|
De markten kregen af te rekenen met tegenstrijdige krachten van verbeterende voorlopende indicatoren, Amerikaanse consumenten die profiteren van belastingsverlagingen, afnemende werkloosheid in de eurozone en toenemende onrust in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Wij namen winst op een gedeelte van onze overwogen positie in aandelen omdat wij nu negatief staan tegenover het geopolitieke klimaat. Deze tactische wijziging heeft het risico van onze portefeuille licht verlaagd. Wij blijven fundamenteel positief voor aandelen. Wij kunnen deze wijziging terugdraaien zodra de rust terugkeert in het Midden-Oosten of zodra de waarderingen aantrekkelijker worden. Volgens ons geeft de rally in ruwe olie vooralsnog geen aanleiding tot een negatief standpunt voor groei en inflatie. Brent-olie is 23% gestegen vanaf 93 USD per vat op het einde van vorig jaar tot 144 USD deze week. Het effect daarvan moet echter niet worden overschat: de wereldwijde uitgaven voor olie zijn inderdaad gestegen, maar ze blijven nog onder de niveaus van 1980. Eerdere olieprijsschokken waren een gevolg van een verlaagd aanbod. Als het Libische aandeel van 2% in de wereldwijde productie daalt, kan dit evenwel door andere producenten worden opgevangen. Wij denken niet dat de wereldwijde economie door de huidige prijsstijging zal ontsporen. Wel menen wij dat de wereldwijde beurzen door de verhoogde spanningen klappen kunnen krijgen. Wij zijn nu overwogen voor schuldpapier uit de opkomende landen in lokale valuta’s nadat we onze positie in deze beleggingsklasse vorig jaar hadden afgebouwd omdat wij vreesden voor protectionisme, interventies in de valutamarkten en kapitaalcontrole in de opkomende markten. De laatste tijd hanteren de overheden er echter mildere taal. Zo had de Indonesische centrale bank het over een opwaardering van haar valuta om de inflatie te bestrijden en gaf China al te kennen open te staan voor een duurdere renminbi. Een andere reden voor onze gewijzigde allocatie is het momentum. De neerwaartse druk op schuldpapier uit de opkomende landen in lokale valuta’s lijkt te zijn gemilderd. Een aantal voorlopende indicatoren verbeterde. Dat was onder meer het geval voor de Amerikaanse ISM-index van de verwerkende industrie die voor de zevende maand op rij steeg wat op een periode van hoogconjunctuur in deze sector wijst. Aanzienlijke stijgingen van de werkgelegenheidscomponent maken de kans op een positief arbeidsmarktrapport voor februari steeds groter. Het consumentenvertrouwen herstelde verder na de dip van deze zomer. In de eurozone steeg de index van het economisch sentiment naar een hoogtepunt sinds het einde van de recessie en bereikte de Duitse Ifo-index voor de vierde maand op rij een hoogterecord. De samengestelde inkoopmanagersindex bereikte zijn hoogste niveau in meer dan vier jaar. Het consumentenvertrouwen verbeterde eveneens significant. Bemoedigend daarbij is dat het sentiment vooral in Griekenland en Portugal verbeterde. De inkoopmanagersindices van de opkomende landen toonden een gemengd beeld. De sterkte in India en Turkije stond in schril contrast met de verzwakking in China. Het wereldwijde gemiddelde bleef echter duidelijk op groei wijzen. De indicatoren van de reële economie bevestigden de per saldo positieve vooruitzichten. Het inkomen van Amerikaanse gezinnen toonde de sterkste stijging sinds mei 2008. Meer dan 70% van die stijging was te danken aan lagere bijdragen voor sociale zekerheid. Nog belangrijker is dat de groei van de inkomsten uit arbeid bleef versnellen. De reële consumptie nam af door prijsstijgingen, maar de recente stijging van de spaarquote en van de inkomsten uit arbeid van de gezinnen wijzen op positieve vooruitzichten voor de Amerikaanse privéuitgaven. In de eurozone toonden de nieuwe industriële orders andermaal een gezonde stijging en de werkloosheid daalde er voor het eerst sinds maart 2010 onder de 10%. In absolute cijfers daalt de werkloosheid nu al drie maanden op rij. Gelet op de vele bezuinigingsprogramma’s in de eurozone verwachten wij geen hoogconjunctuur, maar met een licht verbeterende arbeidsmarkt en positieve voorlopende indicatoren zien wij voor dit jaar geen benedentrendmatige groei. In Japan was de inflatie voor de vierde opeenvolgende maand positief, de inkoopmanagersindex verbeterde, de industriële productie was sterk en het netto-inkomen uit verrichte arbeid steeg andermaal. Maar er ontstond een handelstekort omdat de exportgroei aanzienlijk vertraagde. Die cijfers zijn misschien tijdelijk verbeterd door het Chinese Nieuwjaar, maar de exportgroei naar de VS vertraagde eveneens. Omdat de Japanse economie sterk afhankelijk is van de export dient deze evolutie op de voet gevolgd. De ECB zal misschien hogere tarieven voor banken invoeren om hun afhankelijkheid van ECB-geld te beteugelen. Bij de komende vergadering van de raad wordt het vooral uitkijken naar aanwijzingen dat de ECB haar programma voor liquiditeitsondersteuning zal wijzigen. De leden van de raad sturen de laatste tijd weliswaar meer en meer op beleidsverstrakking aan, maar volgens ons is een renteverhoging vooralsnog geen uitgemaakte zaak. Op 2,4% is de inflatie momenteel hoger dan het richtcijfer van de ECB, maar andere indicatoren geven geen reden tot grote ongerustheid. De groei van de geldhoeveelheid is vertraagd, de kredietverstrekking nam zopas toe, het herstel blijft ongelijkmatig, de werkloosheid blijft hoog en de druk op de arbeidskosten is beperkt. In de VS lijken de beleidsmakers het maar niet eens te raken. Een aantal onder hen pleitte voor een beëindiging van het QE2-programma van de centrale bank om de economie te ondersteunen omdat het herstel is versterkt en in een toenemend aantal sectoren voelbaar is. Maar in zijn recente verklaringen repte voorzitter van de federale reserve Bernanke met geen woord over de voortzetting van het programma. Wat de hogere grondstoffenprijzen betreft, wees hij op de gevaren voor de prijsstabiliteit en de economische groei. In zijn beoordeling van de arbeidsmarkt klonk een subtiele wijziging door. Wij menen dat hij meerdere maanden van sterke banengroei wil zien voor hij de toon van zijn verklaringen significant zal wijzigen. Joost van Leenders |