van de internationaal opererende banken die in het betreffende land gevestigd waren. Uiteraard voldeden de banken aan de nu nog geldende regelgeving van Basel II. De kredietcrisis maakte echter duidelijk dat zowel de kwaliteit als de kwantiteit van het kernkapitaal aan een aanscherping toe is. Deze voorschriften zijn vastgelegd in het nieuwe Basel III-akkoord, dat door de Bank voor Internationale Betalingen te Basel is opgesteld. Volgens de Basel III-voorschriften moet het kernkapitaal op 1 januari 2013 minimaal 3,5% bedragen, oplopend tot 7% op 1 januari 2019. Als de bank haar leningenportefeuilleaanmerkelijk vergroot, kan na die datum een extra buffer gelden van 2,5% (bij elkaar dus 9,5%). Vrouwes zegt hierover: “Elk land in Europa zal de regels afhankelijk van zijn behoeften op eigen wijze toepassen. Zo zal Duitsland het kernkapitaal van zijn banken waarschijnlijk op 7% houden. Deze visie wordt onderbouwd door het feit dat verschillende regionale banken in Duitsland zwaar getroffen zijn door de subprime hypotheekcrisis en moeite zullen hebben om zelfs de drempel van 7% voor het kernkapitaal te halen. Daarnaast blijft de Duitse kernkapitaaleis waarschijnlijk 7% omdat de omvang van het bankwezen in vergelijking met het Duitse BBP ‘absorbeerbaar’ is, vooral met het oog op de huidige gezonde toestand van het Duitse BBP.” “In Zwitserland liggen de zaken anders vanwege de gigantische omvang van de twee grootbanken ten opzichte van het Zwitserse bruto binnenlands product. De Zwitserse toezichthouder wil dat UBS en Credit Suisse op 1 januari 2019 een vermogensbuffer van 19% hebben. Op die datum moet de balans van UBS en van Credit Suisse naast 10% kernkapitaal een post achtergesteld kapitaal van 9% vermelden. Om die buffer van 19% te halen moet UBS nog voor 6% aan kapitaal aantrekken. Dat kan zij op verschillende manieren doen, bijvoorbeeld door een of meer aandelenuitgiftes te doen, activa boven de boekwaarde te verkopen, lagere – of helemaal geen – dividenden uit te keren aan de aandeelhouders of door voorwaardelijke obligaties (zogeheten coco's, ofwel 'contingent convertibles') uit te geven, zoals Credit Suisse onlangs heeft gedaan. Hierdoor zal de winstgevendheid van deze banken in de toekomst duidelijk meer onder druk komen.” Ook in Spanje komt de relatie tussen de locatie van de bank en haar vooruitzichten aan het licht. Vrouwes zegt hierover: “Spaanse banken worden benadeeld door het feit dat Spanje – net als de VS – te maken heeft met een vastgoedcrisis. Spaanse banken zijn dan ook massaal betrokken bij hypotheken, die moeten worden afgeschreven omdat de waarde van het onderliggende Spaanse vastgoed is gedaald. Daarom vormen Spaanse banken een relatief hoog risico. Ook hier vertaalt dat zich in hogere financieringskosten. En dit geldt ook voor banken in andere perifere landen in Europa.” Er zijn natuurlijk altijd verschillen geweest tussen afzonderlijke banken in hetzelfde land, maar volgens Vrouwes zullen deze verschillen door de geplande nieuwe regelgeving mogelijk toenemen. “In Duitsland is Deutsche Bank de kredietcrisis relatief zonder kleerscheuren uitgekomen; daarentegen heeft Commerzbank na haar afschrijvingen door de kredietcrisis de reputatie van een zwakke bank. Beide banken zullen waarschijnlijk een kernkapitaal van 7% moeten aanhouden. Dat duidt op zich niet op een verschil, behalve dat het Commerzbank waarschijnlijk zwaarder zal vallen om die 7% kernkapitaal op tijd op te hoesten. Het hogere risicoprofiel van Commerzbank op de markt vertaalt zich nu al in hogere financieringskosten, waardoor de bank duidelijk in het nadeel is ten opzichte van Deutsche Bank. Dit kan op de langere termijn leiden tot consolidatie in de Duitse bankensector,” zegt Vrouwes. Het ING (L) Invest Banking & Insurance Fund is op dit moment overwogen in banken die zonder kleerscheuren uit de kredietcrisis zijn gekomen. Daar vallen Amerikaanse banken ook onder, omdat deze nu al inspelen op de eisen van de toezichthoudende instanties en voldoende vers aandelenkapitaal hebben opgehaald. Vrouwes zegt hierover: “Veel Europese banken beginnen nu pas hun kernkapitaal tot het vereiste minimum te verhogen. Sommige banken in kleine Europese landen hebben daarbij een nadeel. De grote Zwitserse banken zijn gigantisch in verhouding tot het bruto binnenlands product van hun land van vestiging, Zwitserland. Zij moeten zich echter tot de nationale regering van Zwitserland wenden voor eventuele steun. Het is dus begrijpelijk dat Zwitserland bovengemiddelde eisen stelt aan de solvabiliteit van zijn banken. Wij verwachten dat dit leidt tot hogere kosten voor de diensten die deze banken bieden.” Het fonds is ook overwogen in banken uit opkomende markten, omdat hun kapitaalpositie niet tekortschiet en de omvang van hun bedrijfsactiviteiten een sterke groei doormaakt, ondersteund door de hoge economische groei. Het fonds is neutraal in Europa als geheel, maar overwogen in Frankrijk en Noorwegen, mede vanwege hun lage waarderingen, en licht overwogen in Japanse banken. Vrouwes zegt tot besluit: “De kredietcrisis heeft weinig tot geen effect gehad op banken in opkomende markten. Daardoor en door de forse groei van hun bedrijfsactiviteiten vanuit een laag basisniveau hebben deze banken een relatief sterke vermogenspositie. Ook Japanse banken zijn relatief ongeschonden uit de kredietcrisis gekomen. Ze hadden in de jaren 90 fors te lijden van het gelijktijdig uiteenspatten van de zeepbel op de vastgoedmarkt en die op de aandelenmarkt in hun eigen land. Mede hierdoor hebben de Japanse banken op relatief kleine schaal belegd in Amerikaanse door hypotheken gedekte effecten.” |